Preek van de Week – Zondag 25 augustus ’19

Lucas 13, 22 – 30

I
Waar maakt een mens zich druk om? ‘Zomaar iemand vroeg hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’’ Je schudt je hoofd. Zo’n vraag houdt alleen maar op. Eigenlijk willen we ons er helemaal niet mee bezig houden. Daar zijn andere, zwaardere, geloofsgemeenschappen voor. We zijn blij met de ruime blik die we gewonnen hebben. En God is met ons mee veranderd. De angst is uitgebannen. Als God bestaat, dan laat hij niemand buiten staan. Want onze God is vóór alles liefde. Áls hij bestaat. Want zo eerlijk moeten we wel zijn. Bij onze ruime blik hoort ook de twijfel op zijn tijd. Is er wel iets na de dood? Houdt het niet gewoon op? Maar met die onzekerheid is toch beter te leven dan met de verlammende angst, die we terug horen in de vraag: ‘Zijn er maar weinigen die worden gered?’ Liever het wankele geloof in de liefde dan het zekere geloof in een God die de een binnen nodigt in zijn eeuwige heerlijkheid en die de ander buiten de deur zet en overlaat aan de buitenste duisternis.

Daarom worden we ook zo blij als we Jezus horen zeggen: ‘Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God.’  Dan springt ons hart op en worden we bevestigd in de brede blik die we hebben gewonnen. Zo kennen we God weer! Mag je zeggen dat de Nieuwe Kerk een glimp is van wat ons nog te wachten staat? We moeten leren dealen met al die verschillende mensen die samen komen onder dit dak. Niet alleen op zondagmorgen. Dan is het nog redelijk overzichtelijk. Oók door de week. Bij concerten en lezingen. Als de deur open staat op donderdag en zaterdag. In het stilteportaal. Wat een verscheidenheid! Ze horen er steeds meer bij in ons denken over onszelf. De tijd is voorbij dat we mensen labelden als ‘buitenkerkelijk’ of ‘randkerkelijk’ en onszelf als ‘binnenkerkelijk’. We deden een stap terug. We leerden elkaar kennen als jij en ik en ontdekken steeds vaker hoe ruim het ‘wij’ geworden is onder dit dak. De stad en de buurt slopen langzaam maar zeker de hoge drempel van dit huis en duwen de deur steeds een eindje verder open.

De ontwikkeling die we doormaken werkt er aan mee dat wij denken: ‘Mens, waar maak je je druk over?’ als die ene uit het evangelie vraagt: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’

II
Maar wacht even. Gaan we zo niet te snel? Het klopt: we zijn onderweg. Beweging hoort erbij. Geloven is iets anders dan op je post blijven en het erfgoed van de traditie verdedigen. Het koningschap van God kómt. En Jezus is onderweg. Hij preekt de kerken niet vol. Stráátcatechese is het.  ‘Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen, terwijl hij onderricht gaf.’   Oké, maar dan ook stap voor stap. En niet te snel roetsjen van de bange vraag naar de bevrijde ruimte die Jezus verkondigt: ‘Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God.’

‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen,’ antwoordt Jezus op de bange vraag: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’  He bah, daar zaten we nou net niet op te wachten. Nou is de bevrijde ruimte van Gods feestje ineens weer ver weg. We moeten aan de bak. ‘Strijd om binnen te komen!,’ vertaalt de Naardense Bijbel. Geen gereserveerde plaatsen. Niemand die jouw jas aanneemt en je vriendelijke toeknikt, omdat je natuurlijk werd verwacht.

‘Strijd om binnen te komen!’ Dat is trouwens geen antwoord op de vraag of er maar weinigen zijn, die gered worden. Nee, weten we nu al, het zullen er velen zijn. Uit alle hoeken en gaten zullen ze komen. En toch zit het ons niet lekker, die moeite die gedaan moet worden om door de smalle deur naar binnen te gaan. Hoezo smal? Zet open die deuren! Heet iedereen welkom! Dat roept trouwens tegenwoordig elke kerkelijke gemeente, dat ze open is en iedereen welkom heet. Maar er zijn er maar weinige die serieus een antwoord zoeken op de vraag hoe het komt dat er zo weinig gebruik van gemaakt wordt. Wie van buiten binnen komt kan je vertellen hoe het staat met je openheid. Ik had het eerder niet voor niks over het langzaamaan slopen van de hoge drempels door stad en buurt. Voor de Nieuwe Kerk is de toegenomen verhuur een zegen. Ze legt ons geen windeieren. Maar ze verlaagt ook de drempel van dit huis. Het kost wat om binnen te komen, maar dan heb je ook wat. Je moest eens weten hoe vaak er tegen mij gezegd wordt: ‘Wat gebeurt er veel bij jullie. Wat is de kerk open geworden.’ Dankbaar neem ik zulke woorden in ontvangst. En ik zeg er natuurlijk niet bij dat de meest in het oog springende evenementen door stad en wereld worden georganiseerd.

III
Die blinde vlek van kerkelijke gemeentes over haar open karakter en haar gastvrijheid, ontstaat door louter van binnen naar buiten te kijken. Dat is ook zo vanzelfsprekend. Wij zijn immers al binnen. Het is onze bedoening. Wij weten waar de dingen thuis horen. Wij weten hoe het zit. En ineens bedenk ik me dat de vraag of er weinigen gered worden, niet ingegeven hoeft te zijn door angst. Maar misschien wel door dat denken van binnen naar buiten. Wij zijn er immers al. En we doen ons best om zo veel mogelijk anderen binnen te halen. Want hier ben je gered. En dan hoef je nog niet eens aan de eeuwigheid te denken. Hier woont God. Hier accepteren we elkaar. Maar ja, als ze niet willen..

Dan kaatst Jezus de vraag terug. Hoezo ben jij al binnen? Denk jij soms dat de kerk samen valt met het koningschap van God? Denk jij dat je niet meer van je plaats hoeft te komen? Denk jij dat het alleen voor anderen spannend wordt, omdat jij al een kind van Abraham bent? Sta jij daarom daar, terwijl ik langskom? Ga je daarom niet met mij mee op weg, omdat het voor jou niet nodig is? ‘Strijd om binnen te komen!’

Bij die woorden moet ik altijd nog denken aan een collega uit Rotterdam, hoe ze de tijd nam om bij iemand binnen te komen die zich had verschanst achter de voordeur. Bang voor de wereld en heel alleen. Als ze aanbelde, werd er niet open gedaan. Ze sprak door de brievenbus, terwijl er niemand iets terug zei. Hele verhalen. Belangstellende vragen. Dag na dag. Tot ze het ademen van een luisteraar vernam door de brievenbus heen. Tot er op een dag een stem bij kwam en het een gesprek werd door de brievenbus heen. Tot die dag kwam dat de deur op een kier ging en ogen elkaar vonden en ze binnen mocht komen.

Deze herinnering helpt me om steeds opnieuw in te zien dat het komen van het koningschap van God niet buiten ons om gaat; dat het te maken heeft met het zoeken naar de ander; dat de toegang tot Gods feestje niet te maken heeft met wie je bent en wat je geloofspapieren zijn. Vandaar dat appel om mee te gaan in de beweging die God zelf gestart is, naar mensen toe. ‘Waar maakt een mens zich druk om?,’ vroegen we ons af aan het begin van de preek. Voorbij aan de angst. Blij met ruim geloven. Maar Jezus keert de vraag om. En niet alleen voor die omstander die zich afvroeg of het weinigen zijn die worden gered. Waar maak jíj je druk over? Wat brengt jóu in beweging? Niet in je ideeën, maar in je gaan, in je doen. Zo wordt het een heel persoonlijke vraag.

Theoretische bespiegelingen krijgen bij Jezus geen kans. Hij buigt het altijd weer naar jou zelf terug. Het is een herkenbaar patroon. Op de theoretische vraag, even verderop in het evangelie: wie is mijn naaste, komt het concrete antwoord van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan en wordt de praktische vraag: wie heeft zich de naaste betoond van de mens in nood.

IV
Op het eerste gezicht lijkt het er op dat de houding van gelovigen die denken al binnen te zijn, door God wordt afgestraft. Waarbij het niet uitmaakt of ze ruimdenkend zijn als wij, of zwaar op de hand. Zowel vrijzinnigen als orthodoxen kennen de valkuil dat ze hun positie al bepaald hebben, hun wereldbeeld helder hebben en het geloof daarin een plek hebben gegeven. De een met twijfels, de ander met angsten. Beide worden buiten gesloten. Of, nee. Zo is het toch niet. Wie niet meer van de plek komt; wie kijkt en denkt en doet vanuit het centrum van een eigen gelovig universum; wie zich niet meer laat ontregelen door de ander en door het komen van Gods koningschap, die sluit zichzélf buiten.

‘Jullie zullen zeggen: ‘We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.’’  En maar denken dat dit voldoende is. Ja, ze waren er bij. Maar als toeschouwers. Niet als reisgenoten. Ze waren immers al waar ze zijn moesten? En Jezus was immers al waar hij zijn moest: bij hen, als onderdeel van hun universum? Het is een wijze van kijken en denken, die verwantschap vertoont met de discussie over migratie: Wij zijn hier. Wij horen hier. Wij hebben de papieren. En zij daar, die alle moeite doen om door de smalle deur binnen te komen, zij moeten dáár blijven. En als ze komen uit het zuiden en het oosten, dan zullen we er alles aan doen om ze van onze tafels weg te houden.

V
Waar maakt een mens zich druk om? Dat was de vraag aan het begin. Die wordt door Jezus terug gebogen naar onszelf: Waar maak jíj je druk om? Wat zet jou in beweging? Waar gaat jouw hart naar uit? En wat zet óns in beweging, nu we samen niet langer meer van het zelfde zijn? Maar stuk voor stuk unieke mensen: eigenwijs en eenzaam, vrij en stuurloos. Een ratjetoe waaruit een ‘nieuw wij’ geboren zou kunnen worden. Door het smalle geboortekanaal heen van de ánder zoeken en je eigen weg scheef laten trekken door die ander. En dan niet één keer, maar telkens opnieuw. Want het is nooit af, dat ‘nieuwe wij’. En niemand die kan zeggen: die hoort er niet bij en die wel. Tenzij je zelf zegt: dit feestje kan me gestolen worden. Ik heb aan mezelf genoeg met de ander als decor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.