Preek van de Week – Zondag 23 september ’18

Jakobus 3,16 – 4,6
Marcus 9, 30-37

I
De mensen hoeven niet te weten waar hij heen gaat. Jezus wil alleen zijn met zijn leerlingen als hij hen leert waar zijn weg toe leidt. Het is te groot om met jan en alleman te delen. Zijn lijden, dood en opstanding, zijn geen weetjes. Het is alles wat een mens niet wil weten. Het ontregelt alles. Terwijl het nu juist de kunst in het leven is om de boel een beetje op regel te houden. Want voor je het weet ben je nergens meer. En dat van die opstanding is zo bizar, dat je het geen plekje kunt geven.

Wat dat betreft had de goegemeente er gewoon bij kunnen zijn. De leerlingen begrijpen het net zo min, als wie dan ook het zou kunnen begrijpen. Maar misschien zit daar de clou ook niet. Het geheim van het geloof is levensgroot en niet te snappen. Het is bizar. Daarom is het ook goed om als gemeente op te houden net te doen alsof we in de kerk met heel normale dingen bezig zijn. We zijn een stel ‘speciaaltjes’ bij elkaar. Hier wordt iets verkondigd waarvan geen mens kan zeggen: ‘Kijk, daar was ik nou net naar op zoek.’ Hier worden we apart genomen om van Jezus te horen over zijn lijden, dood en opstanding. En niemand wordt buiten de deur gezet omdat zij er niets van begrijpt. Als dat zo zou zijn, had hier nu al niemand meer gezeten.

De gemeente van Christus bestaat uit mensen die er niets van begrijpen. Is dat niet een troostende gedachte? Want de stad zit vol met mensen, die er niets van begrijpen. Genoeg om een doorstart te kunnen maken, als de kerk zoals wij die nu kennen nabij de verdwijning is. Een van de oorzaken van haar geringe populariteit zou wel eens kunnen zijn, dat ze te lang geprobeerd heeft uit te stralen dat ze precies snapte wat ze verkondigde. Dat de kerk een plek is waar je niet alles op een rijtje hoeft te hebben, dat zijn we nog met elkaar aan het leren. Als er ergens behoefte aan is in dit deel van de wereld, dan zijn dat plekjes waar jij je stand niet op hoeft te houden. Plekjes, waar je naar het plafond mag staren omdat je er niets van snapt, zonder dat het een probleem is, waar je niet weg gejaagd wordt als je er niets zit te doen, en waar niemand jou vragen stelt waardoor je door de mand zou kunnen vallen. Om de doodeenvoudige reden dat die ander er ook niets van snapt. En net als jij een plek nodig heeft waar dat gewoon mag.

Tot er de ruimte ontstaat voor persoonlijke dromen en verdriet. Ontdekken dat de deur van je gevangenis niet op slot blijkt te zitten. Die gevangenis van alles maar moeten kunnen en alles maar moeten weten. En dan je blutsen en dromen beginnen te delen met anderen, zonder de angst te hoeven hebben dat je er op afgerekend wordt. Of ingelijfd. Zulke plekken worden heilige grond. Zulke momenten, waarin je je plotseling als herboren voelt, zijn heilige tijd. Nee, daar heb je niet direct een kerkgebouw voor nodig. Het goede gezelschap van mensen, die het ook niet weten, is voldoende. Mensen, die iets los maken bij elkaar, dat alles overstijgt wat ze meenden te weten. Daar heerst een spirit, die niet verklapt waar ze vandaan komt en die gaat waarheen ze wil. De spirit van de heilige Geest.

II
Als ze thuis komen in Kafarnaüm, vraagt Jezus aan de leerlingen waar het debat onderweg over ging. Ze geven geen antwoord, want ze hadden het tegen elkaar gehad over de vraag wie de belangrijkste was. Kerkmensen zijn geneigd het hoofd te schudden over dit gedrag. Kerkmensen weten namelijk al lang dat het daar niet om gaat. Ze kennen het evangelie als hun broekzak.

O nee, gaat het niet om de vraag wie de belangrijkste is? Is het dan niet zo, dat je permanent hoog van jezelf moet opgeven omdat je anders nooit een baan vindt? Is het niet zo dat het speelkwartier met zijn dromen en idealen voorbij is en dat de ander allereerst een concurrent van je is, ook als het je collega is? Zoals de leerlingen niet met elkaar, maar tegen elkaar hadden gesproken over wie van hen de belangrijkste was? Het is helemaal niet gezond voor ons om het hoofd te schudden over de leerlingen. Want eigenlijk schud je dan het hoofd over jezelf. En hoewel dat zo nu en dan heilzaam kan zijn, is dat het in dit geval niet.

Je legt jezelf op dat jij met je goede gedrag en je hoge moraal de ijzeren wetmatigheden van onze samenleving kunt weerstaan. Terwijl je weet dat het zo niet werkt. Ja, een uurtje op zondag. Dan mag het over dienen gaan en over de minste worden en zo de belangrijkste zijn. Maar als je in het echt van de maatschappelijke ladder dreigt te vallen, dan heb je er alles voor over om dat te voorkomen. In de echte wereld is al te goed buurmans gek. Die dubbele moraal van ‘Zondag is zondag en maandag is maandag’, daar stinkt geen buitenstaander meer in. En jijzelf ook niet, ook al doe je alsof. Hoogst ongezond is dat.

Er is nog een goede reden om daar onmiddellijk mee op te houden. Want op die manier maak je van Jezus een moraalridder, die zijn leerlingen te kakken wil zetten. Want hij wist natuurlijk al lang waar ze het over hadden gehad. De beste manier om de kerk in haar huidige gedaante het laatste zetje te geven, is door van Jezus een moraalridder te maken: het goede voorbeeld.

Weg is dan het geheim van het geloof, dat wij niet hoeven te snappen en hoog te houden. Dat God in Jezus bij mijn mislukkingen en bij jouw verwonde ziel wil wonen, terwijl jij en ik er bij weg kijken – Het is te pijnlijk. Te gênant. Dat hij niet wegloopt bij de plekken waar de dood zich breed maakt, terwijl politieke leiders hun handen in onschuld wassen. Dat geheim. Het kan hier niet vaak genoeg verkondigd worden en uitgespeeld in de viering van het avondmaal. Niet omdat we er iets van snappen. Wel omdat het ons de ruimte en de tijd geeft om niet langer weg te hoeven kijken bij onszelf. Heilige ruimte. Heilige tijd. Wie zit daar niet op te wachten? Kerkmens of Stadjer.

Dat Jezus vraagt naar waar het over ging onderweg, is niet om zijn leerlingen een lesje te leren. Het is een vraag, die uit compassie is geboren. Jezus heeft de druk gevoeld waar zijn leerlingen zich onder voelen staan. Ze mogen niet falen. Die beweging rond Jezus heeft alles in zich om iets te gaan worden. Maar dan zullen zij hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Er is organisatie nodig. Er zal leiding gegeven moeten worden. En natuurlijk speelt er dan in alle opwinding ook haantjesgedrag mee. Maar de oorzaak van de stress ligt daar niet. Ze kunnen niet verborgen blijven. Terwijl zij zich altijd in de anonimiteit van Galilea staande hadden moeten houden. Boven op die golf bevindt zich de beweging. Geen wonder dat ze niets begrijpen van Jezus’ woorden over lijden, ondergang en dood. Man, waar heb je het over? Er is werk aan de winkel. En we zullen voor jou tot het gaatje gaan. Hoezo opstanding? We staan er al en zijn er klaar voor

III
‘Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’ (vers 35)

‘Hij ging zitten.’ De beweging wordt stil gelegd. Even niet tot het gaatje gaan voor wie of wat dan ook. Het kan wachten. ‘Hij ging zitten.’ Dat is wat de leraar doet in de joodse traditie. Hij roept de leerlingen bij zich. Niet om ze een lesje te leren in nederigheid. Wat nederigheid was wisten de meesten al lang. Dat je uit Galilea kwam, was niet iets om je op voor te staan. Ze zagen het aan je. ‘Kom even zitten,’ zegt Jezus. ‘Ren jezelf niet voorbij. Laat toe wie je bent geworden. Schaam je niet voor je afkomst. Wees niet bang voor wat het met je gedaan heeft. En dat het soms nog steeds pijn doet, dat mag toch? Hoe wil je anders die mens welkom heten in de kring, die is als jij? Hoe zou je haar moeten omhelzen en je armen openen als dat er allemaal niet mag zijn bij jou? En hoe kun jij je laten omhelzen door die ander, als jij vindt dat jij dat zelf eigenlijk niet nodig hebt? Alleen wie de minste van allemaal wil zijn, kan ervaren hoe hoog je wordt opgetild in mijn gemeenschap. Al bestaat die maar uit twee of drie. In mijn gemeenschap gebeuren wonderen. Hier worden nieuwe mensen geboren.’

Dienaar van ieder ander worden is geen kunstje om een of ander hoger doel te bereiken. Ook met jezelf wegcijferen heeft het weinig van doen. De dienaar is er helemaal, om de ander er helemaal te kunnen laten zijn. De dienaar kent haar grenzen. Hij verstopt zijn breekbaarheid niet. De dienaar is geen dienaar omdat het van God moet. De dienaar kan geheel zichzelf zijn omdat hij Gods nabijheid heeft ervaren en daarin zich bloot kon geven. Zonder dat hem iets werd afgepakt, dan alleen de last om zichzelf te moeten bewijzen. Is er een mooiere manier om de ander te dienen dan deze? En jij kunt het.

IV
‘Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’ (vers 36-37)

Ik weet niet hoe Jezus contact gemaakt heeft met het kind. We vertrouwen er maar op dat het kind meer was dan lesmateriaal voor de leerlingen. Dat moet haast wel want hij herkent zichzelf in het kind. Ja, zelfs God herkent hij in het kind. Het staat in het midden van de kring opdat alle leerlingen het kind in zichzelf niet vergeten. Als Jezus het kind omarmt, omarmt hij ook zijn leerlingen in hun worsteling met hun ambities en hun dadendrang. En zo worden zij ontvankelijk gemaakt voor wie kwetsbaar zijn als zij zelf.

Hier mag jij dat kind zijn. Hier word jij ontslagen van de plicht om succesvol te zijn en jezelf een slag in de rondte te dienen. Laat je hier omhelzen. En kom er uit tevoorschijn als de nieuwe mens waarop stad en wereld wachten.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *