Preek van de Week – Zondag 23 december ’18 door ds. Tiemo Meijlink

Openbaring 14, 1-7; 12-13
Lucas 1, 9 – 45

Gemeente van Jezus Christus,

Vandaag lezen wij een voorlopig laatste fragment uit de Openbaring van Johannes, de ziener die gevangen zit op het eiland Patmos. Na gruwelijke beelden die net hiervoor voor zijn geestesoog gepasseerd zijn – in de hoofstukken 12 en 13 – over de Draak die een barende vrouw verslindend bedreigt, over het Beest dat heerst op de aarde en over een ander Beest dat symbool staat voor leugen en laster, na al die gruwelijke en schokkende beelden, is er nu ineens een ander beeld. Wij zien opnieuw het Lam en nu staat dat Lam op de Sion, op de berg van Jeruzalem, en bij het Lam waren 144.000 mensen die zijn naam en die van zijn Vader op hun voorhoofd hebben staan.
Nogal een contrast dus met het net hieraan voorafgaande: niet meer een Draak die een vrouw verslinden wil, ook niet meer een Beest dat leugens verspreidt en als een dictator de aarde beheerst. Maar het Lam, het kwetsbare dier dat voor het eerst in het boek Openbaring wordt uitgebeeld als geslacht, als een offerlam. En dat Lam staat tegenover de Draak en het Beest.

Wij weten dat dit Lam symbool staat voor Christus, de gekruisigde en opgestane Heer, en wij weten inmiddels waarschijnlijk ook wel dat de Draak en het Beest staan voor de machten van deze wereld. Het Beest in Openbaring 13 wordt zelfs letterlijk in verband gebracht met één van de wreedste keizers die het Romeinse rijk heeft gekend, namelijk keizer Nero. Het getal 666 waarmee het Beest wordt aangeduid – daar is men inmiddels wel zeker van – is de Hebreeuwse letterwaarde voor de naam Nero.

Zo moeten wij dit boek Openbaring dus beschouwen: niet als een spoorboekje waarmee wij het eind der tijden op de voet kunnen volgen. Zo is het wel uitgelegd, en dan werden allerlei beelden uit dit boek gebruikt om precies te kunnen aangeven hoe het er feitelijk voor stond met de tijd waarin men leefde. Zo dus niet. Maar wel als een boek, als een onthulling van waar het op aankomt in onze wereld. Toen, in de eerste eeuw – de tijd waarin het geschreven werd door Johannes, de ziener – was het de tijd van het Romeinse imperium, dat grote wereldrijk dat meestal niets ontziend omging met de mensen en soms ook de massa’s wist te paaien met brood en spelen, met allerlei verleidingen. De meerderheid der mensen telde sowieso niet mee in die tijd en waren ten prooi aan de willekeur van de machthebbers van dat grote wereldrijk.

Tegenover die overmacht, die alomtegenwoordige overheersing stond dus een Tegenbeeld, namelijk het geslachte Lam dat staat voor de troon van de Eeuwige, van de God van de joden, de God van Israël. Daar komt dit Tegenbeeld vandaan, uit de godsdienstige traditie van het Joodse volk, dat kleine volk dat verspreid over dit Romeinse rijk een marginaal bestaan leidde.

Je kunt je wel voorstellen dat dat dus eigenlijk geen verhouding was: dat grote Romeinse rijk met zijn pracht en praal, alomvattend, alomtegenwoordig, miljoenen onderdanen omvattend, en dan daartegenover dat kwetsbare Tegenbeeld van een Lam met om zich heen 144.000 mensen…… We hebben dat getal al eerder gehoord en gezien in dit boek Openbaring. Het staat voor het volk Israël, het volk van de twaalf stammen. Een veelvoud van dat getal twaalf maakt uiteindelijk 144.000. Het staat voor een ideaalgestalte van het oude verbondsvolk. In hst. 7 van het boek Openbaring trekken die 144.000 op met een onafzienbare menigte van mensen. En als er gevraagd wordt wie die mensen zijn, dan luidt het antwoord: zij zijn de mensen die komen uit de grote verdrukking, en zij hebben zich verbonden met het Lam. Dat Lam dat als een Tegenbeeld staat tegenover de Machten van deze wereld. Daar, bij dat Lam komen mensen eindelijk tot hun recht…. En je zou die mensen die daar genoemd als komende uit de grote verdrukking zomaar in verband kunnen brengen met die duizenden mensen in Midden-Amerika die op weg zijn om een veilig heenkomen te zoeken, omdat ze in hun eigen land (Honduras, Guatemala) hun leven niet zeker zijn. Zo kunnen beelden van toen en van nu ineens samenvallen.

Ooit heeft een bekende Nederlandse theoloog dat Lam Gods, Jezus Christus heel treffend getypeerd als: weerloze overmacht. (Denk er maar eens over na) Weerloze overmacht. Dus zoiets als een Tegenbeeld middenin onze wereld, dat in zijn weerloosheid de machten van de wereld uitdaagt en uiteindelijk zal overwinnen. Machtiger zal het blijken te zijn, dit Tegenbeeld, dit Lam dan de machten van deze wereld. Dat is de hoop, het geloof, het vertrouwen dat in dit boek Openbaring tot spreken komt. Dat het Lam Gods, dat beeld van weerloze overmacht, uiteindelijk de machten van onze wereld zal overwinnen. Waardoor de mensen en deze aarde eindelijk werkelijk tot hun recht zullen komen….

En daarom nu dan aandacht voor het beeld van vandaag: het kunstwerk met dat mannenhoofd erop, gemaakt door Sanne Pluimers. Sanne is kort geleden in Beiroet, in Libanon geweest.
Zij zegt over het verblijf, aldaar, het volgende:
“Afgelopen september liep ik door de straten van Beirut tussen mensen uit alle lagen van de samenleving. Hippe vooraanstaande Beiruti’s, statenloze Palestijnen, kersverse Syrische vluchtelingen, en ook Libanezen die nauwelijks een plek hebben om te wonen en te leven. Gelovigen van allerlei kleur en soort. Al deze mensen vullen de Libanese straten met een onvoorstelbare levensdrang en lichtheid”.
“Zijn zij de gekochten op de berg Sion? Dragen zij de naam van de Vader, van Allah, of van een Ander?”

Uiteindelijk heeft Sanne dus deze Libanese man geschilderd. “Iemand die probeert licht en vrij een weg te zoeken door de spanningen van het land. Iemand met wie ik me kon verbinden”, zoals zij dat zelf onder woorden brengt.
Het is op het eerste gezicht misschien wat raar om na al die symbolen en beelden van het boek Openbaring, ineens een gewoon, hedendaags mensengezicht voor je te zien, als verbeelding van wat dit boek misschien zou kunnen zeggen. Was het daar nu om te doen, dat hele apocalyptisch spektakel? Om een mens die je aankijkt met een blik waaruit interesse spreekt en ook een zekere lichtheid. Je zou bijna kunnen zeggen: een olijke, geïnteresseerde blikopslag. Iemand die ons aankijkt ….. Alsof er een verbinding ontstaat tussen hem en ons. Wij kijken niet alleen hem aan maar hij kijkt ook ons aan.

De meesten van ons kennen Beirut van de televisiebeelden uit de tijd dat daar vele jaren lang een burgeroorlog woedde. Verschrikkelijk en uitzichtloos, de verwoesting die daar toen plaatsvond en de duizenden slachtoffers die toen zijn gevallen. Apocalyptische beelden waren het die over de wereld gingen, net als die nu, overigens, tot ons komen vanuit buurland Syrië. Je kon je niet voorstellen dat er ooit ook nog vrede zou komen in dit verscheurde land. Toch is dat gebeurd. Een kwetsbare vrede weliswaar, maar in elk geval een vrede. Waardoor mensen alsnog de ruimte kregen en krijgen om te kunnen leven, om het gewone leven weer op te pakken.

We zien dus het beeld van een mens die ons ontspannen en geïnteresseerd aankijkt. En dat is misschien toch wel de uiteindelijke strekking van dit boek Openbaring. Er zijn die vele, grillige beelden in dit laatste Bijbelboek, er is ook de strijd op leven en dood tussen de machten van de wereld en het Lam Gods dat staat voor de troon van de Eeuwige. Dat tegenbeeld dus van de weerloze overmacht die de machten van onze wereld uitdaagt en onder het oordeelt brengt. Want zo grimmig is dit boek, inderdaad. Het gaat in dit boek ook om het oordeel over het onrecht, de leugenachtigheid en de onderdrukking die op zo veel plaatsen in onze wereld om zich heen grijpen. Hoe kun je standhouden in een dergelijke wereld? Hoe kun je standvastig zijn als er allerlei verleidingen zijn om toch maar gewoon mee te doen met wat de machten van je willen en verwachten? Hoe kun je je afzijdig houden van het geweld van deze wereld? Hoe kun je macht – als je die hebt – ook nog zo gebruiken dat het ten goede komt aan mensen?
Uiteindelijk vindt er in Openbaring de ontspanning plaats van een nieuwe wereld. Namelijk als het nieuwe Jeruzalem vanuit de hemel neerdaalt op deze aarde. Dat is de onweerstaanbare belofte die dit boek draagt, de belofte van een ontspanning die er zal komen, een vrede die mensen eindelijk ruimte geeft, een stad waar kinderen spelen op de pleinen en ouderen, leunend op hun stok, met genoegen toekijken…. iets wat de profeten vanouds al voor zich zagen.

Laat die belofte onze rust en onze vrede zijn…. Hoe onrustig onze wereld ook is, en hoe alert je ook moet zijn op wat er gebeurt, en hoe waakzaam je ook moet zijn voor als het erop aankomt, dat dan toch óók deze belofte onze rust en vrede zal zijn en ons vertrouwen geeft ons leven te leven. Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.