Preek van de Week – Zondag 22 maart 2020

door ds. Tirtsa Liefting en ds. Evert Jan Veldman

Exodus 7, 8 – 25

I
Hoe was het ook al weer toen alles nog gewoon was? Een groet, een hand, een hug. Het geroezemoes voor de dienst, waar het orgel maar net boven uit komt. Het samen zingen. De stilte als een klein wonder. Al die stemmen na de dienst bij de koffie. Wat is er veel gebeurd sinds de boel op slot ging. We maken er het beste van: Het donker kunnen we niet wegnemen, maar we kunnen wel een lichtje aansteken. De storm kunnen we niet laten liggen, maar we kunnen elkaar wel helpen de rust te bewaren.

Is dat ook niet wat we hier doen? Jullie zijn er bij via kerkomroep.nl. En dat stimuleert weer onze verbeeldingskracht. We zien jullie gezichten vóór ons. Je kunt voor één keer zeggen: ‘De kerkdienst gaat niet door.’ Maar als het léven doorgaat ondanks alle beperkingen. En als het waar is dat God onze reisgenoot wil zijn door de woestijn. Dan moet dat wel gevierd worden. En dus doen we het deze zondag zo. En volgende week ook. Zo lang het nodig is. En wie weet worden we er steeds beter in: Samen leven in de wetenschap dat het leven niet maakbaar is. Samen vieren dat dat niet het einde van alles is. Maar misschien wel een nieuw begin.

De rode draad zijn de lezingen uit het boek Exodus. Vanaf februari tot aan juni. Uit het donker van de winter naar de dag dat de zon hoog aan de hemel staat. Dit is al weer de zevende zondag. En dan lezen we nét vandaag over de eerste van de tien slagen, die Egypte te verduren krijgt, vóór het eindelijk Israël laat gaan. Weg uit de slavernij, de lange tocht door de woestijn, samen met God op zoek naar wat Beloofd Land mag heten.

Ik kan het niet laten om bij die eerste slag, die Egypte te verduren krijgt, te denken aan wat de wereld vandaag meemaakt. De rivier de Nijl is de goddelijke stroom die het land bevloeit en tot de graanschuur van de wereld maakt en die rijkdom genereert. Ze stroomt even gemakkelijk door het land, als vandaag het kapitaal door de wereld beweegt en winsten pakt. Tot het ineens stokte. Bij het water dat in bloed verandert, denk ik aan de beurskoersen die diep in het rood doken als gevolg van de Corona crisis en de oorlog op de oliemarkt.

Ik zie het voor me: de mensen die graven moeten naar water omdat de rivier de Nijl veranderd is in een bloedbad. Hoe blijf je in leven? En onwillekeurig moet ik denken aan al die ZZP’ers die vandaag hun opdrachten zien opdrogen en op het broodfonds terug moeten vallen. Denk aan de musici die het moeten hebben van de Passie-cultuur in de weken voorafgaand aan Pasen. Al die bedrijven die zo maar uit het niets dreigen om te vallen.

Was het nou maar zo, dat de crisis alleen de allerrijksten treft – Farao en consorten. Dan lazen we met plezier het verhaal uit Exodus. Maar nee, iedereen moet er aan geloven. Hoe verschrikkelijk om te horen dat het virus de vluchtelingenkampen op Lesbos heeft bereikt. Wat moeten we met dit verhaal? Waar is het uitzicht?

II
Ja, een opbeurend verhaal kun je het zo op het eerste gezicht inderdaad niet echt noemen. Ik heb ooit gehoord dat in contexten of situaties waarin mensen het goed voor elkaar hebben of het leven controleerbaar is, heftige drama’s en donkere films het goed doen, terwijl vrolijke films of films met een sterk ‘happy end’ het goed doen in moeilijke en meer onvoorspelbare contexten. Ik heb geen idee of het klopt, al klinkt het aannemelijk, maar als het zo is dan lijkt dit inderdaad niet het meest passende of bemoedigende verhaal in de huidige situatie.

Er is geen schoon drinkwater meer te vinden, tot in de huizen aan toe. Zeven dagen lang houdt het aan. Dat moet een paniek en angst met zich mee hebben gebracht.

En tegelijk denk ik dat, als je vanuit een andere hoek naar het verhaal kijkt, er ook al wat hoop gloort. De eerste slag is namelijk ook het begin van omkeer. Het begin van de bevrijding die God al zo lang had beloofd. Niet langer zijn het de onderdrukten, het volk Israël, die er machteloos bij staan, maar de onderdrukker, farao zelf.

Het zijn dit soort krachtige en hoopvolle tekenen die onmisbaar zijn in de verhalen van Exodus die zich continue bewegen tussen hoop en wanhoop, tussen verandering en tegenslag. Een rollercoaster van ervaringen die ons niet vreemd voor ogen staat met de vele ontwikkelingen van de afgelopen weken en de teleurstellingen en tegenslagen die dit met zich mee bracht.

Het is een situatie die verlammend kan werken, zo ervaar ik zelf al hoe ik voortdurend met mijn telefoon in de hand loop op het nieuws te checken. Mijn concentratie is wel eens beter geweest. Maar kijkend naar het verhaal is het ook een situatie die uitnodigt om niet aan de kant te blijven staan, maar naast de ander te gaan staan.

Dat krachtige en hoopvolle teken van verandering wat we hier in Exodus zien, maar waar we denk ik allemaal naar verlangen, is verbonden aan Gods trouw en zijn belofte, maar staat ook niet los van die figuur van Mozes en de keuzes die hij maakt.

Mozes die comfortabel aan het hof had kunnen blijven, maar hier zijn leven riskeert.

Mozes die een paar hoofstukken geleden nog te bang was om naar de farao te gaan en twijfelde aan zijn eigen kunnen, stapt hier op de bres voor het volk tegenover de farao en al zijn magiërs.

Is dat niet in zichzelf al een teken van hoop? Tekenen waarvan we er in deze dagen steeds meer van zien?

III
Niet aan de kant blijven staan. Naast de ander gaan staan. Ja, dat is wel een thema in de verhalen tot nu toe. Ik zie ineens de dochter van Farao voor me, die afdaalt in de heilige rivier. En die dan het arkje ziet op het water met daarin dat huilende jongetje – een Hebreeënkind. Ze bleef niet aan de kant staan. En als ze dan het jongentje ziet, wordt ze geraakt. Tot in haar buik wordt ze geraakt. Het is geen Hebreeënkind. Ja, dat ook. Maar het is bovenal een mensenkind. En zij is niet van goddelijke komaf. Ja, dat ook. Je zult maar de dochter van Farao zijn. Maar ze is bovenal vrouw en mensenkind.

De naam Mozes, die zij hem geeft, is een halve naam. ‘Zoon van…’ ‘Geboren uit…’ Alsof ze het nog niet weten kan. In ieder geval niet: ‘Zoon van de Nijl’ of ‘Geboren uit Farao’. Een beetje verbasterd in het Hebreeuws, betekent zijn naam: ‘Ik heb hem uit het water getrokken.’ Onttrokken aan de machtige mythes van Egypte, aan alle goddelijke aanspraken.

Want je kunt op twee manieren kijken naar de Nijl en naar de grootse cultuur van Egypte. Als je aan de knoppen zit, betekenen die rijkdom en eeuwige voorspoed. Maar van onderop bezien is het een bloedbad. Kijk naar de slaven, die zich kapot moeten werken. Kijk naar de rijkdom, die er slechts voor enkelen is.

Niet aan de kant blijven staan. Naast de ander gaan staan. Is dat niet wat de Eeuwige zelf gedaan heeft? Hij is afgedaald, zegt het verhaal. Hij is met zijn pretenties dat hij als god het goede voor heeft met alle mensen, niet blijven zitten waar hij zat. Hij weet wat er onder mensen leeft omdat hij een van ons geworden is. ‘Kijk dan, Farao! Jouw Nijl is bloed. Ze stinkt. Ze zaait dood en verderf.’

Mozes, ‘Zoon van…’, ga naast deze Ene staan. Weet dat je uit hem geboren bent. Hij is onze hoop. En hij is de grote tegenspraak, als wij ons nestelen in Egypte.

IV
Hij is onze hoop. Dat is wel waar ik bij blijf hangen, met de gebeurtenissen van de afgelopen week in mijn achterhoofd.

Dat is hoop waar we niet zonder kunnen, juist nu niet.

Want hoop wijst ons erop dat de impact en alle gevolgen van het virus die we om ons heen zien niet het laatste woord hebben.

Hoop voorkomt dat we lam worden geslagen door onze angsten of zorgen.

Hoop wijst ons de weg en opent onze ogen voor de kleine tekenen van licht om ons heen.

En het is een betrouwbare hoop, omdat hij inderdaad afdaalde en naast ons kwam staan.

Ik denk dat Thomas Halik daar iets heel treffends over zegt in zijn boek ‘Niet zonder hoop’. Hij stelt dat hoop iets significant anders is dan optimisme. Want optimisme is de aanname ‘dat alles goed zal komen’. Waardoor het helaas vaak al snel omslaat in pessimisme, moedeloosheid of cynisme.

Maar hoop daarentegen is volgens hem een kracht die zelfs een situatie kan doorstaan waarin nog geen belofte is van een happy end of de garantie dat alles goed zal komen.

Terug naar Mozes is dat ook hoe God in het begin aan hem verscheen, en waarmee hij Mozes op pas stuurde. Met een opdracht én een hoopvolle belofte. ‘Ga en red mijn volk, dan zal Ik zal met je zijn’.

God geeft geen garantie voor een stralend succes of de belofte van een pijnloos proces of een makkelijk verhaal. Hij belooft slechts (of is dat misschien hoopvoller dan al het andere): Ik zal bij je zijn.

Ik zal bij je zijn wanneer de huidige maatregelen grote impact hebben op je leven en je welzijn.

Ik zal bij je zijn in je onzekerheid en angst voor de toekomst.

Ik zal bij je zijn wanneer de combinatie van werk en zorg voor je kinderen te veel lijkt te worden.

Ik zal bij je zijn wanneer je je zorgen maakt over de gezondheid van anderen of die van jezelf.

Zoals God belooft ‘Ik zal bij je zijn’, laten we zo ook met elkaar zijn.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.