Preek van de Week – Zondag 21 mei ’17 door ds. Marga Baas

Lezingen:
Ruth 1, 22 – 2, 23
Johannes 16, 23 – 30

Naast Ruth klonk vandaag een gedeelte uit het evangelie.

Ik zou het niet gelezen hebben, als niet de naam van deze zondag juist aan deze woorden uit Johannes was ontleend.

Rogate – dat betekent: vraagt.

Jezus is langdurig en diepgaand met zijn leerlingen in gesprek.

Hij bereidt hen voor op de nabije toekomst, wanneer hij niet meer in levende lijve in hun midden aanwezig zal zijn.

Zijn dood en opstanding luiden het begin in van een andere vorm van verbondenheid tussen de leerlingen met Jezus en met God.

In die context komt het gebed ter sprake.

Niet langer zullen de leerlingen Jezus vragen voor hen en de wereld te bidden.

Want zij hebben, door hem, zelf de toegang tot Gods hart leren kennen.

Daarom kunnen zij zich direct en vrijmoedig met God en Gods bedoelingen verbinden.

Door te bidden in Jezus naam.

“Door Jezus Christus, onze Heer”.

Die woorden, waarmee wij ons bidden vaak besluiten, zijn geen loze formule.

Ze drukken uit dat wij ons tot God wenden met Jezus’ levensweg voor ogen,

dat wij bidden in zijn Geest.

Zo wordt ons vragen, en trouwens ook ons ontvangen, helemaal gekeurd door hem – door zijn ontferming en liefde voor gerechtigheid.

 

Bij deze nieuwe vorm van spreken tot God past, aldus Johannes, ook een nieuw spreken over God.

Zonder beeldspraak; zonder metaforen die tegelijkertijd verbergen en onthullen.

Die zijn blijkbaar niet  meer nodig, wanneer  mensen God als levende werkelijkheid in het hier en nu ervaren.

 

In deze afscheidsrede van Jezus  worden de leerlingen in een wonderlijke volwassenheid gesteld.

Zijn heengaan maakt de gemeente tot verantwoordelijke mensen, die  op eigen benen hun weg moeten zoeken in de wereld.

Jezus verdwijnt van het toneel.

Wij staan aarzelend in de coulissen te wachten.

Maar we worden uitgenodigd om achter de coulissen vandaan te komen en onze rol op ons te nemen.

Om ons biddend te verbinden met God en zo ook daadwerkelijk betrokken te worden in de geschiedenis van schepping en bevrijding die Hij is begonnen: van donker naar licht, van dood naar leven, van chaos naar vrede en recht.

Aan die geschiedenis krijgen wij deel door Jezus, door de woorden van Mozes en de profeten, door de psalmen en de geschriften.

 

Vanmorgen buigen wij ons over een van die geschriften: Ruth.

We lezen het vanuit de vraag hoe de geschiedenis van God gestalte krijgt,

hoe de naam van God werkelijkheid wordt in het gewone, alledaagse bestaan,

hoe de weg zich voltrekt van omkeer naar vervulling en volheid van leven.

 

Het boekje begint met de tekening van een wereld zonder hoop.

Er is hongersnood in Israël.

Zelfs in Bethlehem, het Brood-huis, valt niets meer te eten.

Gedwongen door de barre economische omstandigheden trekken een man, zijn vrouw en twee zonen weg uit Bethlehem, naar Moab.

De eerste naam die genoemd wordt is die van de man.

Hij is er in dit verhaal eigenlijk ook alleen maar om het initiatief te nemen tot migratie.

En om met zijn naam te verwijzen naar de Eeuwige.

Elimelek, heet hij: God is koning.

Maar de grote vraag die hier wordt opgeroepen is waaraan dat koningschap van God dan wel te merken valt.

Want Elimelek sterft als vreemdeling in een vreemd land.

Met zijn plotselinge dood verschuift het perspectief van hem naar de hoofdpersoon uit dit boekje: Noömi, de Lieflijke.

Zij blijft over na de dood van haar man – zij en haar twee zonen.

Het verhaal staat maar kort bij die twee jongens stil.

Beiden doen zij vrouwen uit Moab op.

Maar ook die twee sterven: Machlon ( de ziekelijke) en Kiljon ( de afgeschrevene).

En met nadruk wordt nog eens gezegd:

Noömi blijft over.

Zonder kinderen, zonder man.

Zonder hoop, zonder toekomst; en ook: zonder God?

Er is geen enkel perspectief, behalve de terugkeer.

Dat woord klinkt tot twaalf keer toe in het eerste hoofdstuk.

En dat doet Noömi tenslotte ook: opstaan en terugkeren.

Daarmee begint het eigenlijke verhaal.

Die terugkeer lijkt allereerst een tocht naar het verleden te zijn:

terug naar de plaats waar Noömi werd geboren en ooit vandaan ging.

Daar wil ze oud worden, sterven en begraven worden.

Maar het wordt een weg waarop de toekomst zich opent.

Op een onverwachte, uiterst verrassende wijze.

Want Noömi gaat niet alleen.

Zij wordt vergezeld door beide schoondochters.

De vraag is wel wat die als allochtone vrouwen en weduwen zonder kinderen in een  vreemd land te zoeken hebben.

Orpa kust Noömi dan ook ten afscheid en keert haar de rug toe.

Ruth maakt een andere keuze.

Zij houdt Noömi vast, zij hecht zich aan haar.

Het woord dat hier valt duidt elders op de gehechtheid tussen man en vrouw, tussen Israël en de Eeuwige.

“Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw en die twee zullen tot één vlees worden.”

Ruth kiest voor Noömi in volstrekte solidariteit en trouw.

Zij gaat, zoals ooit Abraham ging.

Die trok weg – uit zijn land, zijn familie en zijn vaderhuis vandaan, het onbekende tegemoet.

Ruth kiest een soortgelijke weg.

Bewogen om de nood van Noömi.

In beweging gezet door die vreemde God van Israёl, die in haar bestaan is binnengebroken en die de orde van haar leven in Moab voorgoed heeft verstoord.

Zo doet zij haar naam recht.

Ruth – vriendin, bondgenoot.

Het duurt trouwens  nog even voordat de ogen van Noömi voor deze bijzondere vriendschap open gaan.

Want als de vrouwen in Bethlehem verbijsterd zeggen: Is dit nu Noömi? gaat zij in haar heftige antwoord aan Ruth voorbij.

Niet langer wil zij Noömi, de Lieflijke heten.

Bitter is zij.

Alles is haar uit handen geslagen.

En God?

Het is alsof zij tegen zijn rug aankijkt.

Zij ziet God niet meer in zijn goedheid en toewending naar mensen.

Zij kent hem niet meer als degene die gezegd heeft: Ik zal er zijn.

Zij ervaart God alleen in zijn verborgenheid, als een tegenstander, een donkere wolk.

Voor haar is de terugkeer naar Bethlehem haar laatste gang.

Een gang die zij in bitterheid maakt: Mara.

Het is de naam van een bron in de woestijn waaruit niemand drinken kon.

De naam voor een dood leven.

Maar de verteller laat het eerste hoofdstuk niet in bitterheid en verdriet eindigen.

Hij noemt nogmaals Ruth.

En hij verwijst naar het begin van de gerste-oogst.

Het is Pasen als Noömi met Ruth in Bethlehem aankomt.

Er is weer volop brood in Bethlehem.

Kanaän is weer land van belofte.

Er opent zich perspectief, ook voor Noömi.

En dat alles dankzij die andere vrouw – een buitenstaander, een vrouw met een hoofddoekje, die in de ogen van de mensen altijd een vreemdelinge zal blijven.

Maar tegelijk een vrouw die zonder reserve gekozen heeft voor Noömi, voor Israël, voor de Ene en Eeuwige.

Door de vastberaden trouw van Ruth breekt er toekomst door .

Door haar vriendschap en solidariteit word God weer een lichtende werkelijkheid in Noömi’s leven, in plaats van een duister geheim.

 

Dan volgt het tweede bedrijf.

Ruth gaat aan het werk op de akkers rondom de stad: aren lezen achter de maaiers.

Wij als hoorders stellen ons al in op de ontmoeting die volgt.

Want het treft.

Het stuk land dat zij betreedt behoort aan Boaz uit Bethlehem, een verwant van Elimelek.

Als hij ten tonele verschijnt klinkt Gods naam in de groet die hij en de maaiers onderling uitwisselen.

De Heer zij met u! De Heer zegene u!

Een alledaagse groet misschien, zoals Grüss Gott of Adieu.

Maar de verteller van het verhaal voegt dit detail niet zonder reden in.

Hier zien mensen elkaar in het licht van Gods genade.

Zou dat ook voor Ruth gelden?

Wordt  zij  ook gezien?

Boaz’ oog valt op haar.

En misschien heeft hij ook, vanaf dit allereerste begin, al een oogje op haar.

Wie zal het zeggen.

In elk geval krijgt hij direct te horen wie zij is: een vreemdelinge.

Het is maar de vraag of zij  aanspraak kan maken op de Thora, op de rechten van een gast in Israël.

Maar Boaz spreekt haar aan.

“Ga niet naar een ander volk, trek niet weg van hier, sluit je aan.”

Met andere woorden: Boaz gunt Ruth een plaats.

En hij doet dat royaal en ruimhartig.

Hij zorgt dat ze niets tekort komt, deelt brood en wijn met haar en geeft haar bescherming.

De reden van deze menselijke, messiaanse levenshouding?

Boaz verwoordt het zelf.

Hij is diep onder de indruk dat Ruth zich door een eed, een belofte op leven en dood, aan Noömi heeft verbonden.

In de Joodse traditie wordt de houding van Ruth aangeduid met het woord chesed:

daden van zorg en liefde die verdergaan dan het verplichte en die de kwaliteit van generositeit, een overvloedig geven, hebben.

Door die liefdevolle trouw van Ruth is Boaz zo geraakt dat hij haar op een zelfde wijze bejegent.

Hij maakt met zijn woorden en daden waar wat Ruth aan Noömi heeft toegezegd:

jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God.

Ruth, aldus Boaz, mag schuilen onder de vleugels van de Eeuwige.

 

Waar zien we iets van de geschiedenis van God oplichten in deze wereld?

Hoe krijgt Gods naam gestalte?

Het verhaal van Ruth maakt het zonneklaar: door mensen die voor elkaar instaan.

Zoals Ruth voor Noömi.

Zoals Boaz op zijn beurt voor Ruth.

Middenin het gewone leven doen zij meer dan het gewone.

Zij brengen met hun levenshouding een omkeer, een wending ten goede teweeg.

Door Ruth en Boaz ervaart Noömi dat God zich niet van haar heeft afgewend.

Zij kijkt niet langer tegen zijn rug aan.

Zij ziet weer de afglans van zijn aangezicht.

In de jonge vreemdelinge die zich met haar heeft verbonden.

En in  Boaz, de naaste verwant die trouw betoont aan de levenden en de doden.

Daarom klinkt niet alleen aan het begin, maar ook tegen het einde van hoofdstuk 2

de Naam van de Eeuwige: Ik zal er zijn.

Ditmaal uit de mond van Noomiö.

Niet meer als vraag, als protest of als klacht.

Maar als een woord van zegen.

 

Aan het slot van het boekje worden die woorden overgenomen door de andere vrouwen in Bethlehem: “Gezegend is de Eeuwige!”

Dan is er ondertussen nog heel wat gebeurd.

Want na de dag op het veld is er de nacht op de dorsvloer.

Ruth zet daarbij alles wat ze is op het spel  om een beroep op Boaz te doen.

Gebaad, gezalfd en gekleed als een bruid legt ze zich in het donker bij hem neer.

Als hij wakker wordt en vraagt wie zij is, speelt zij met haar antwoord in op de woorden die hij eerder tot haar sprak:

Spreid je vleugel uit over je dienares, jij bent mijn losser!

 

Wat in het verborgene van de nacht werd beloofd, wordt in het openbaar bekrachtigd.

Het vierde en laatste hoofdstuk begint in de poort, de plaats waar recht wordt gesproken.

Boaz treedt inderdaad op als losser, omdat een andere verwant van Naomi, Peloni- almoni ofwel meneer zus en zo, van zijn lossingsrechten afziet.

De mannen van Bethlehem spreken hun zegenwensen uit over het huwelijk van Boaz en Ruth.

En dan klinkt het kort en krachtig: “En de Heer gaf Ruth zwangerschap”

Het is de eerste en laatste maal dat God direct als handelende persoon in het verhaal zijn intrede doet.

Ja, God is het die toekomst en volheid van leven schenkt.

Maar nooit buiten mensen om.

De vrouwen van Bethlehem geven daaraan stem, als zij  Gods Naam opnieuw prijzen.

“Gezegend is de Eeuwige die jou op deze dag iemand gegeven heeft die voor je zorgen zal!” zeggen zij tot Noömi, als de pasgeboren zoon van Ruth en Boaz in haar schoot wordt gelegd.

“Obed” noemen zij het kind: de dienende.

Hij zal voor Noomi zorgdragen en zo in dienst van Gods toekomst staan.

Uit hem zal Isaï voortkomen, de vader van David de koning.

Het is in de daadwerkelijke solidariteit van mensen dat Gods koningschap zichtbaar wordt.

De vrouwen uit Bethlehem zijn daarvan diep doordrongen.

Want in één adem met de Eeuwige noemen zij Ruth en geven de diepste betekenis van haar naam prijs: zij die jou liefheeft.

“je schoondochter, zij die jou liefheeft, heeft hem gebaard,

zij die beter is dan zeven zonen voor jou”.

Zij die (jou) liefheeft.

De liefde van Ruth is de belichaming van de trouw van de Eeuwige zelf.

Niet voor niets is Ruth opgenomen in de geslachtslijst van Jezus.

Een messiaanse gestalte is zij, een mens die instaat voor God en Gods toekomst:

een wereld waar brood en liefde is genoeg voor allen.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.