Preek van de Week – Zondag 21 juli ’19 door ds. Marga Baas

1.
In 1944 stichtte Roger Schutz in het bourgondische plaatsje Taizé een oecumenische communiteit, die jaarlijks aan duizenden mensen gastvrijheid biedt.
Naast de onderlinge ontmoeting maken vooral de dagelijkse vieringen indruk op de gasten.
In deze gebedsdiensten neemt de stilte een bijzondere plaats in.
Na de lezing van de dagtekst zijn mensen langdurig stil – 10 minuten of meer.

Gezien de eerste ervaring met de stilte in deze zomervieringen – 4 à 5 minuten na de overweging – is het goed voorstelbaar dat nieuwkomers in Taizé daar de eerste keren aan moeten wennen.
Toch geven velen achteraf te kennen, dat zij juist door de langdurige gezamenlijk stilte werden geraakt, al valt het niet mee om onder woorden te brengen wat het nu is dat deze ervaring zo bijzonder maakt.
De broeders in Taizé sluiten met hun aandacht voor de stilte aan bij een eeuwenoude traditie, die nog altijd in kloosters wordt gepraktiseerd.
Ook in de eenvoudige vieringen van het stadsklooster vormt de stilte het kloppend hart.

Wat is de betekenis van stilte,  en van de stilte in de liturgie?
Wat wordt ermee beoogd?
Bewust samen stil zijn heeft iets tegendraads.
Het gaat in tegen de normale gang van zaken.
In het dagelijks leven worden we overstelpt door een vloed van woorden en beelden.
We hebben de stilte verloren; we zijn van de stilte vervreemd.
Bewust ruimte maken voor stilte in de liturgie is een teken van protest en een daad van ascese in een oorverdovende samenleving.

Maar er is meer.
De uiterlijke stilte schept ruimte voor de innerlijke stilte.
Samen stil zijn in het kader van een viering is een manier om de innerlijke stilte te leren ontdekken en in te oefenen.
De liturgie kan de bedding zijn voor persoonlijke momenten van verstilling en inkeer: mediteren; schrijven; het zelfgesprek dat tot gebed wordt, zoals in de dagboekaantekeningen van Dag Hammarskjöld en Etty Hillesum.

Zowel de gemeenschappelijke als de persoonlijke momenten van stilte vragen om oefening, om een zekere discipline.
In de leefregel van Taizé die iedere broeder bij zijn intrede aanvaardt, staat te lezen:
“Innerlijke stilte vraagt allereerst dat men zichzelf vergeet om de verwarrende stemmen tot bedaren te brengen en de zorgen die ons in beslag nemen meester te worden – als een mens die telkens een nieuw begin kan maken en nooit ontmoedigd raakt, omdat hem/haar altijd vergeven wordt.
De stilte maakt ons gesprek met Jezus Christus mogelijk.
Maar wie vreest niet de stilte en wil zich niet liever vermaken als er gewerkt moet worden, het gebed ontvluchten door zich te vermoeien met onnodige bezigheden, terwijl hij de naaste en zichzelf vergeet? Je dialogisch leven met Jezus Christus verlangt deze stilte.”

Innerlijke stilte is ontvankelijkheid voor de tegenwoordigheid van het Heilige, van de Heilige.
We kunnen deze Aanwezigheid niet organiseren, maar we kunnen wel leren ons open te stellen – voor anderen, voor de Ander, voor God.
Zoals we aan het begin van deze dienst hebben gebeden:
Gij wacht op ons totdat wij opengaan voor u.
Wij wachten op uw woord dat ons ontvankelijk maakt.
Stem ons af op uw stem.
Stem ons af op uw stilte.
Stilte in de betekenis van deze open en aandachtige ontvankelijkheid is meer dan een middel, een instrument.
Het is een fundamentele levenshouding, die het hele bestaan kleurt.

2.
Om ons daarin verder te verdiepen lazen we bij de voorbereiding van deze dienst het verhaal van Samuel, samen met enkele overwegingen van Loed Loosen, de pater Jezuïet die in deze stad en daarbuiten voor zoveel mensen een inspirerende leermeester is geweest.

Samuel wordt ons in dit Bijbelgedeelte getekend in al zijn onbevangenheid. Hij is open en ontvankelijk voor wat er op hem afkomt.
Daarmee is de meest wezenlijke karakteristiek gegeven van wat wij religiositeit noemen.
Geloven is iets anders en gaat dieper dan aannemen dat God bestaat.
Geloven staat voor een fundamentele levenshouding, die gekenmerkt wordt door openheid voor wat zich aandient, voor het steeds weer nieuwe en andere van het nooit te vatten gebeuren van God in deze wereld.
Samuel kende God “nog niet”; de Eeuwige had zich “nog niet” aan hem geopenbaard – zo staat er in het verhaal.
Die woorden kunnen we lezen als een momentopname van Samuel.Je kunt ze ook opvatten als de typering van een mens die gelovig en dus open in het leven staat, die bereid is zich keer op keer te laten verrassen en voor wie God ieder ogenblik nieuw is.

3.
Samuel is jong.
Hij draagt geen pantser om zichzelf te beschermen.
Hij verbergt zich niet.
Hij is kwetsbaar, aanspreekbaar.
Is die openheid iets dat enkel bij het kind zijn hoort?
Betekent volwassen worden je nieuwsgierigheid en je vermogen om je te verwonderen verliezen, op slot gaan, jezelf verschansen, je afgrendelen voor het geheim van het leven?
Of is het mogelijk om tot op hoge leeftijd deze ontvankelijkheid te bewaren?
Wek mijn zachtheid weer,
geef mij terug de ogen van een kind.
Dat ik zie wat is
en mij toevertrouw
en het licht niet haat.
zingt de dichter – een gebed tegen verbittering en cynisme, een vraag om hernieuwde openheid en vertrouwen jegens het leven en alles wat zich aandient.

4.
Openheid betekent dat je kunt luisteren.
Luisteren en horen zijn kernwoorden in onze geloofstraditie.
Ze hebben voor ons misschien een verschillende gevoelswaarde.
Maar in de context van de Bijbel staan deze twee woorden beide voor de houding van de mens die leeft in de verwachting van Gods nabijheid.
De joodse gelovige houdt zichzelf dagelijks in het gebed de oproep voor: “Sjema Jisraeel,
hoor Israel!”
Jezus roept in het evangelie herhaaldelijk tot luisteren op: “Wie oren heeft om te horen, moet horen!”
Volgens het getuigenis van de Schriften kunnen mensen God niet zien, maar krijgen ze wel iets van God te horen.
Daarom is het belangrijk om luisterend in het leven te staan.
Ik citeer Loed Loosen:
“Luisteren wil zeggen dat je liever aanspreekbaar bent dan zelfverzekerd. Liever ontvankelijk dan onverschillig. Het betekent dat je dus niet leeft in de houding van: “Ik heb het allemaal wel bekeken; ze hoeven mij niet meer te vertellen.” Maar dat je probeert te verstaan wat de werkelijkheid onder de oppervlakte ons te zeggen heeft en dat je bereid bent je te laten vormen – en omvormen – door wat ons tegemoet treedt. En dat je toegankelijk blijft voor de zorgen en vragen voor anderen.” (Het derde testament, p. 34, 35). Luisterend leven is bereikbaar zijn.
Wij hoeven niet van alles in het werk te stellen om in de nabijheid van God te komen.
Wij hoeven er alleen voor te zorgen dat wij leven als iemand die bereikbaar is.

5.
Hoe doe je dat?
Om te kunnen horen is aandacht en verstilling nodig, inkeer.
Etty Hillesum heeft het in haar dagboeknotities over: sich-hinein-hören.
Zonder de stilte van de inkeer dreig ik een speelbal te worden van allerlei gebeurtenissen en stemmingen, verlies ik het vermogen mij af te stemmen op de Aanwezigheid van de Ander, vermindert mijn compassie met mensen, kan het geloof geen wortel schieten en tot iets persoonlijks worden dat helemaal verweven is met mijn bestaan.
In de stilte komen dingen naar boven die ondergesneeuwd of verdrongen raken in het leven van alledag.
In de stilte kan de werkelijkheid tot ons gaan spreken; kan zij God stem worden.
Waar we tijd en ruimte maken voor inkeer, groeit in onszelf de innerlijke stilte en kan het leven tot een samenspraak met God worden, of, zoals het in de regel van Taizé staat, tot een dialoog met Christus.
Het gebed dat Samuel tenslotte bidt, heeft een opmerkelijk karakter.
Hij bidt niet: “Heer, luister naar wat ik U zeg”.
Hij bidt het omgekeerde: “Spreek Heer, uw knecht luistert”.
Als bidden een vorm is van ontmoeting en communicatie, dan is luisteren een minstens zo wezenlijk aspect van bidden als spreken.

6.
Volgens het Bijbels verhaal hoorde Samuel in zijn slaap een stem; de stem van God
die hem bij name riep: “Samuel, Samuel.”
Spreken over Gods stem is beeldspraak.
God heeft geen stembanden.
Gods stem laat zich niet registreren met welke fijngevoelige apparatuur ook.
Maar in deze beeldspraak wordt een belangrijke ervaring overgedragen.
Ik word geroepen.
Er wordt een appel op mij gedaan.
Er klinkt een vraag, een uitnodiging – die mij onderbreekt in mijn gang en die mij uit mijn evenwicht brengt.
Geloven wil zeggen: ingaan op die roep, antwoord geven.
Hier ben ik, antwoordt Samuel.
Hineni, in het Hebreeuws. Me voici, in het Frans.
In die talen wordt, meer nog dan in het Nederlands, duidelijk dat het om beschikbaarheid en verantwoordelijkheid gaat, in reactie op een aanspraak waaraan ik me niet kan onttrekken.
Ik ben niet langer subject, maar ik word in verantwoordelijkheid gesteld.
Dag Hammarskjöld spreekt in de laatst geciteerde dagboekaantekening confronterend van onderworpenheid.
Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde.
Ik weet niet wanneer zij gesteld werd.
Ik herinner me niet dat ik antwoordde.
Maar eens zei ik ja, tegen iemand – of iets.
Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft.

7.
In de geschiedenis van Samuel wordt de stem in de nacht herkend als de stem van God,
zodra Eli deze ervaring als zodanig duidt en zich – in alle donkerheid en godsverduistering – te binnen brengt, dat de God van Israël een God is die mensen bij name roept, zoals eens Mozes geroepen werd in de woestijn.
Zonder een traditie van verhalen en beelden, zonder referentiekader kan de stem die in de stilte spreekt niet of nauwelijks worden verstaan.
Tegelijkertijd betekent de ontvankelijkheid van een luisterend leven dat traditie niet verstart, maar telkens weer wordt opengebroken door het verrassend nieuwe dat op ons afkomt.
Openbaring is geen voorgoed afgerond en voltooid proces, maar gaat door, zolang mensen
iets op het spoor komen van de Eeuwige die schuilgaat in ons leven met elkaar.
De stem van God is niet luid en overdonderend, maar kwetsbaar, een stem die de stilte niet breekt.
Ieder moment kan die stem overschreeuwd worden door alle andere stemmen binnen en buiten ons.

8. Luisterend leven is niet gemakkelijk.
Sporen van God ontdekken is niet hetzelfde als pasklare antwoorden aangereikt krijgen.
Het appel dat op ons wordt gedaan leidt bepaald niet altijd tot gemakkelijk begaanbare paden.
Toen Loed Loosen schreef over de bereidheid om je te laten vormen en omvormen door wat zich aandient, had hijzelf te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek was.
Er zijn tijden dat God voor ons verborgen blijft.
Openheid betekent God niet afschrijven, maar het uithouden in alle vragen en onzekerheden.

9.
De heenreis naar binnen is onverbrekelijk verbonden met de terugreis de wereld in.
De stem in de nacht zet ons op de vreugdevolle en pijnlijke weg naar anderen die ons nodig hebben.
Hier in dit stervend bestaan
worden wij mensen van God,
liefde op leven en dood.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.