Preek van de Week – zondag 20 november ’16

Thema: ‘Tijd als hoop’
Voorafgaand aan de Bijbellezingen werd een tekst van Vaclav Havel gelezen over ‘Hoop’:

Diep in onszelf dragen we hoop:
als dat niet het geval is,
is er geen hoop.
Hoop is de kwaliteit van de ziel
en hangt niet af
van wat er in de wereld gebeurt.

Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.

Hoop
in deze diepe en krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.

Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet alleen omdat het kans van slagen heeft.

Hoop is niet hetzelfde als optimisme
evenmin de overtuiging
dat iets goed zal aflopen.
Wel de zekerheid dat iets zinvol is
afgezien van de afloop,
het resultaat.

Jesaja 43, 14 – 21

1 Petrus 3, 13 – 17

 

I
‘Tijd als hoop’ is het thema voor vandaag. Het kost mij moeite om die twee aan elkaar te verbinden: tijd en hoop. Hoe hoopvol is de tijd waarin wij leven? De wereld piept en kraakt. Het is onvoorspelbaar geworden waar het naar toe gaat. Daarom ben ik blij met wat Vaclav Havel schrijft: ‘Hoop hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.’ Het is een kwaliteit van de ziel, zegt hij. ‘Diep in onszelf dragen we hoop: als dat niet het geval is, is er geen hoop.

II
Tijd en hoop, hoe verhouden die zich tot elkaar? ‘Hoop is niet voorspellen of vooruitzien,’ zegt Havel. Trendwatchers en mensen met een vooruitziende blik kunnen geen hoop bij je wakker maken. De tijd staat met de mond vol tanden, zo lijkt het. Ze struikelt van het ene incident in het andere. Sommige gebeurtenissen stemmen je optimistisch, maar blijken met de tijd anders uit te pakken dan je hoopte. Andere gebeurtenissen stemmen je pessimistisch, waarbij je alleen maar mag hopen dat de schade enigszins beperkt blijft. Zoek de hoop niet in de inschattingen die je maakt als je naar de wereld kijkt en naar alles wat daar gebeurt. ‘Hoop is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, voorbij de horizon verankerd.’

Tijdens het gesprek, ter voorbereiding op deze dienst, hebben we gekauwd op de woorden van Havel, vóór we gingen luisteren naar de lezingen uit Jesaja en uit de brief van Petrus. De woorden van Havel gaven ons veel te denken. Vooral waar hij zegt dat hoop voorbij de horizon verankerd ligt. Dat zijn diepe gedachten. En in diepe gedachten kun je makkelijk verdwalen. Alleen gebeurde dat niet. Persoonlijke intieme ervaringen kwamen boven en werden gedeeld: Over de glimp, diep van binnen, die godzijdank niet van wijken wist in een donkere en onzekere levensfase. Over de muziek van Bruce Springsteen die recht doet aan de rauwheid van het leven, die je zelf  zo goed herkent. Maar waar ook een onverklaarbare lichtheid uit opstijgt die nergens goedkoop wordt. Over bevrijding die je kunt ervaren als je door schade en schande hebt moeten leren dat het leven niet maakbaar is en dat hoop niets kan met opgestroopte mouwen. Ongewild stil gelegd worden en voor het eerst werkelijk hoop ontdekken, diep van binnen. Hoop als onvermoede bron.  Over de kracht die je vind in jezelf om niet meer weg te lopen bij jezelf vandaan, zonder dat je weet waar al die inspanningen toe zullen leiden. Maar zeker weten dat het goed is. Dat werd allemaal gedeeld en herkend tijdens het gesprek ter voorbereiding op deze dienst.

Het was gewoon een uur in elk van onze agenda’s. De tijd tikte gewoon weg. En ieder ging daarna gewoon zijns weegs. Maar tegelijkertijd was dit zo’n uur voorbij de horizon verankerd. Tijd als hoop. Tijd waarin we terug gebracht werden bij onszelf, bij een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart. En in dat hart van ieder van ons afzonderlijk pasten ook de anderen.

III
Tijd en hoop, hoe verhouden die zich tot elkaar bij de profeet Jesaja? Veertig jaar lang al leven ze in Babel in ballingschap, het volk van Juda en Jeruzalem. Wie in de kracht van hun leven werden gedeporteerd, zij zijn oud geworden. Alleen de wond van binnen blijft voor altijd jong. Traumatisch moet het zijn geweest: het niets ontziend geweld, de totale vernietiging van Jeruzalem. Wie toentertijd nog klein was is er door getekend, zonder het zich bewust te kunnen maken. Zij zijn de leiders van vandaag, geheel geïntegreerd in Babel, het centrum van de wereld. Om nog maar niet te spreken van de generatie die in Babel werd geboren. Jeruzalem hebben ze nooit gezien. Jeruzalem hebben ze nooit gemist. Babel is hun stad.

In die setting laat Jesaja 2.0 van zich horen. Hij staat in de traditie van de eerste Jesaja en van Israëls profeten. Dat wil zeggen: Hij is geen trendwatcher. Hij voorspelt de toekomst niet. Een profeet spréékt. Zijn woorden slaan nergens op. Ze slaan ín. Het is de Eeuwige die het woord neemt via zijn profeten: ‘Dit zegt de Ene, jullie bevrijder, de Heilige van Israël.’  Jesaja brengt de onrust van schuivende machtsverhoudingen in de wereld in verband met God die spreekt. De Meden en de Perzen doen de macht van het Babylonische wereldrijk wankelen. Er wordt gevochten aan de grenzen. De hegemonie van Babel brokkelt af. En Jesaja zegt: ‘Het is de Ene, die het doet, de Heilige van Israël, jullie Bevrijder!’

Het eerste dat we als mensen van hier en nu zouden moeten zeggen is: ‘Daar doen we niet meer aan mee: de loop van de dingen aan God toe schrijven.’ Het getuigt van intellectuele luiheid en niet zozeer van vroomheid om te zeggen dat God natuurlijk het al in handen heeft. Als dat zo zou zijn, zou hoop wel degelijk afhangen van wat er in de wereld gebeurt. Dan was alles Gods wil.  Hij leidt de dingen immers wel ten goede? Maar is dat dan niet wat Jesaja 2.0 zegt als hij de ‘coming man’, Cyrus de koning van de Perzen, een werktuig noemt in Gods hand? Met de woorden uit dat onvergetelijke liedje van Koot en Bie: ‘Onze God is toch de beste. Onze God is kampioen.’?

Nee, de vriendelijke verleidelijke zelfingenomenheid, die uit dat liedje spreekt, kent Jesaja niet. Daarvoor is er te veel gebeurd. God heeft het afgelegd tegen de goden van Babel. Hij is mee ten onder gegaan toen zij zelf ten onder gingen. De God van Israël hoort voortaan bij het trauma van de verwoesting van Jeruzalem. God is het gat in hun bestaan. Alleen in klaagliederen komt zijn naam over de lippen, als een herinnering die pijn doet: Jij was het toch die ooit onze voorvaders en voormoeders bevrijdde uit Egypte? ‘Waar bent Jij die een weg door de zee baande, een pad door machtige wateren?’ Klaagliederen zetten de toon. Tot Jesaja spreekt. Woorden die hij niet waar kan maken. Woorden die alleen maar komen als de hemel je lippen aanraakt. Zoals het bij de eerste Jesaja ook gebeurde, toen een engel met een tang en een vurig kooltje zijn mond aanraakte. Voor niemand een aanlokkelijk vooruitzicht. Ook niet voor een profeet. Jesaja spreekt woorden, voorbij de horizon verankerd. Om met Havel te spreken. Woorden, nergens anders dan in God zelf verankerd. Voorbij elke menselijke horizon. Ja, ook voorbij de horizon van de gelovige.

‘Blijf niet staan bij wat eertijds was,’ zegt Jesaja. Houd niet vast aan het verleden. Blijf niet hangen in de klacht. ‘Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het – heb je het nog niet gemerkt?’ Nee, God, ik merk er niets van. Het maakt namelijk niet uit of je door de kat of door de hond gebeten wordt. Speelbal zijn we van de machten die de tijd beheersen. En Jij bent nergens te bekennen, dan in onze klacht. ‘Kijk nog eens goed,’ zegt Jesaja. In de donkere aarde, dicht bij de klacht, ontkiemt er iets: een nieuw begin, een nieuwe tijd, voorbij de horizon verankerd. In de wildernis van de geschiedenis, daar waar jullie dwalen, begint er iets te stromen. Rivieren in de woestijn. Je snapt niet hoe het kan. De bron kun je niet traceren. Omdat ik die zelf ben. Ik ben niet af te leiden uit de geschiedenis. Ik ben nergens als jij nergens bent. Ik-ben-die- ik-zijn-zal, jullie bevrijder, de Heilige van Israël. Ik ben de glimp van hoop, die diep bij jou van binnen niet van wijken weet. Voorbij de horizon verankerd.

Tijd en hoop, hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Waar de loop van de dingen ons tot wanhoop drijft, waar de klok onverschillig doortikt terwijl mensen worden gekleineerd en het leven ontzegd wordt, daar klopt een hart, daar begint iets nieuws. ‘Heb je het nog niet gemerkt?’ Ja, we hebben het gemerkt tijdens de voorbereiding van deze dienst. Hoe er een hart klopt in elk afzonderlijk getuigenis over de hoop die in je is. Hoe in het luisteren naar elkaar verbondenheid ontstond. Terwijl de klok gewoon doortikte, begon een nieuwe tijd. Een tijd waarin de hartenklop het tikken van de klok doet vergeten.

IV
‘Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet alleen omdat het kans van slagen heeft,’ zegt Havel. ‘Hoop is niet hetzelfde als optimisme, evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Wel de zekerheid dat iets zinvol is afgezien van de afloop, het resultaat.’ Wie weet heeft Vaclav Havel zich laten inspireren door het fragment uit de brief van Petrus dat wij vandaag gelezen hebben. Wie weet zijn het twee zielen een gedachte. Door hoop onzichtbaar met elkaar verbonden. Tijdgenoten. Ook al zegt de klok die onverschillig doortikt dat zoiets niet kan.

Het kwaad kan je raken, maar je niet ten gronde richten. Al moet je lijden omwille van de gerechtigheid, dan nog ben je gelukkig te prijzen. Want je hoort bij een nieuwe tijd waarin je nooit in de vergetelheid zult raken. Als de klok al lang niet meer voor jou tikt, klopt nog steeds dat hart voor jou. ‘Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen,’ schrijft Petrus. Laat je inspireren door mensen als Havel, die weten van hoop, diep van binnen en voorbij de horizon verankerd.

‘Erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart,’ schrijft Petrus. Hij is de hartenklop van de nieuwe tijd. Hij is de lichte toon in de rauwe muziek van Bruce Springsteen. Hij komt je achterop als je moe en diep teleurgesteld bent over je eigen onvermogen om het tij te keren. Hij is de bron van jouw verwondering dat je hart nog klopt na alles wat je hebt doorstaan. Hij is je reisgenoot, waardoor het niet meer uitmaakt of de weg die jij gaat goed zal uitpakken. Christus is je vreugde. Hij is je hoop. Hij is je God. Maar God, hoe anders dan de goden van Babel of de God van Donald Trump, in het zadel geholpen door een grote meerderheid van protestantse christenen. Goddank dat onze hoop niet afhangt van christenen en niet van wat er in de wereld gebeurt.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *