Preek van de Week – Zondag 2 december ’18 door Tirtsa Liefting

Openbaring 8
Romeinen 8, 18 – 25

Geliefden van Christus,

Ja… wat vervreemding roept het wel op. Nog zojuist waren we getuigen van de feestelijke doop van Suus, Gijs en Eddy. Helder klonken hun namen, met de bevestiging ‘Kind van God ben jij!’ Een vreugdevolle en hoopvolle belofte van nieuw leven. En dan… vlak daarna deze tekst uit Openbaringen. Over de vier bazuinen die klinken en de rampen die daarop volgen. Het contrast kan bijna niet groter, zo lijkt het. De vreugde van nieuw leven en de confrontatie met oordeel en lijden komen hier vlak naast elkaar te liggen. Iets wat in het leven zelf soms ook misschien zo kan zijn. Alleen al in de geboorte, waar door de pijn heen nieuw leven en vreugde ontstaat. Maar helaas is het ook regelmatig andersom. Dat het lijden opeens onverwacht en rauw ons leven binnendringt, de vreugde overschaduwt.
Wat een verwarring en pijn kan dat met zich meebrengen.

Soms kan er dan wat makkelijk gezegd worden dat dat is hoe het leven is. Maar ik denk dat juist zulke ervaringen ook vaak het gevoel omhoog kunnen roepen dat dit niet is hoe het leven zou moeten zijn. Een vraag die misschien ook omhoog komt wanneer we dit Bijbelgedeelte horen. De tekst past niet bij de vreugde van deze ochtend. Maar misschien meer nog, ook niet bij ons beeld van wie God is. Bij mij kwam die vraag in ieder geval omhoog. En ik moet ook bekennen dat ik in de voorbereiding van deze overdenking behoorlijk heb geworsteld met de vraag hoe door deze tekst iets bemoedigend of hoopvols gezegd kan worden. Een bemoediging naar jullie als doopouder. Een bemoediging naar ons allemaal. En toch is dat denk ik niet onmogelijk, Daarvoor helpt het om iets beter een beeld te krijgen van de achtergrond van deze profetie.

Het boek openbaringen bevat de boodschap van Johannes aan verschillende christelijke gemeenten in klein-Azië (het huidige west-Turkije). In de tijd waarin het boek werd geschreven, hadden de christenen van deze gemeente te maken met vervolgingen. Omdat ze niet de Keizer maar Jezus wilden vereren, liepen ze het risico om gevangen genomen of gedood te worden. De visioenen, profetieën en beelden in het boek gaan dus over deze periode. En over de verwachting van de tijd dat Jezus terug komt op aarde om Gods koninkrijk volledig te vestigen.
Johannes wil de lezers als het ware een hart onder de riem steken, ze oproepen om vol te houden. Want zo laat hij zien, God heeft uiteindelijk de macht en hij heeft oog voor zijn kinderen. Dat blijkt uit twee dingen: uit de stilte en uit het antwoord dat volgt.

Openbaring kent in het totaal drie series van zogenaamde eindtijds-oordelen, de zeven zegels, de zeven bazuinen en de zeven schalen. In de hoofdstukken hiervoor zijn de eerste zes zegels geopend. Ons hoofdstuk begint vervolgens met de opening van het zevende zegel. En dan… in plaats van directe actie, is het stil. Te midden van de aankondigen van onheil en oordeel: een half uur stilte. Een stilte waar we soms misschien zelf ook wel naar op zoek zijn in de drukte, de vragen en zorgen die het leven op ons afvuren. En een rust die we misschien ook wel specifiek op zondagochtend zoeken, samen als gezin, of hier in de kerk. Een moment van verstilling en bezinning. In het luisteren naar muziek, het aansteken van de kaars en in het gebed.

In het half uur stilte hier in openbaringen, lezen we hoe de gebeden van de heiligen, of wel de gelovigen, opstijgen naar God. Samen met het wierrook offer van de engel. De stilte waarin dit gebeurt is geen teken van Gods afwezigheid, maar een teken van God die luistert. In die stilte is God aanwezig. Net zoals hij aanwezig is, wanneer mensen in het stilteportaal een kaarsje branden, wanneer we hier in stilte onze gebeden voor God neerleggen, of wanneer we stil worden van verwondering of van verdriet.

Maar niet alleen in die genadige stilte. Zo contrasterend als het misschien lijkt…
Volgens Johannes is God ook in het antwoord dat volgt, in de bazuinen, de beelden en visioenen, die zo onwerkelijk voorkomen, en waar we voor ons gevoel misschien zo weinig mee kunnen. Maar voor de gelovigen aan wie Johannes schrijft vormen ze een boodschap van hoop en perspectief, een troost te midden van de vervolgingen en moeite waar ze mee te maken kregen. Uit eerdere hoofdstukken blijkt dat ze God hadden gebeden om recht en redding van hun onderdrukkers.
De bazuinen die vervolgens klinken zijn daarop een antwoord, wijzen naar de verlossing die op handen is.

Hoewel de beelden voor ons vooral vervreemding op roepen, staan ze voor de gelovigen uit de gemeenten in klein-Azië symbool voor God trouw en macht.
Tekenend verwijzen ze naar God die sterker is dan het kwaad, God die alles in zijn hand heeft, niet los laat, en zal komt met zijn rijk van vrede en recht. Die belofte deed God al aan het begin van de Bijbel, en die blijft hier aan het eind nog steeds onverminderd staan. Hij is erbij, en zal verlossing en vernieuwing brengen.

Ook wij kunnen daar misschien naar verlangen en uitzien naar Gods kracht, aanwezigheid en bescherming. Misschien wel in het bijzonder wanneer je de verantwoordelijkheid hebt ontvangen over nieuw, klein en kwetsbaar leven.
Het kan je extra bewust maken van de hardheid of de gevaren en problemen van de wereld waarin we leven.

In het schilderij van deze zondag, worden de bazuinen en rampen uit openbaringen
vertaald naar de hedendaagse problemen in onze eigen wereld. Zoals ontbossing, overbevissing, en vervuilde lucht en drinkwater. En hoewel dat niet betekent dat we ze daarmee aan Gods oordeel kunnen en moeten verbinden, kunnen we ze denk ik ook niet los zien van onze eigen daden en beslissingen. Steeds vaker zijn de problemen in onze wereld noodzakelijke consequenties van allerlei vormen van onrecht, uitbuiting en egoïsme. De prioriteit van het eigen geluk en succes, leidt tot een groeiende kloof tussen arm en rijk. En de groeiende verwachtingen voor onze levensstandaard, leggen een toenemende druk op het milieu.

En soms lijkt dit bijna tot een vicieuze cirkel te worden, waar we moeilijk uit lijken te komen. En waardoor we ons zorgen kunnen maken over de toekomst van de aarde, de toekomst van ons leven en dat van onze kinderen. Juist daarin kan dan sterk het verlangen ontstaan naar Gods aanwezigheid, naar zijn redding en verlossing.

Een verlangen en een hoop waarvan ook in Romeinen 8 gesproken wordt.
Daar staat dat de hele schepping hoopt op bevrijding, en er naar verlangt om te delen in de vrijheid en heerlijkheid die aan Gods kinderen geschonken wordt.
Gods kinderen, kinderen van God. Bemoedigend laat dat zien dat Gods beloften van trouw en redding niet alleen voor Israël gelden, of voor de eerste lezers van openbaringen, maar ook voor ons.

Heel bijzonder wordt dat zichtbaar in de doop. In de doop neemt God het initiatief en verbindt hij zich aan ons. Daar belooft hij zijn trouw en aanwezigheid, en bevestigt hij zijn liefde. Niet voor niets klonk er daarom ook ‘kind van God ben jij!’
De doop verwijst naar Gods eerste en overvloedige liefde, die als het ware het vertrekpunt vormt voor ons leven. In de doop worden we verzekerd van Gods onvoorwaardelijke en onveranderlijk liefde voor ons.

Een krachtige en hoopvolle belofte, juist wanneer deze onvoorwaardelijkheid van liefde en trouw in onze eigen relaties misschien lang niet altijd meer als vanzelfsprekend voelt. Spreken en hoopvol zijn dan de woorden even verderop in Romeinen 8, waar staat: “Ik ben er van overtuigd dat dood nog leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer”.

In de doop verbind God zijn naam aan die van ons. Daarom mogen we ook geloven dat verdriet, angst en dood niet het laatste woord hebben. Zoals de woorden van Johannes een boodschap van troost en redding bevatten voor de lezers, en zoals de engelen hier op het schilderij iets van Gods bewaring en aanwezigheid symboliseren, zo symboliseert de doop Gods onvoorwaardelijke trouw en zijn verbond. Daarmee is de doop geen belofte voor een makkelijk leven zonder hindernissen, of een soort magische bescherming tegen pijn of ongeluk. Hoe graag we dat misschien ook voor onze kinderen zouden willen. Maar de doop is wel een zichtbaar teken van een geloofde en gehoopte werkelijkheid, namelijk dat God een relatie met ons aangaat, dat hij met ons mee gaat, en ons geluk voor ogen heeft.
Door de doop delen we met Christus in de opstanding, en hebben we deel aan de vreugde, het leven en de toekomst die in God te vinden zijn. De doop nodigt ons uit om als Gods kinderen mee te bouwen aan zijn koninkrijk, en om hoopvol uit te zien naar het moment dat zijn vrede en recht ten volle zichtbaar worden. Daarmee lijkt de doop soms nog een feest tegen de realiteit in, maar is het een vast teken van het adventsvertrouwen in Gods verlossing.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *