Preek van de week – Zondag 19 juli ’20

De Eetkamer – Handelingen 10: 1-36

I

Deze week verplaatsen we ons vanuit de keuken naar de eetkamer, met de eettafel.

De plek waar samen gegeten wordt, als gezin, of met familie of vrienden. Meer dan slechts een plek om te eten wordt de tafel, samen met anderen, al snel een plek van gesprek en ontmoeting. Aan tafel zijn we niet alleen gast, maar even ook onderdeel van het gezin, of onderdeel van een grotere gemeenschap.

Aan tafel met onze gemeenschappelijke behoefte aan eten en ons gemeenschappelijk verlangen naar gezelschap, vinden we elkaar als mensen en doen verschillen er soms opeens een stuk minder toe. Ik moet denken aan de Doperse mis, waar ik van de week nog prachtige verhalen over hoorde, of het International café in Groningen, waar internationale studenten uit allerlei landen samen komen voor een maaltijd.

Aan tafel gaan kan ook iets onthaastends hebben. Misschien niet op een doordeweekse avond met jonge kinderen aan tafel, maar met z’n tweeën, als gezin wanneer de kinderen wat ouder zijn, of met goede vrienden, is de tafel een plek waar je gaat zitten om te eten, maar ook waar je ruimte creëert voor gesprek. Het is een afgebakende plek en tijd om elkaar te ontmoeten, van hart tot hart.

En tegelijk juist deze tijd doet ons beseffen dat dit niet vanzelfsprekend is. In de eerste week van de coronatijd vond ik het wel rustig en ontspannend om thuis alleen te kunnen eten. Zonder dat idee dat ik ook wat had kunnen plannen of toch op zijn minst mijn best had kunnen doen om met anderen af te spreken. Maar als snel merkte ik dat die avondmaaltijd juist bij uitstek het moment werden waarop ik sociaal contact en de gezellige aanwezigheid van andere begon te missen, ja, me daarvan bewust werd.

Zo’n plek kan de eettafel ook zijn. Een terugkerende confrontatie met het gemis van een vriend, kind of geliefde die niet meer aanwezig is of er nooit is geweest. Een plek waar de eenzaamheid ons het meest kan aangrijpen. Niet alleen in coronatijd, maar misschien wel als dagelijks realiteit.

Op een zelfde manier kunnen aan tafel ook een plek zijn van spanning. Waar de verschillende pijnlijk naar boven komen, of waar we als een berg tegenop zien.

Want een gezamenlijke maaltijd biedt niet alleen ruimte voor diepe gesprekken,

Maar soms ook voor felle discussies of ijzig zwijgen. Een maaltijd verbindt, maar als we niet oppassen kan ze juist ook eenzaamheid, onenigheid of ongelijkheid versterken.

II

In de eerste christelijke geloofsgemeenschappen was het niet veel anders. Eén van de belangrijkste kenmerken van deze eerste geloofsgemeenschap was dat ze als volgelingen van Christus elke gelegenheid pakte om samen te eten. In Handelingen 2 staat over de eerste gemeente in Jeruzalem: dat ze elke dag trouw en eensgezind samen kwamen in de tempel, het brood bij elkaar thuis braken, en hun maaltijden gebruikten in een geest van eenvoud en vol vreugde. De maaltijd was centraal voor hun identiteit, geloof en aanbidding.

En tegelijk, verwees de eettafel bij uitstek naar een realiteit van etnische en culturele verdeeldheid. Joden en Grieken zaten niet bij elkaar aan tafel. Voor een Joodse man als Petrus was het, vanwege het risico op onreinheid, niet geoorloofd om aan tafel te gaan met onbesneden heidenen met andere etensgewoonten en opvattingen. Vandaar dat God drie keer tot Petrus moet spreken, om hem ervan te overtuigen dat Hij rein heeft verklaard, dat wat als onrein of verwerpelijk werd gezien.

In het boek Handelingen lezen we hoe deze vraag steeds meer omhoog kwam, toen de eerste Joodse volgelingen van Christus zich begonnen te verspreiden en de overtuiging groeide dat het goede nieuws niet alleen voor Joden was, maar ook voor de heidenen.

Zou, in deze realiteit met zowel Joodse als Griekse als Romeinse volgelingen van Christus,

de gemeente nog steeds gekenmerkt kunnen worden door het feit dat ze samen at? Dat ze rond te tafel samen kwam?

Geloven of zeggen dat heidenen of Grieken ook welkom waren in de gemeenschap van Christus was één ding, maar daar publiekelijk uiting aangeven door samen met hen aan tafel te zitten was misschien een nog wel een grotere stap. De maaltijd vormde als het ware de ultieme test case.

En is dat soms nog steeds niet zo? Dat er soms een kloof zit tussen dat wat we geloven en zeggen en dat wat we doen? We spreken de wens uit gastvrij en open naar iedereen te zijn, maar wanneer we nog eens goed naar onze vriendenkring kijken, of naar de mensen bij ons aan tafel, blijken het soms toch veelal mensen uit hetzelfde kringetje, met dezelfde achtergrond of interesses, te zijn. Of we stellen dat iedereen voor ons gelijk is, maar betrappen onszelf dan toch op onverwachte of impliciete vooroordelen. Of we gaan diegene met wie we altijd in discussie raken  of die er zulke andere normen en waarde op na lijkt te houden, toch maar liever uit de weg. Voor we het weten hebben we onze eigen bubbel, onze eigen selecte tafelgemeenschap van gelijkgestemde gecreëerd.

III

Maar uit dit verhaal in Handelingen blijkt dat juist dat niet de bedoeling is. Daarom klinkt er dus drie keer in het visioen die boodschap ‘Wat God rein heeft verklaard, zul jij niet als verwerpelijk beschouwen.’ En lezen we hoe Petrus getuigt dat hij nu pas –

nu hij heeft gezien dat zelfs aan tafel dat onderscheid weg valt – goed begrijpt dat God geen onderscheid maakt tussen mensen. In plaats daarvan is het een God zich het lot aantrekt van iedereen, uit welk volk dan ook, die ontzag voor hem heeft en rechtvaardig handelt. Deze Jezus is Heer van alle mensen.

Het is ook deze Jezus, deze God, die zelf de eerste stap zet. In Psalm 23 lezen we hoe het allereerst God zelf is die ons uitnodigt aan zijn tafel. een tafel die overvloeit van zegen en leven. En dat God dit doet zonder onderscheidt of terughoudendheid, blijkt wel in Jezus,

die at met zowel tollenaars als farizeeën, wiens eerste wonder het was om water in wijn te veranderen, en die als gastheer, tijdens de laatste maaltijd met zijn discipelen, ervoor koos om hun voeten te wassen.

God is geen gastheer met een selectieve gastenlijst, Hij nodigt ons niet uit aan een tafel waar allerlei geschreven of ongeschreven etiquette en regels gelden, Hij nodigt ons uit zoals we zijn, in onze diversiteit. Dat is een troost en een uitnodiging, we zijn welkom, wie we ook zijn of hoe we ons ook voelen. Maar het is direct ook een voorbeeld en een oproep naar onszelf, om op diezelfde manier verwelkomend te zijn. Mensen uit te nodigen aan onze tafel, te delen van wat we zelf hebben ontvangen zonder onderscheidt of terughoudendheid. Om vanuit onze eenheid in Christus diversiteit te verwelkomen, beginnend in de kerk.

IV

Want volgens mij gaat die betekenis dat Jezus Heer is van alle mensen, dat Joden en Grieken aan dezelfde tafel konden zitten nog een laag dieper. Cornelius krijgt in dit verhaal de opdracht om naar Petrus te gaan en te luisteren naar wat hij te zeggen heeft. Maar is het eigenlijk niet Petrus die in dit verhaal het meeste leert?

Het samen komen van Joden, Grieken en Romeinen in de vroege christelijke geloofsgemeenschappen is daarmee om een diepere reden van belang. Niet alleen omdat Jezus de Heer is van alle mensen en daarin dus geen onderscheidt gemaakt dient te worden, maar ook omdat we elkaar nodig hebben om tot een voller verstaan te komen van wie Jezus de Heer is.

De theoloog Andrew Walls zegt daarover, op basis van de brief aan Efeze: “Twee etnische identiteiten en twee culturen die historisch gescheiden waren door de eettafel ontmoetten elkaar nu aan tafel om de kennis van Christus te delen”. Want, zo stelt Walls, die diversiteit behoort tot de kern van de gemeenschap van Christus. De kerk hoort veelkleurig te zijn omdat de mensheid veelkleurig is, en één omdat Christus één is.

Het was dus nooit de bedoeling dat zich twee losse culturele geloofsgemeenschappen zouden vormen. Maar juist dat ze samen zouden komen om opgebouwd te worden tot een plek waar God woont. Dit omdat we alleen met elkaar, in het samenkomen van verschillende culturen in het lichaam van Christus, de volheid van Christus kunnen bereiken.

Dat gaat dus verder dan het accepteren van diversiteit, of het overbruggen van verschillen en scheidingslijnen, die diversiteit hebben we nodig om tot een voller en dieper verstaan van Christus, van God, te komen. Walls zegt daarover: ‘We hebben elkaars zienswijzen nodig om die van ons zelf te corrigeren, te verbreden en scherp te stellen; alleen samen zijn we compleet in Christus’.

V

En dat was niet alleen toen het geval, maar nu nog steeds, op een grotere schaal dan ooit te voren. Met christenen van over de hele wereld uit allerlei talen en culturen, valt er misschien nog wel meer te ontdekken en van elkaars zienswijzen te leren, dan in het allereerste begin het geval was.

Maar ook dichtbij huis, in het klein, begint dat al. Allereerst door een openheid naar de bijdragen uit de wereldkerk, en de bereidheid om te leren en gecorrigeerd te worden. Maar ook hier in de kerk, met onze eigen diversiteit aan achtergronden en opvattingen,

mogen we van elkaar leren. Al vraagt dat wel wat, want het gaat hierin dus niet slechts om het accepteren van diversiteit. Want net zo goed als dat het een gevaar is om onze eigen versie van het christelijk geloof te beschermen of zelfs tot norm te verheffen, zo kan het ook een gevaar zijn om te beslissen dat alle versie even waar en authentiek zijn, en dat het ons dus vrij staat om te genieten van onze eigen versie los van alle anderen.

Nee, het gaat hier om een echt geloofsgesprek van hart tot hart, waarin we leren van elkaar. Ik hoop dat we elkaar daar als gemeente voor kunnen warm maken, en elkaar toe kunnen uitdagen. Één op één of in kleine groepjes, bijvoorbeeld op de donderdag… juist nu deze tijd het samenkomen in groter verband minder vanzelfsprekend maakt.

Gedreven door het verlangen om samen tot een dieper en voller verstaan van Christus te komen. En het nederige besef dat we dat alleen niet kunnen, maar andere nodig hebben om onze zienswijzen te verbreden, te verdiepen, ja zelfs te corrigeren. Maar dat alles wel in het vertrouwen dat Christus zich laat kennen, dat het God zelf is die ons allereerst welkom heet en samen brengt aan tafel, en dat we zo, met onze diverse ervaringen en zienswijzen, samen de volheid in Christus bereiken.

Amen.

One thought to “Preek van de week – Zondag 19 juli ’20”

  1. Ooit ben ik eens uitgenodigd om bij iemand te komen eten. Ik was niet de enige. Elke maand nodigde de gastheer en -vrouw iemand uit die dan op zijn/haar beurt 7 anderen mocht uitnodigen. Elke keer een totaal ander gezelschap met andere gesprekken. Ik vond het een prachtige avond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.