Preek van de Week – Zondag 25 juni ’17 door Anne Nijland

Jesaja 62: 6-7, 10-12

1 Timoteus 6: 11-16

Gemeente van Onze Lieve Heer,

We hebben het niet makkelijk. Dat zeg ik niet om te klagen. En ik doel ook niet op onheilspellende nieuwsberichten of iets dergelijks. Maar ik heb het over ons, wij kerkbezoekers, hier aanwezig met ons goede gedrag en ons beste beentje voor. Wij hebben het niet makkelijk als je het hebt over geloven, als je het hebt over het zijn van een gelovige in het hier en nu. Als we onderdeel van het volk Israël waren geweest, in de tijd van het Oude Testament, dan hadden we profeten in ons midden gehad die in contact stonden met God. Mochten we om hulp verlegen zitten of prangende vragen hebben, dan konden we via hen communiceren. Op Zijn beurt gaf God weer boodschappen door aan de profeten en was het niet vaak onduidelijk wat we zouden moeten doen, welke kant we op zouden moeten, of welke regels we in acht moesten nemen. En zo was het ook bij de koningen van het Oude Testament, de Rechters voor hen en Mozes en Jozua weer voor hen. Het waren leiders van het volk die duidelijk in contact stonden met God, waardoor ook Gods aanwezigheid en betrokkenheid bij de Israëlieten vanzelfsprekend was. Bovendien liet God zich vaak genoeg gelden, Hij liet bijvoorbeeld tien plagen plaatsvinden, Hij liet de muren van Jericho instorten, Hij hielp een handje in oorlogssituaties, liet oude vrouwen zwanger worden, noem het maar op. Als gelovige in die Ene God hoefde je je niet af te vragen wat je geloof waard was: of God wel bestond en of Hij wel begaan was met het lot van ons mensen. Ook was duidelijk wat er van jou als gelovige verwacht werd. Ook al krijgen de Israëlieten genoeg moeilijkheden voor de kiezen, twijfelen aan Gods grote realiteit was niet aan de orde.

Ook in het gedeelte van Jesaja dat we net gelezen hebben, staat de betrokkenheid van God buiten kijf. Het gaat bijvoorbeeld al om een visioen die Jesaja krijgt: een boodschap van God voor het volk Israël. Vers 6 en 7 zijn vervolgens vrij concreet: de wachters moeten dag en nacht alert zijn en zij die een beroep doen op de HEER, dat wil zeggen die God zijn toegewijd, die moeten onophoudelijk bidden voor het herstel van Jeruzalem. – Even voor de context: Het gaat hier over het moment dat het volk Israël terugkeert uit de ballingschap in Babylon en hun plek weer moeten innemen in Juda -. Voor zover dat dat onophoudelijke wachten en bidden mogelijk is, is in ieder geval duidelijk wat de mensen te doen staat. Per slot van rekening, antwoordt God in vers 10 zelf, waarbij Hij alle bannelingen oproept om terug te komen om ongehinderd Jeruzalem binnen te gaan terwijl vlag en wimpel uithangen om hen te ontvangen. Het stuk eindigt met het krijgen van een nieuwe naam voor het Joodse volk en voor Jeruzalem, dat eerder in vers 2 en 4 al was aangekondigd. ‘Heilige volk’, ‘Volk dat door de HEER is vrijgekocht’, ‘Geliefde’ en ‘Nooit verlaten stad’. Zelfs in deze namen wordt duidelijk dat God aanwezig is en dat Hij begaan is met Zijn volk.

Ook in het Nieuwe Testament wordt dat duidelijk. Het begint met de komst van Jezus, zoon van God, naar de aarde om maar eens wat te noemen. Jezus’ tijdgenoten krijgen door zijn wonderen en wijze woorden maar al te veel mee van de kracht van Gods bestaan. En zelfs Paulus, die Jezus niet ontmoet heeft en sterker nog elke christen wilde vervolgen, krijgt een Godservaring en is in de mogelijkheid mensen te ontmoeten en te spreken die Jezus wel hebben meegemaakt. Door Paulus’ evangelisatiereizen raakt Timotheüs op zijn beurt weer begeesterd. En zo hoefde je je ook als vroege christen niet bezig te houden met de vraag af of God wel bestond. Zijn realiteit stond in Jezus en alle gelovigen als een paal boven water.

Zelfs in onze vorige eeuw was dat voor de meeste mensen het geval. Op elke hoek van de straat stond wel een kerk, of in elk dorp, zelfs in een buurtschap als Leegkerk –ik blijf me er over verbazen-, en een groot deel van Nederland was daar ook te vinden op zondagochtend. Mocht je de realiteit van God niet vanzelfsprekend vinden, dan gaf het op z’n minst te denken waar al die andere mensen zondags voor samen kwamen en waar ze in geloofden. Het christendom was onderdeel van het openbare leven. Kerk en geloof waren er gewoon. Je ontkwam er niet gauw aan.

Maar dan anno nu, zoveel kerken als er bijgebouwd zijn, moeten ook weer worden gesloten. Kerk en geloof maken maar mondjesmaat onderdeel uit van het openbare leven, je bent eerder uitzondering dan regel als je naar de kerk gaat en je zult je vaak moeten verdedigen als je op straat of in de kroeg te koop loopt met het feit dat je gelooft. Ook hebben wij geen profeten in ons midden die direct kunnen communiceren met God of die wonderen verrichten, en publieke Godservaringen vallen ons ook niet ten deel, althans, we zouden ze als ‘abnormaal’ bestempelen. Ondertussen neemt de moderne maatschappij ons in beslag, hebben agenda’s de leiding in ons leven en vragen kinderen, vrienden en familie om aandacht. Zoals ik al zei, we hebben het niet makkelijk. En dat bedoel ik niet als klaagzang, maar als constatering.

Om al deze zaken sta ik er persoonlijk niet van te kijken dat het voorkomt dat geloof op de achtergrond raakt, zowel in de maatschappij als bij ons zelf. En ook verbaast me niet dat we lang niet altijd weten wat ons geloof precies inhoudt en wat we geloven moeten. En toch zitten we hier. Ondanks al die aspecten die ik net genoemd heb, hebben we er vandaag voor gekozen hier te zijn, hier bijeen te komen. Dat hoeft natuurlijk niet meteen een geloofsbelijdenis te zijn, ieder heeft zijn eigen redenen om de keuze naar hier te komen, te maken, daar gaat het me ook niet om. Maar kennelijk hebben we wel gemeen dat we iets van wat hier is denken of hopen te kunnen gebruiken, iets wat iets kan toevoegen – en ik houd het maar even heel algemeen want wat dat dan is kan heel erg uiteenlopen – aan ons leven, aan onze dagelijkse gang van zaken. Anders had je niet de moeite genomen om te komen. Als je hier zit, wil je wat, zoek je wat, hoe klein of hoe groot ook. Of je het vindt, is nog maar de vraag, maar in ieder geval hebben we een drang om iets te zoeken en mee te nemen naar huis, naar ons alledaagse leven. En als die Godswoorden uit de Bijbel, maar misschien ook uit de liederen en de gebeden, te groot voor ons moderne mensen zijn, te ongrijpbaar, te ondoorgrondelijk, te moeilijk om mee naar huis te nemen. Misschien moeten we ons dan wel op het kleine richten, op het concrete. Op dat wat voor ons, in onze huidige tijd met alle kenmerken van dien, te begrijpen en te bevatten is.

En dan is het interessant om naar Paulus’ praktische adviezen aan Timotheüs te kijken. Het gaat hier namelijk om een door Paulus geschreven brief, gericht aan zijn leerling die hij hoog heeft zitten en dus ook ‘man van God’ noemt, zo staat er in de grondtaal. Paulus moedigt hem aan om als gelovige ernaar te streven goed te leven. En wat dat goede leven dan inhoudt, dat zijn zaken waar wij moderne mensen misschien wel iets mee kunnen. Paulus zegt: ‘streef dus naar rechtvaardigheid, naar vroomheid, naar geloof, naar liefde, naar volharding en naar zachtmoedigheid’. Het mooie van dit vers vind ik niet alleen dat het om een begrijpelijk en praktisch advies gaat maar ook het feit dat Paulus zegt ‘streef ernaar’ en niet ‘zorg dat je rechtvaardig en volhardend en zachtmoedig bent’, of ‘wees rechtvaardig en vroom’. Het gaat om de intentie. Wanneer je van binnenuit gemotiveerd bent om zo in het leven te staan, dan geeft het niet als het je niet altijd lukt. Het gaat er om dat je ernaar streeft, dat je het graag wil, dat je het probeert. De intentie is belangrijker dan het resultaat. Dat geldt ook voor de volgende zin: ‘Strijd de goede strijd van het geloof’ er staat niet, zorg dat je die goede strijd wint, maar ga die strijd in ieder geval aan. Proberen mensen anderen de les te lezen door te zeggen dat ze geen goede gelovigen zijn (zoals Paulus dat eerder in deze brief beschrijft)? Ga de strijd dan aan. Is iemand alleen maar uit op eigen gewin? Ga de strijd dan aan. Want dat is een goede strijd, namelijk de strijd van het geloof. De strijd van, want we houden het praktisch vandaag, rechtvaardigheid, van naastenliefde, van zachtmoedigheid. ‘Win het eeuwige leven waartoe je geroepen bent’ staat er vervolgens en dat is nu weer wat minder praktisch toepasbaar, en lijkt ook erg gericht op resultaat, maar als je in de grondtekst kijkt, wordt voor ‘winnen’ het woord gebruikt dat meer iets als vastgrijpen of aangrijpen betekent, dus grijp het eeuwige leven aan waartoe je geroepen bent en dat is: het leven van een gelovige waarop dood en narigheid geen vat kunnen krijgen. Het gelezen gedeelte sluit af met vers 15 en 16 dat onder theologen een doxologie wordt genoemd: een vaste formule als begin of als afsluiting van een brief waarin God verheerlijkt wordt. Maar dat zijn grote religieuze woorden die we nou net even links zouden laten liggen. Vandaag hebben we het over de praktijk, over wat voor ons moderne mensen te begrijpen en te bevatten is.

En dat is die opsomming van Paulus, dat streven naar goed handelen, naar een goede omgang, naar recht, naar liefde, naar saamhorigheid, naar zachtmoedigheid en naar een volharding daarin, ook wanneer de sfeer, of bepaald gedrag van mensen, niet altijd hiertoe uitnodigen, probeer er in ieder geval naar te streven. En ook naar vroomheid en geloof. Dat het moeilijk is, dat zal iedereen, zowel ge- als ongelovig met je eens zijn, maar het gaat niet om het resultaat, het gaat om de intentie. En weet, geloof is meer dan alleen het beamen of uitspreken van grote religieuze woorden, geloof is zeker ook een praktische onderneming, in hoe je leeft, in hoe je met een ander, met je omgeving en met jezelf omgaat. Houd moed, Gods wegen zijn nou eenmaal ondoorgrondelijk, dus sowieso moeilijk te duiden voor ons, maar dat vindt zijn eigen weg allemaal wel, dat hoeven wij niet te kunnen uitleggen. Wat jij zelf in de hand hebt, wat jij concreet kunt doen is het in praktijk brengen Paulus’ praktische adviezen aan Timotheüs. En misschien volgen die grote woorden dan vanzelf wel, of misschien wel niet. Wat in ieder geval zeker is, is dat jij je Licht dan laat schijnen over je naaste, over je omgeving. Licht met een hoofdletter L.

In naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,

Amen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.