Preek van de week – Zondag 17 mei ’20

Exodus 20: 1-21

I
Toen sprak God deze woorden: ‘Ik ben de Heer, uw God’. In het lezen van de tekst bleef ik haken bij deze éne zin, geraakt door die paar woorden die voorafgaan aan de Tien woorden, die behoren tot het hart van het Oude Testament. Gods spreken hier vanaf de Sinaï is een ‘turning point’ voor het volk van Israël.

Als tiener was ik een tijdje betrokken bij de jongerenbeweging ‘Time to Turn’ waar we als jongeren samen zochten hoe het geloof ons motiveert om te zoeken naar een meer rechtvaardige en duurzame levensstijl.

‘Time to turn’. Juist in deze weken komt die gedachte af en toe weer bij mij omhoog, is dit misschien het moment voor verandering?

En tuurlijk dat is niet de enige vraag, minstens net zo vaak vraag ik mij af hoe lang het allemaal nog zal duren, wanneer het eindelijk weer zal zijn hoe het was en of er daadwerkelijk ook iets positiefs uit voort kan komen. Maar toch… ik herken me wel in de woorden van Rutger Bregman, die in een artikel zegt: ‘als een historicus, kan ik niet zeggen dat ik optimistisch ben, maar ik ben hoopvol, want hoop zet ons aan tot actie’.

En dat resoneert voor mij met de tekst van vanochtend. In de Tien woorden, maar misschien nog wel meer in die paar woorden aan het begin, klinkt een reden voor die hoop. Het zijn die woorden die me troffen en waar ik bij bleef haken: Ik ben de Heer, uw God’.

We zien het volk van Israël daar staan bij de Sinaï, in de vrijheid, met een nieuwe, maar ook open en onbekende toekomst voor zich, en dan spreekt God: ‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd’. Niet: ‘Ik ben de Heer, de God die machtiger is dan alle andere goden’, niet ‘Ik heb jullie bevrijd, luister daarom nu naar mij’. Nee: ‘Ik ben de Heer, uw God’.

Twee woorden slechts. Maar daarin wordt zichtbaar hoe God de eerste stap zet en zich in zijn onvoorwaardelijke trouw verbindt aan zijn volk. Pas dan volgt de rest van de Tien Woorden, en wordt als het ware aan het volk de vraag voor gelegd: “En jullie? Zijn jullie ook bereid om je net al ik, over te geven en je te verbinden aan mij en aan je naaste?’ Meer dan een stel heldere en duidelijke leefregels, vormen de Tien woorden een uitnodiging voor een leven in vrede en vrijheid, in relatie en overgave aan God en de ander.

De verandering begint bij God, toen maar ook nu. Bij hem, de Schepper van hemel en aarde, die zich verbindt aan mij, aan jou, aan deze wereld. Dat maakt niet alleen verwonderd, maar geeft ook hoop. Een hoop die ook ons wil bewegen tot verbinding en verandering. In het besef dat de wereld gelukkig niet staat of valt met wat wij voor elkaar krijgen of weten te veranderen, maar ook met de overtuiging dat zelfs het kleinste wat we doen van grote waarde is. Omdat God zich eraan verbonden heeft met zijn liefde, trouw en belofte.

Ik bleef haken bij die eerste zin ‘Ik ben de Heer, uw God…’ en dat maakt me benieuwd, Evert Jan, waar bleef jij haken, wat raakte jou?

II
Dan blijven we wat mij betreft bij die eerste zin, die vooraf gaat aan de Tien Woorden. Maar dan de tweede helft van die zin: ‘Ik ben het, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’ Ja, die zin gaat vooraf aan de Tien Woorden, maar ze is zo veel meer dan een opmaat. Het boek Exodus telt veertig hoofdstukken. Evenveel als het aantal jaren van trekken door diepten en woestijnen, tussen uittocht uit het Slavenhuis en intocht in het Beloofde Land. Veertig hoofdstukken. En dit is hoofdstuk 20. Ik lees die eerste zin als het hart van alles. Maar ook als recapitulatie van alles wat er aan vooraf gaat; alles wat we gelezen hebben, bijna elke zondag vanaf 9 februari tot nu toe.

Ik lees die eerste zin als een stimulans om de rust te nemen om door al die verhalen die er aan vooraf gaan heen te kruipen. Want waar anders wordt duidelijk met wie we te maken hebben dan in die verhalen? Hoe zouden we anders, in antwoord op die eerste zin, leren bidden: ‘Mijn Heer en mijn God!’? Dat was wat Thomas over de lippen kwam toen de Opgestane aan hem verscheen en hem uitnodigde om de hand te leggen op zijn wonden. Exodus lezen in plaats van er doorheen bladeren, is bepaald worden bij de wonden van een heel volk; bij wat een economisch systeem met goddelijke pretenties aan kan richten. En het is een manier om de God van Israël te leren kennen, zonder dat je in de valkuil trapt van zeggen dat je Hem al lang kende omdat Hij je met de paplepel is ingegoten. Israël spreek Gods naam niet uit. Om niet in de verleiding te komen om te zeggen: ‘O die!’ en om in de bijbel te gaan bladeren in plaats van die samen te lezen; om nooit te vergeten het voor alle goden godslasterlijke gebeuren, dat deze Ene de schreeuw en het lijden van een slavenvolk tot het zijne maakte.

‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’ Dat is dus niet de opmaat voor de Tien Woorden. Maar de Tien Woorden vinden hun bedding in dat verhaal van bevrijding. Hoe vaak zijn ze in de kerk niet gelezen, los van dat bevrijdende verhaal, los van de kritiek op de dwangbuis van een economisch systeem met goddelijke pretenties? Hoe vaak heeft de kerk God niet op haar maat gesneden, zoals overal en altijd weer gebeurt. Wat zeiden de dominees in mijn kindertijd ook al weer als ze op zondag de Tien Geboden lazen? ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit het slavenhuis van de zonde geleid heeft’ En hoe theologisch verantwoord ook, niemand dacht dan meer aan de wonden in het lijf en in de geest van Israël. En niemand sloeg de brug tussen het economisch systeem van Egypte en hoe onze wereld in elkaar stak en steekt. Er werd kerktaal van gemaakt.

Het mag dan toeval zijn dat de doorgaande lezing uit Exodus samenvalt met de Corona crisis tot nu toe, er wordt nu wel druk nagedacht over hoe onze wereldorde zal moeten veranderen om de humaniteit te redden van de ondergang. Een van de opgaven waar de kerk voor staat is het debat te voeden met inzichten die opkomen bij het zorgvuldig lezen van Bijbelverhalen, zondag aan zondag, en in open gespreksgroepen door de week. Als het moet via Zoom of de Kerkomroep, als het kan van oog tot oog en van hart tot hart.

Tirtsa, ik hoorde je zeggen dat zelfs het kleinste wat we doen van grote waarde is. Zou je aan de hand van een van de Tien Woorden een vingerwijzing kunnen geven?

III

Nou.. misschien zit dat interessant genoeg juist wel in die oproep om de sabbat in ere te houden. Direct misschien ook wel één de moeilijkste om gehoor aan te geven. Tijd is geld en stilstand is achteruitgang, klinkt het. Maar hier zien we dat de God die bevrijdt ook de God is die rust. En God die rust is God die bevrijdt. Die twee zijn niet los van elkaar te zien.

De Sabbat biedt bevrijding van het idee dat we altijd maar productief moeten zijn, van ons voortdurende streven naar meer geluk of meer zekerheid, van onze angst dat het altijd beter kan of het verwijt naar onszelf dat we meer zouden moeten doen. Daar vinden we de ruimte om op te laden, ons her te bezinnen, verfrist te worden en los te komen van wat ons vasthoudt. Daar maakt angst plaats voor vertrouwen en rusteloosheid voor rust. 

Daar ontdekken we dat betekenis en waarde niet altijd in de zichtbare  impact of grootte van onze daden ligt.

Want net zoals ons voortdurend streven naar productiviteit, kunnen we onszelf ook telkens weer de druk op leggen om van betekenis te zijn, om van alles te doen voor de ander. Maar misschien worden we helemaal niet geroepen om dingen voor de ander te doen, maar met de ander te zijn. Met de ander zijn in zijn of haar verdriet, ook als we niet weten wat we moeten zeggen. Bij hen zijn die worstelen met het leven, zelfs als we niets voor ze kunnen doen. Bij God zijn in gebed, in plaats van direct van alles voor God te willen doen. Dat is helemaal niet zo klein als dat het lijkt. In de rust ontstaat ruimte voor verbinding, kunnen we ‘zijn met de ander’.

IV
Wereldwijd staat bijna negentig procent van de vliegtuigen werkloos aan de grond. En de regering heeft besloten de groeiambitie voor Schiphol terug te draaien. Daardoor zal de geluidsoverlast en de uitstoot van CO2 afnemen. Dat we in spannende tijden leven, hoef ik u niet te vertellen. Ieder raakt door deze crisis op eigen wijze ontregeld. En velen zitten mentaal en financieel aan de grond. Over afscheid nemen van de groei moet niet te romantisch gedaan worden. De economie piept en kraakt. Kapitaal verdampt. Wie wegtrekken uit het systeem van Egypte waarin rijkdom genereren het heilige doel was voor de top van de piramide, moeten vooral niet denken dat ze zo het beloofde land binnen stappen. Nee, er wacht woestijn.

Maar niet die van een verwoeste aarde. Wie weet zijn we net op tijd stil gelegd. Wie weet wordt deze tijd een sabbat in de geschiedenis. Weg uit de mallemolen van steeds meer en steeds sneller. Niet omdat we wilden, maar omdat er niets anders opzat. Stil gelegd om elkaar op deze ene aarde te ontdekken als naasten, in plaats van als concurrenten of als ‘die daar’, die je van je lijf moet zien te houden. Dikke kans dat we in deze tijden de God van Israël opnieuw leren ontdekken. God, die de Sabbat heeft ingesteld. Niet alleen voor ons, ook voor zichzelf. Een luie God in de ogen van de goden van Egypte. Maar wel Een die de weg weet in de woestijn en ons daar niet alleen laat dwalen.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.