Preek van de Week – zondag 15 januari 2017 ‘In hartje stad’

2 Korintiërs 5, 14 – 20 (NBV)

I
Hartje stad. Mijn God, wat is ze mooi! Als de laag staande zon de Folkingestraat laat baden in zijn licht. Flanerende mensen. Fietsers met toegeknepen ogen, slalommend om op tijd op het station te zijn. Hartje stad, wat is ze mooi als er vlaggen steken uit de toren van de kerk tegen een blauwe lucht. Buiten voor de Korenbeurs staat een vrouw. Ze huilt ingetogen en intens. Ik zie het. Ik hoef niks. Ook niet van haar. Voor haar langs beweegt het alle kanten op. Ik kijk nog eens haar kant op. Ze kijkt terug. Ze huilt niet meer. Hartje stad. Mijn God, wat is ze mooi!

Maar wat kan ze ook hard zijn! Anoniem. Richtingloos. Koud en verlaten. Doelloos rondlopen is niet erg. Tot je weet dat niemand op je zit te wachten en zelfs de Martinitoren uit het gedicht van Huub Oosterhuis je niet ziet staan. Hartje stad is hemel en hel. In hartje stad kun je zo maar iemand ontmoeten die je nooit eerder was tegengekomen. Iemand, die jouw leven in een ander licht zet en al jouw bakens verzet. Maar je kunt er ook het laatste restje hoop verliezen: ‘De stad, die duizend dromen kraakt per dag.’

II
Hartje stad en net daarbuiten is de plek waar onze kerken staan: soms verscholen tussen statige panden, soms prominent en niet te missen; een oase van rust aan een lieflijk hofje of een spraakmakend baken aan een drukke straat. Onze godshuizen maken deel uit van de binnenstad. Ze horen bij de schoonheid en de lelijkheid, bij de dynamiek en de verlatenheid. Bij het een en het ander. Ze horen bij het leven. Misschien denken we nog te vaak dat het onze kerken zijn. Zien we wel dat ze stuk voor stuk deel uit maken van het levend weefsel van die ene binnenstad?

We zijn niet gewend om zo te denken. Laat staan dat we ons kerkelijk leven daarnaar richten, naar dat alledaagse leven in hartje stad. Zijn we vergeten hoe de beweging van Jezus Christus juist in de smeltkroes van de steden in het Romeinse rijk tot bloei kon komen? Zijn we vergeten dat het kruis van Christus niet in een tempel stond van die of gene God, maar aan het kruispunt van wegen even buiten Jeruzalem? Dat God de wereld lief heeft, hoe diep is deze vreugdevolle boodschap bij onszelf ingedaald?

Op onze beste momenten ervaren we de verdeeldheid van onze geloofsgemeenschappen als pijn en tekort. De kerk is van Christus, belijden we. En Christus is niet verdeeld, weten we. Alleen, wat de eenheid in Christus nou te maken heeft met die ene gedeelde context van de binnenstad? Doorgaans stappen we vrolijk over onze verdeeldheid heen en noemen die dan veelkleurigheid. Ieder winkeltje heeft zo zijn eigen aanbod. Liturgie in alle smaken. Hier wat meer woord. Daar wat meer daad. Kerkmuziek. Stilte. Eucharistie. Meditatie. Mystiek. Kringgesprek. En overal met een kop koffie, die voor je ingeschonken wordt. We doen het zo gek nog niet, vinden we zelf. En we zijn vast van plan om zo lang mogelijk ons eigen vlees te blijven keuren. Maar of we ook door hebben dat de context van de binnenstad met haar dynamiek, haar veelkleurigheid, met het ‘Himmelhoch jauchzend’ en ‘Zum Tode betrübt’, het speelveld van Gods Geest is? En dat er geen toekomst is voor elk van onze gemeenschappen zonder de beweging van de Geest en haar speelveld hartje stad?

III
‘Wat ons drijft is de liefde van Christus,’ zeggen we Paulus van harte na. En we menen het ook. Maar zelden hebben we door hoezeer we de liefde van Christus op onze maat gesneden hebben. Ze heeft de gedaante aangenomen van het ons kent ons. Ze houdt ons bijeen. Maar beweegt ze ons nog? Drijft ze ons nog over zelf gekozen grenzen heen? Kan ze ons nog verrassen? Kan ze ook van buiten komen, van de straat of van een verdwaalde bezoeker? Of is de liefde van Christus ons bezit geworden en delen we ervan uit in eigen kring en als we over hebben ook daarbuiten? Begrijp me goed: Als dat het is, is het nog steeds een kostbare bijdrage aan deze samenleving waarin steeds meer mensen het in hun eentje moeten zien te redden. Er is alle reden tot dankbaarheid voor het bestaan van elk van onze geloofsgemeenschappen. Maar of het ook de liefde van Christus is, die ons drijft?

Wat betekent het als Paulus zegt dat Christus voor allen is gestorven, opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven maar voor hem? Sommigen kunnen deze taal niet meer horen. En de apostel Paulus moet het dan ontgelden. Hoe dat zo komt? Omdat het kruis van Christus de kerk ingehaald is. En dat dat kruis daar allerlei betekenissen mee kreeg. De ene groep zag het zus, de andere zo. Wegen scheidden zich om de betekenis die aan het kruis van Christus werd gegeven. Modern, orthodox, vrijzinnig, evangelisch, revolutionair – je kunt het zo gek niet bedenken. Dat zijn wij.

Maar het kruis stond niet in het tempeltje van die of gene God. Het kruis stond aan de straat. En het was niet alleen een verschrikkelijke dood, het was ook een vreselijk teken. De executieplaats was buiten de stadmuur, buiten de orde van het alledaagse leven. Jouw levenslijn werd doorgeknipt. Zoek het maar uit. Aan het kruis hing je tussen hemel en aarde. De aarde moest jou niet langer. En de hemel? Maak je maar geen illusies. Er is geen God die jou moet. Dat was de boodschap van het kruis.

Zo is Christus voor allen gestorven, zegt Paulus. Vol gehouden liefde. Ongehoorzaam aan alle machten, die de liefde in de weg zitten.  Hetzij in de hemel, hetzij op de aarde. Mag je het zo zeggen? Ja, maar dan zonder al onze hoogstaande ideeën over liefde. Wie zich tot Christus bekeert, bekeert zich tot een leven zonder titels of naambordjes. Het kruis is het einde van alle clubjesgeest. Wij horen niet bij de Peper. Wij horen niet bij de Martinidiensten. Wij horen niet bij de Nieuwe Kerk. Wij allen hier horen bij Christus. die nergens bij hoorde. Zijn liefde drijft ons. Zijn breekbaarheid is onze kracht. Zijn dood is ons leven. Een nieuwe wereld gaat er voor ons open. Dat is wat Paulus ons te zeggen heeft.

IV
Zowel het kruis als de stad betekenen het einde van alle clubjesgeest. Hoe zegt Paulus dat ook al weer? ‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus.’ (Galaten 3, 28)  Alle naambordjes kunnen eraf. Alles wat jou op je plek zet en houdt, verliest zijn kracht. Jij bent voortaan van Christus. Hartje stad is een prachtige plek om dat te leren beamen. Hartje stad is ook niet van die of gene. Alles beweegt er door elkaar heen. De Jood en de Griek ontmoeten daar elkaar. Wie alles heeft dat zijn hartje begeert schuilt er onder dezelfde luifel als die ander voor wie elke dag een opgave is. Een vrouw roept: ‘Kijk uit je doppen!’ tegen een man die niet gewend is aan tegenspraak.

Met die wereld heeft God zich verzoend, zegt Paulus. Niet tegen heug en meug. En niet vanuit de hoogte. Maar door Christus, zegt Paulus. Dat is van binnenuit de wereld, waarin hij mens werd zoals wij. Met een liefde die geen concessies doet. Een liefde die verder kijkt dan jouw perfectie en mijn schaamte om wat is misgegaan. Omdat het in die liefde om jou en mij en alleman te doen is. Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld, zegt Paulus. De liefde heeft het voor het zeggen. Ook als ze voor het oog en keer op keer het onderspit delft. Nooit meer zal deze wereld van God los zijn, hoezeer ze zich daar ook voor inspant om van hem af te zijn.

Dat verhaal mag verteld worden. Dat verhaal mag geleefd worden. En hoe meer we ons opsluiten in eigen gelederen, omdat we vinden dat Gods zaak bij ons in goede handen is, hoe meer dat verhaal ons ontglipt. We kunnen niet Gods verzoening verkondigen en tegelijkertijd ons indekken tegen de wereld en alles wat ons daar tegen de borst stuit. Hartje stad is speelveld van de Geest. We komen haar tegen waar jongeren een moeizame jeugd van zich af dansen. We komen haar tegen als vreemden voor elkaar aan een half woord van elkaar genoeg hebben om te ontdekken: ‘het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.’  We komen haar tegen waar kunstenaars het mooiste in de wereld tevoorschijn roepen en ons troosten zoals geen priester of dominee dat kan.

Gefeliciteerd met hartje stad! Gefeliciteerd met elkaar! Eén met Christus! Laten we elkaar beloven dat we niet te zwaar gebukt gaan onder de verdeeldheid. Want dat kan ook een verkapte manier zijn om met onszelf bezig te zijn. En als God de wereld zijn overtredingen niet heeft aangerekend, dan geldt dat toch ook voor ons? Maar laten we elkaar vooral ook uitdagen om uit onze schuilplaatsen te komen en hartje stad te ontdekken als speelveld van de Geest. Er is niets meer over om nog bang voor te zijn sinds Christus ons is voorgegaan.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.