Preek van de Week – zondag 13 november ’16 door ds. Tiemo Meijlink

Gelezen werd:      Een passage uit een preek van kerkvader Augustinus (354 -430):

“En daarom zeg ik, broeders en zusters: Bid zoveel u kunt. Er is een overvloed aan slechte dingen en dat heeft God zelf toegelaten. Was er maar geen overvloed aan slechte mensen, dan was er ook geen overvloed aan slechte dingen. Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden! Dat zeggen de mensen tenminste. Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zijn de tijden.”

Tweede lezing: 1 Johannes 3, 11 – 24

 

Gemeente van Jezus Christus,

“Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden!” – zo luidt de zinsnede uit de tekst van Augustinus die wij zojuist lazen. Toen wij deze tekst uitkozen vanwege het thema Tijd en eeuwigheid, hadden we niet kunnen vermoeden hoe actueel deze verzuchting zou zijn, op deze zondag. Het zijn slechte tijden, het zijn moeilijke tijden – velen zullen dat immers hebben gedacht, deze week toen bekend werd dat Donald Trump de nieuwe president van Amerika wordt. Waar gaan we naartoe als deze man binnenkort één van de belangrijkste wereldleiders wordt? Het is al zo onstabiel in de wereld, en wat moet het dan straks wel niet gaan worden, als deze avonturier aan de macht komt. Je kunt je allerlei duistere gedachten indenken bij dit politieke feit. Het zijn inderdaad slechte, moeilijke tijden… En bezorgdheid en waakzaamheid zijn geboden.

Toch gaat Augustinus naar mijn idee bijna luchthartig verder in deze passage van zijn preek. Het lijkt erop dat hij met zijn uitdrukking “het zijn slechte tijden, het zijn moeilijke tijden” een gemeenplaats citeert. Dat hij met die woorden een uitdrukking gebruikt die mensen veel vaker in de mond nemen. Hij zegt er ook bij: “Dat zeggen de mensen tenminste”. En dat doet hij niet voor niets. Heel vaak verzuchten wij immers – kennelijk net als in de tijd van Augustinus – dat het moeilijke en slechte tijden zijn, en wij schudden dan bezorgd het hoofd: wat moet het allemaal worden met ons en onze wereld?! En daar laten we het dan vaak bij: bezorgd zijn, het hoofd schudden, ’t wordt allemaal niks, om dan toch maar weer over te gaan tot de orde van de dag. Althans, zo vergaat het mij vaak.

Maar Augustinus gaat op dat punt verder en zegt: “Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zijn de tijden.” En daarmee zegt deze oude kerkvader eigenlijk iets heel radicaals, zeker voor de tijd waarin hij zelf leefde, in de vierde en vijfde eeuw van onze jaartelling. “Wij zijn de tijden”, met andere woorden: de tijden zijn niets iets dat ons overkomt, iets van de goden, iets van de kosmische machten die over ons heen liggen, als een soort lotsbeschikking. Nee, zegt Augustinus, wij zijn de tijden, oftewel: de tijden zijn een spiegel van ons zelf, en het komt er op aan hoe je in het leven staat of de tijden goed of slecht zullen worden….

Het voert te ver om hier uitvoerig in te gaan op het denken van Augustinus over de tijd. Je zou daar best een aantal Leerhuisavonden aan kunnen besteden, en het zou ons waarschijnlijk verrassen hoe deze oude kerkvader dichtbij onze eigen actualiteit komt. Er is in elk geval bij veel hedendaagse filosofen en ook andere intellectuelen een opmerkelijke belangstelling voor Augustinus. Je zou best kunnen spreken van een “herontdekking van Augustinus” bij veel denkers in onze tijd.

Maar om daar nu kort en goed iets over te zeggen: Augustinus had de overtuiging na lang denken en afwegen, en ook na intensief geestelijk lezen van de bijbel, hij had de overtuiging: de eeuwigheid is aan God, maar de tijden die zijn geschapen, die zijn aan de mens, aan ons: Wij zijn de tijden, en laten we daarom goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed!!

En dat is dan niet zomaar een soort van humanisme bij deze oude kerkvader, waarin dus de tijden worden toegeëigend door de mens, en de mens dan autonoom, naar eigen inzicht en vrijheid de tijden invult. Nee, Augustinus spreekt veeleer over toewijding, waarbij wij ons in de tijd die ons gegeven is, ons toewijden aan Christus, aan de zoon des mensen, aan het Woord dat vlees geworden is. Bij Jezus Christus, zegt hij, is Eeuwigheid in de tijd gekomen, is de goedheid en genade van God in onze wereld werkelijkheid geworden, vlees en bloed geworden. En dat vraagt van ons, om onze levenstijd, onze tijden toe te wijden aan deze mens uit God. Dat bedoelt hij met die uitspraak: Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Dan worden de tijden namelijk gevuld vanuit Christus, vanuit de mensenzoon, vanuit de genade, de liefde van God die vlees en bloed geworden is.

Toewijding dus, dat is wat er van ons gevraagd wordt, en dus ook keuze, en waakzaamheid met betrekking tot wat er in de wereld gebeurt. Waakzaamheid en keuze omdat er iets beslissend op het spel staat, en dat is of er liefde en recht en barmhartigheid in deze wereld wordt nagestreefd en gestalte gegeven wordt, of haat en geweld en dreiging. Onze bezorgdheid over wat er deze week gebeurd is, is terecht! Er staat iets beslissend op het spel, en het is zaak om met uiterste waakzaamheid om ons heen te kijken en te zien wat er gaande is, wat er wel en wat er niet gebeurt. En daarbij moeten we dus niet in de gemeenplaatsen blijven hangen – hoofdschuddend zeggen: Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden – nee, het gaat er om dat we met toewijding, met aandacht in het leven staan, en steeds voor ogen hebben wat de liefde tussen mensen dient, en wat dat niet dient of zelfs in gevaar brengt.

In de eerste Brief van Johannes – de andere lezing van deze morgen – komt dat allemaal heel geconcentreerd samen, als er gezegd wordt:

“Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben en niet moeten doen zoals Kaïn die zijn broer doodsloeg”

“Vanaf het begin” hebben ze dat horen verkondigen, zegt Johannes in zijn brief. En daarmee bedoelt hij niet: We zijn ergens begonnen en toen hebben we meteen gezegd: je moet elkaar liefhebben. Zo van: we moesten ergens beginnen en toen zijn we dus maar begonnen bij de liefde. Nee, met dat woord “vanaf het begin”, wordt “In den beginne” bedoeld, het eerste woord waarmee de bijbel aanvangt en het woord ook waarmee het Johannes zijn evangelie inzet: In den beginne was het woord…. In den beginne, dus. Dat woord van de schepping wordt hier geciteerd. En dat is dan niet een tijdsaanduiding, iets wat ooit ergens begonnen is in een ver verleden. Maar het is een aanduiding van wat beslissend is, wat de hoofdzaak is, wat het allereerste is wat gezegd moet worden. En het allereerste dat gezegd moet worden is dit: dat we elkaar moeten liefhebben en niet moeten doen zoals Kaïn die zijn broer doodsloeg.

De godsdienst die Johannes daarmee onder woorden brengt is van een uiterste radicaliteit, namelijk dat je je toewijdt aan de naastenliefde, aan de solidariteit, aan de verbondenheid die er tussen mensen moet zijn, want dan is er “eeuwig leven”, dan wordt iets zichtbaar van wie God is, wordt iets zichtbaar van de genade en de goedheid die er in God is. Eeuwig leven is dan dus niet: hiernamaals of onsterfelijkheid, maar het is Gods werkelijkheid die raakt aan onze tijd, aan onze tijden. Eeuwig leven is het goede leven dat wordt gevuld door de liefde die in God is, en die vlees en bloed geworden is in Jezus Christus. Het is eeuwigheid in de tijd, en vandaar ook dat in het bijzonder Johannes in zijn evangelie en ook hier in zijn brieven, dat steeds benadrukt: eeuwig leven is er “nu”, in onze tijden, doordat liefde van God voluit vlees en bloed geworden is in Jezus Christus: wie met hem leeft, heeft eeuwig leven, heeft deel aan het “goede leven”.

Ik zei zo net: de godsdienst van de Johannesbrief is van een uiterste radicaliteit, namelijk dat je je toewijdt aan de naastenliefde en aan de solidariteit. Let wel: het gaat niet zomaar om radicaliteit, want dat kan dan ook weer gevaarlijk en riskant worden. Donald Trump is op een bepaalde manier ook een uiterst radicale man. En radicale mensen kunnen heel gevaarlijk zijn. Nee, het gaat om zachtmoedige radicaliteit, radicaliteit die zich toewijdt aan liefde, aan echte ondersteunende, kracht gevende verbondenheid tussen mensen – dat wij elkaar helpen om met veerkracht in het leven te staan, daar gaat het om!

Het zou kunnen zijn dat wij vertwijfeld zijn om wat er gebeurt in de wereld, dat wij ons ook misschien onmachtig voelen tegenover al die grote politieke machten in onze wereld, dat wij ons te klein voelen om iets te kunnen betekenen.

Maar liefde geven en liefde ontvangen, solidair in het leven staan, goed leven zodat de tijden goed worden, dan kan direct beginnen in onze eigen kleine omgeving, en als wij geroepen zijn  tot iets groters, dan kunnen we ook daar leven en denken vanuit liefde en wijsheid, met toewijding aan Christus…. Ook in het groot kan dat!

Johannes zegt in de passage van deze mogen: God is groter dan ons hart, hij weet alles …. Dat is een groot woord, dat om vertrouwen vraagt. Vertrouwen namelijk dat in deze toewijding aan de liefde die in Christus is, uiteindelijk de langste adem aanwezig is, de adem van God namelijk die ons leven zal vernieuwen. Laten we proberen te leven in dat vertrouwen, dat God groter is dan ons hart, dan onze vertwijfeling, dan onze bezorgdheid. Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *