Preek van de Week – Zondag 13 augustus ’17 door ds. Marga Baas

Galaten 5, 1-6 en 13-26 en Romeinen 8, 14-15

1.
Om de een of andere reden associëren veel mensen, binnen en buiten de kerk, Paulus met een benauwende theologie en met knellende ethische voorschriften.
Maar in de brieffragmenten van vandaag ontmoeten we hem juist als degene die een hartstochtelijk pleidooi voert voor de vrijheid.
Vrijheid is, in directe relatie tot het universele welkom van God, de kern van Paulus’ denken.
Hij is vervuld van het visioen van een nieuwe gemeenschap, van een manier van leven en samenleven in Gods nabijheid, waarbij alle scheidslijnen zijn weggevallen  en mensen in vrijheid kunnen leven.
Wie door God is uitgenodigd om in de ruimte van zijn liefde te leven, is niet langer een slaaf, maar een nieuw, vrij mens.
In de maatschappij van Paulus’ dagen, die gebaseerd was op slavernij, is dat een uiterst revolutionaire boodschap.
Het vormt het middelpunt van zijn brief aan de Galaten.

2.
Als je die brief van het begin tot eind leest, valt op hoe gepassioneerd  Paulus schrijft.
Hij is intens bezorgd, dat degenen aan wie hij het bevrijdende evangelie van Jezus Christus heeft verkondigd hun pas ontvangen vrijheid weer verspelen, omdat ze zich opnieuw tot slaaf laten maken.
Woedend schrijft hij hun:
“Hoe halen jullie het in jullie hoofd om je opnieuw te laten knechten? Zijn jullie soms gek geworden?!”

3.
Voor ons is het moeilijk om na zoveel eeuwen de felheid van Paulus te begrijpen en op waarde te schatten.
De brief zelf verschaft maar beperkte informatie over de omstandigheden die voor de apostel de aanleiding vormen voor zijn emotionele schrijven.
Maar het is duidelijk dat na het bezoek van Paulus andere rondtrekkende predikers dezelfde plaatsen in Galatië aandeden.
Zij ontpopten zich als felle tegenstanders van Paulus.
Hun optreden leidde tot verwarring en conflicten in de geloofsgemeenschappen.
De eenheid van de gemeente kwam op het spel te staan.
Want de tegenstanders van Paulus kregen een deel van de mensen met zich mee.
In de Galatenbrief klinkt in alle heftigheid zijn woede en verdriet  door over de lichtvaardigheid waarmee sommigen aan de prediking van zijn opponenten gehoor hebben geschonken.
We vernemen geen namen.
Het gaat Paulus niet om personen, maar om de zaak.
Volgens hem wordt het hart van het evangelie van Jezus geweld aangedaan.
Daarom moeten de Galaten een beslissende keuze maken.
Zij moeten zich uitspreken voor of tegen de boodschap die hij hun als eerste heeft gebracht.

4.
Wat is dan de visie van Paulus’ opponenten?
Het zijn, net als hij, Joden die Jezus als de Messias belijden; Joodse christenen zou je kunnen zeggen – al bestond het woord christen destijds nog niet.
Zij zijn van mening dat niet-Joden die zich willen aansluiten bij de geloofs-gemeenschap rond Jezus Messias zich moeten laten besnijden en dat zij zich dienen te houden aan de geboden van de Tora.
Wat in de wet van Mozes geschreven staat, geldt volgens hen niet alleen voor Joden, maar ook voor mensen die uit andere volken afkomstig zijn.
Voor Joden en voor heidenen is er een en dezelfde toegang tot Jezus, en dat is de weg van de Thora.
Tegen deze achtergrond wordt het misschien ook duidelijk waarom de besnijdenis een zo grote rol in de discussie heeft.

5.
De besnijdenis is ook in onze tijd, om heel andere redenen,  een omstreden teken.
Zeven jaar geleden wijdde o.a. het dagblad Trouw er uitgebreid aandacht aan, omdat het KNMG in een destijds verschenen rapport uiteenzette jongensbesnijdenis zoveel mogelijk te willen ontmoedigen, omdat de medische en hygiënische voordelen niet  zouden opwegen tegen de vele nadelige gevolgen en ook omdat besnijden een schending zou zijn van de lichamelijke integriteit van een kind.
Zowel het Jodendom als de Islam kennen jongensbesnijdenis.
Tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw liet trouwens ook  het merendeel van de Amerikaanse mannen zich besnijden.
De Joodse traditie is gebaseerd op Genesis 17, het verhaal over het verbond tussen God en Abraham.
Ieder jongetje moet op de achtste dag van zijn geboorte besneden worden, als het tenminste sterk en gezond genoeg is om deze ingreep te ondergaan.
Het Lucasevangelie verhaalt, dat ook Jozef en Maria in gehoorzaamheid aan de Tora hun pasgeborene laten besnijden.
Met het aanbrengen van dit teken wordt een mensenkind het verbond van God binnengebracht: hij wordt een zoon van de Tora, iemand die bereidwillig de opdracht op zich neemt die in Wet en Profeten staat uitgetekend, nl. met heel je leven  laten zien wat het betekent om op deze aarde mens van God te zijn.

6.
De Joods-christelijke predikers in Galatië betogen dat deze verplichting voor iedereen geldt: Joden en niet-Joden.
Zij zijn ervan overtuigd dat de Tora en de besnijdenis de toegang vormen tot God en het leven in Gods nabijheid.
Maar voor Paulus is die boodschap vloeken in de kerk.
Voor hem heeft de Tora deze zo centrale plaats verloren sinds zijn ontmoeting met de Gekruisigde.
Niet langer de Tora, maar Jezus van Nazareth is het die voor hem de dragende grond vormt van zijn bestaan.
Dat is geen kwestie van accentsverlegging; dat is een aardverschuiving.

7.
We hoorden het al eerder: Paulus schrijft en leeft vanuit zijn ervaring op weg naar Damascus.
Plotseling werd hij in zijn levensgang onderbroken.
Door een onherleidbaar gebeuren – een stem uit de hemel, een woord uit de Schriften, de ontmoeting met de Messias.
Het is voor hem een opstandingservaring, een tot leven gewekt worden door de Geest van God die ook Jezus uit de doden heeft doen opstaan.
Hij redeneert er niet over, hij psychologiseert en filosofeert er niet over.
Hij verkondigt.
Hij brengt, waar hij maar kan, het bevrijdende bericht van Jezus, de Gekruisigde.
Waarom die nadruk op het kruis?
Het kruis als uiting van extreem geweld, maakt schrijnend duidelijk wie wij mensen zijn – in onze schuld en gebrokenheid, in ons falen en tekort.
Jezus is wreed terechtgesteld – als een weggelopen slaaf -, omdat mensen zijn liefdevolle aanwezigheid niet in hun midden konden verdragen.
Maar God heeft het offer van Jezus’ leven niet nodig om ons mensen te vergeven, zoals Paulus vaak is misverstaan.
Het is anders.
Juist in dit gemarteld mensenkind is aan het licht gekomen wie God ten diepste is: grondeloze barmhartigheid, liefde zonder terughoudendheid.
Die liefde is de grondslag van een nieuwe schepping, een nieuwe manier van samenleven: mensen die in vrijheid Gods liefde beantwoorden en zich willen laten bezielen door zijn Geest.

8.
Daarom is het evangelie een boodschap van vrijheid.
Allen worden uitgenodigd uit om als kind van God vrijuit in de ruimte van zijn liefde te leven.
Gods kinderen zijn geen slaven, die gebukt gaan onder de last van hun falen jegens God en elkaar.
Zij zitten niet gevangen in schuld en angst en onvermogen.
Zij zijn vrij en aan niets en niemand meer onderworpen dan aan Christus.
In concreto betekent het voor Paulus, dat niet-Joden niet eerst besneden hoeven te worden, als zij tot de gemeente willen behoren en aan de tafel van de Heer willen deelnemen.
Hoe goed de Wet ook is, niets anders kan ons houvast en oriëntatiepunt zijn dan Jezus en de vrijheid die ons in Hem geschonken is.

9.
Maar wat Paulus in Galatië ziet gebeuren, is dat mensen weer met handen en voeten worden gebonden aan allerlei regels en voorwaarden.
Zij krijgen opnieuw het slavenjuk opgelegd.
Een snoeiharde uitspraak, wanneer we ons te binnen brengen dat Paulus daarmee doelt op de Tora, op de Wet die vaak uit liefdevol respect ‘het juk van de geboden’ wordt genoemd.
Paulus’ woede is zo groot, omdat de andere predikers niet alleen de gemeenteleden weer van alles en nog wat willen opleggen, maar daarmee ook God zelf.
Wie voorschriften opstelt met betrekking tot de vraag wie wel of niet bij God welkom is, schrijft niet alleen mensen, maar uiteindelijk ook God de wet voor.
Maar wij, mensen, hebben God niet te vertellen wie hij wel of niet in zijn gezelschap mag uitnodigen, wie er wel of niet thuishoort aan Gods tafel.
God is vrij in zijn liefde.
En ook de Tora vindt haar grens in de vrijheid van God om met de Tora zijn eigen weg te gaan.

10.
De vrijheid waarover Paulus schrijft is geen vrijbrief om te doen en laten wat je maar wilt.
Want al te gauw ontaardt vrijheid in vrijblijvendheid of bandeloosheid.
Paulus heeft dat gevaar scherp onderkend.
In de nieuwe gemeenschap van God wordt vrijheid gekwalificeerd door de liefde.
Daarom schrijft Paulus paradoxaal genoeg in dezelfde Galatenbrief over de slavernij van de dienst aan de naaste.
De vrijheid van een christenmens is de vrijheid om God goddelijke dingen in ons te laten doen: vergeven en verzoenen, hoop schenken in woord en daad.
We zijn vrij, omdat we het bezit zijn van Jezus, omdat we leven in zijn dienst.
Ik ben niet het bezit van iemand of iets.
Ik kan ook niemand anders bezitten.
Maar ik ben het eigendom van Jezus Christus.
En wie Jezus voor ogen houdt, laat zich meer en meer leiden door de Geest die ook hem bezielde.
Paulus kan, op dit punt van zijn brief aangekomen, de Wet dn ook in positieve zin ter sprake brengen.
“Want de hele wet is vervuld in één uitspraak: “heb uw naaste lief als uzelf”.
Soms kan die liefde een vorm aannemen die tegenover de wet van Mozes lijkt te staan.
Maar het is, vind ik, veelzeggend, dat Paulus – juist om de Joodse christenen niet voor het hoofd te stoten – zijn metgezel Timotheüs, die van Joodse afkomst was, de besnijdenis liet ondergaan voordat zij samen op reis gingen.
Zo verbuigt en vervoegt geloven zich tot dienende liefde in de Geest van Jezus.

11.
In zijn boek “Gods partner’ schrijft Willem Zuidema:
“De tragiek van Paulus is dat een heidenchristelijke kerk – ontstaan omdat hij, Paulus, aan niet-Joden ruimte wilde geven in de messiaanse gemeenschap – zich heeft losgemaakt van haar joodse achtergrond, om zich vervolgens meester te maken van hem en zijn brieven voor haar theologie.”
Jodendom en Christendom zijn gescheiden wegen gegaan.
We weten ons getekend door dit hartverscheurende verleden.
Is het visioen van Paulus dan definitief stuk gelopen op de weerbarstige werkelijkheid?
Of kan het ons inspireren om met nieuwe ogen naar elkaar en naar anderen te kijken, als Joden en niet-Joden, kerk en synagoge?
En hebben zijn vaak lastige woorden nog steeds de kracht om ons aan te zetten Gods universele welkom en de vrijheid in Christus in onze eigen tijd te doordenken en gestalte te geven?
Mocht de apostel en alles wat hij met zijn brieven heeft opgeroepen ons in de weg staan, dan zou Paulus zelf de eerste zijn om ons te verwijzen naar de Tora en bovenal naar Jezus die ons Wet en Profeten heeft uitgelegd en voorgeleefd.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.