Preek van de Week – Zondag 12 juli ’20

1 Koningen 17, 1 – 16

I
Dit is de tweede dienst in de zomerserie van zes met als thema ‘(t)huis van God’. Ook al zijn de maatregelen waarmee we ons wapenen tegen het virus versoepeld, we zijn nog steeds meer op thuis aangewezen dan vóór de uitbraak. De meeste kerkgangers maken nog steeds de diensten thuis mee via de kerkomroep. Het Huis van God valt in deze periode samen met ons eigen Thuis. Zo werd het idee geboren van het thema voor de serie zomerdiensten. We nemen de vertrekken van ons huis als uitgangspunt om ons geloof te overdenken en te vieren. Vorige week was dat de hal. Vandaag zijn het de kelder en de keuken.

Bij iemand in de keuken kijken is achter de schermen kijken. De keuken heeft iets intiems. Oké, de slaapkamer komt in de serie ook nog voorbij. Maar toch. Lang niet iedereen is gesteld op pottenkijkers in de keuken. Het is meestal goed bedoeld als gasten na de maaltijd borden en schalen naar de keuken willen brengen. Maar er zijn gastheren en gastvrouwen, die in zo’n geval resoluut ingrijpen. Misschien omdat ze niet willen dat de nasmaak van het feestelijke etentje wordt aangetast door de aanblik van een ontplofte keuken. Maar misschien ook wel omdat de ander ongevraagd niets te zoeken heeft in jouw keuken. ‘Ik heb mijnen liggen in de gang naar de keuken,’ waarschuwt een gastvrouw haar gasten.

Op een doordeweekse dag in huiselijke kring ligt dat natuurlijk anders. Sommige mensen willen geen afwasmachine, omdat ze het risico niet willen nemen dat de gesprekken tijdens de nasleep van de dagelijkse maaltijd hun kracht verliezen. Die heilige momenten, waarop je naast elkaar staat aan het aanrecht – de een met de borstel, de ander met de droogdoek – en er dingen ter sprake komen die de kern raken van het samen leven. Zonder elkaar aan te hoeven kijken. Nergens komen het alledaagse en het meest bijzondere vaker samen dan in de keuken. Bij de afwas of tijdens het aardappels schillen.

II
Er is een vrouw, die tijdens een feestje altijd de keuken opzoekt. Om de gastvrouw of gastheer te helpen. Ongeschonden komt ze door het mijnenveld. Ze doet alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Het valt bijna niet op. Toen ik haar eens vroeg waarom ze het doet, zei ze tegen mij: ‘Ik breng nooit iets mee naar een feestje. Daar heb ik het geld niet voor. Dit is míjn cadeautje.’ Ik knikte. Was geraakt. Ze zag het en zei toen, terwijl ze me aankeek: ‘En trouwens, ik houd er ook van. Tussen de gasten, zonder iets om handen, voel ik me al snel alleen omdat ik niet mee kan praten over een interessante reis of over spannende dingen op het werk. Ik ben zonder baan.’

Dat is óók de keuken. De plek die jou tot iemand maakt. Waar hiërarchie het aflegt tegen teamgeest en waar, wat jij hebt in te brengen, er werkelijk toe doet.

III
De lezing uit het boek Koningen maakt me bewust van nog een aspect van de keuken, namelijk de verbondenheid van mensen met alles wat leeft. Elia, die zich verborgen houdt bij de beek Keriet, heeft geen keuken. De hemel is zijn dak. De aarde is zijn huis. En de raven zijn het keukenpersoneel. In de morgen en in de avond komen ze naar hem toe met brood en vlees. De beek voorziet hem van water.

Ik herinner me nog goed hoe zeer ik van mijn stuk was toen ik merkte dat de straatjeugd, waar ik ooit mee werkte in Rotterdam, geen verband wist te leggen tussen een pak melk en een koe. Als ik nu voorverpakte en schoon gemaakte sla uit het koelvak van de supermarkt haal, vraag ik me soms af of ik nog weet hoe het er aan de krop ook alweer uit zag. Gemak dient de mens. Maar wat is het heerlijk om de tijd te kunnen nemen voor het klaar maken van een maaltijd. Om zelf de groenten te snijden en de klei van de Opperdoes te schrappen. En als er vlees aan te pas komt, te weten waar het vandaan komt en dat het dier een leven gehad heeft. Tijd die geen geld is, maar tijd om je bewust te worden van de zegen die je ten deel valt en van jouw verbondenheid met alles wat leeft.

Ik denk dat dit het ook is aan de keuken, wat de hiërarchie onderuit haalt: de wetenschap dat je een schakel bent in het leven en niet de baas óver het leven. Daar hoort ook bij: met de handen in het afwaswater je zorgen delen zonder de antwoorden al te hoeven weten.

Ik weet dat we hier niet te romantisch over moeten spreken. Als je twee schoonmaakbanen hebt om het gezin te kunnen onderhouden, is tijd nemen voor het bereiden van de maaltijd een luxe. Als je van een minimum inkomen moet rond komen en je wilt een keer een stukje vlees op tafel zetten, dan loop je de deur van de groene slager wel voorbij. En als je alleengaand bent, omdat je partner er niet meer is of er nooit geweest is, dan kan dat in de keuken voelbaar zijn. Dan is er wel de kwetsbaarheid, maar niet de ruimte om het ook echt te mogen zijn. Want wie zal je troosten en bemoedigen?

Hier is een rol weg gelegd voor de kerkelijke gemeente. De kerk is ooit ontstaan uit eetgroepen, uit kleine kringen in grote steden waarin het geloof in Christus niet alleen beleden, maar ook geleefd werd. Een leven zonder hiërarchie en met alle ruimte voor elkaars kwetsbaarheid. Diakenen zagen toe op de herverdeling van het voedsel, zodat iedereen zich gezien wist. Wierook is van later datum. Net als onze fixatie op het hogere.

We weten niet wanneer we als kerk weer over kunnen gaan tot de orde van de dag. Maar de vraag is ook of we dat moeten willen. In de komende jaren zullen vele kerken in Nederland aan de eredienst worden onttrokken, zoals dat zo mooi heet. Dat is geen doemdenken. Het is in volle gang. En de Corona crisis, waar we nog midden in zitten, zal dat proces versterken. Maar laten we elkaar een ding beloven: dat we in de kerken fatsoenlijke keukens bouwen, die de gemeente uitnodigt om niet alleen koffie te drinken na de zondagse dienst, maar ook om samen te koken en te eten op zijn tijd. Op zondag, maar ook doordeweeks.

IV
Terug naar het Bijbelverhaal. Het voert te ver om de strijd tussen Elia als profeet van de Ene en de religieuze cultus rond de god Baäl volledig te belichten. Maar het is meer dan armpje drukken tussen goden. Want wees eerlijk: of je nu door de kat of door de hond gebeten wordt.. In de kern gaat het om het doorbreken of in stand houden van de hiërarchie. Het gaat om de vraag of mensen aan de onderkant volop kind van God mogen zijn; of kwetsbaarheid gezien wordt of verzwegen moet worden. Baäl staat voor het recht van de sterkste, voor de kracht van de natuur, voor het naar je hand zetten van de vruchtbaarheid, voor het toe-eigenen van het water en de natuurlijke hulpbronnen.

Als Elia tegen koning Achab zegt: ‘Zo waar de Ene leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg.’, dan moet je niet omhoog kijken maar naar beneden. En als je wel omhoog wilt kijken, kijk dan naar de raven die dienst doen in de keuken van Elia. Het is geen pretje om profeet van de Ene te zijn. Het maakt je tot armoedzaaier en tot vluchteling. Verbonden met alles wat leeft en op ooghoogte met een weduwe uit Sarefat, van wie jij afhankelijk bent. Sarefat ligt onder de rook van Sidon. De steden Tyrus en Sidon zijn de machtscentra van koning Achab en van de Baälcultus. Daar wordt hij naar toe gezonden. Kortom: de profeet van de Ene heeft geen poot om op te staan en geen steen om zijn hoofd op neer te leggen.

Hij wordt overgeleverd aan de zorg van een weduwe, die een kind heeft zonder toekomst; een kind dat alleen zijn moeder heeft. Gaat zij in op het gebod van de Ene om de vreemdeling te verzorgen, terwijl ze met haar kind zelf aan het eindje is gekomen? Dat kommetje water waar de Godsman om vraagt is al zo veel. Wat moet ze met de loze belofte dat het meel in de pot en de olie in de kruik niet op zullen raken, tot de dag dat de Ene regen zal geven op de aarde? Zo werkt het niet in de Baälcultus. Het is in haar religie ieder voor zich en God voor ons allen. Die God, ver verheven boven de raven, die niet weet wat zorgen is en permanent zijn macht afdwingt. Wat zijn zijn beloftes waard?

In het appel dat Elia op haar doet gaat het niet om het grote goed van delen met anderen wat je over hebt. Zij heeft namelijk niets over. Zij heeft tekort. Ze kan het leven van haar kind en haarzelf nog één dag rekken en dan is het gedaan. ‘Niet bang zijn,’ zegt Elia, ‘bak met wat je nog hebt. Geef het aan mij. Daarna kun je verder: jij en je kind.’ Hoezo?, denk je dan. En: Hoezo eerst die vreemde zwerver in zijn kameelharen jas en dan pas haar kind en zijzelf? Ze mag dan een heiden zijn, maar dat verplicht haar toch niet om in sprookjes te geloven? En toch doet ze wat hij van haar vraagt. Ze stapt een nieuwe werkelijkheid binnen, waarin het zien van andermans kwetsbaarheid ten allen tijde leidend is, ook als het morgen jouw laatste dag is. Daar ergens huist de Ene. In haar keuken. Niet in de tempels van Tyrus en Sidon.

V
Over de kelder heb ik het niet gehad. Die plek, die bij mijn vriendje een keer per jaar voor de helft volgestort werd met aardappels, genoeg voor een heel jaar. Ze hadden het niet breed. Zo wisten ze in ieder geval dat er elke dag aardappels op tafel gezet konden worden. In dat grote gezin was er voor mij altijd wel een plekje vrij aan tafel. Ik was er te gast bij de weduwe, zo vaak ik wilde.

Er is geen tijd meer over om de kelder recht te doen. Zie de kelder maar als de plek waar de pot met meel staat en de fles met olie. In het verborgene van deze tijd waarin alles kan en alles moet kunnen; waarin de Baäl het al lang gewonnen heeft, ook in de kerk; waarin we onze ziel verkocht hebben aan economische groei en persoonlijk geluk; in dat verborgene huist een verhaal dat bewijst dat het anders kan. Het is een verhaal dat ons ook steeds opnieuw verteld moet worden. Het is niet van ons. We zullen er steeds opnieuw op gewezen moeten worden door mensen als die vrouw waar ik het over had, die op feestjes de keuken opzoekt en daar haar waardigheid vindt. Nog eens: de kerk kan niet zonder een keuken. Ook deze tempel van kerkmuziek niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.