Preek van de Week – Zondag 12 februari ’17

Maleachi 3, 7-9 . 16-20
Matteüs 20, 1-16

I
Goed dat er vakbonden zijn! Die waren er in Jezus’ tijd niet. Je zult maar de hele dag zwaar werk hebben verricht en de hitte hebben doorstaan. En dan zien gebeuren dat je het zelfde loon krijgt uitbetaald als de werkers, die maar een staartje van de klus hebben mee hoeven te pikken. De arbeider is zijn loon waard! Ze murmureren. Dat is je chagrijn laten merken zonder de kans dat er ook maar iets verandert in de verhoudingen. Je hebt het maar te pikken. Dikke kans dat je met de tijd verbitterd raakt.

Het is goed om als hoorders van dit verhaal niet te snel over je ongemakkelijke gevoel heen te stappen. Gooi het niet te gauw op een akkoordje met die landheer, met wie Gods nieuwe wereld wordt vergeleken. Want dat ongemakkelijke gevoel kon wel eens te maken hebben met rechte verhoudingen in onze samenleving. Het is maar de vraag of we zo snel op schoot moeten kruipen bij deze landheer, in wie wij als gelovigen God menen te moeten herkennen. Hij mag dan van zichzelf vinden dat hij een goed hart heeft, ik heb het de dagloners nog niet horen zeggen. Ja, maar het is toch een verhaal van Jezus? Precies daarom. Wie naar hem luistert en in zijn spoor wil gaan, komt overal behalve in de schoot van een landheer uit. ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen,’ zegt Jezus (Mat. 8, 20). Zijn verhalen schuren als het harde woestijngras onder een open hemel.

II
Het verhaal schuurt ook bij Paul. Het herinnert hem aan de tijd dat hij dokwerker was in Liverpool. Nog vóór de container en de slimme technologie hun intrede deden. Het was de tijd van de contractarbeiders. Elke dag naar het dok in de hoop dat er werk voor je was. Wachten met velen in een ijzeren kooi en hopen dat je door een voorman werd uitverkoren. Soms onverrichter zake naar huis gaan en dus zonder inkomen die dag. Vriendjes proberen te worden met de voorman. Hem een of twee pints aanbieden in de pub met geld dat er eigenlijk niet was.

Paul weet wat de werkers in de wijngaard mee moeten maken. Hij weet hoe het werkt, hoe de ondernemer probeert met zo weinig mogelijk arbeidskrachten het werk gedaan te krijgen. Hoe meer er wachten op werk, des te lager het loon dat hij hoeft uit te betalen. Sinds die tijd is er veel verbeterd. Je kreeg vaste contracten en verbeterde arbeidsvoorwaarden. Maar het blijft opletten! De dokken hebben steeds minder mensen nodig. Het werk wordt schaars. En de losse contracten hebben hun intrede weer gemaakt.

Is het geen goede landheer die zelfs om vijf uur in de middag nog eens op weg gaat en dan een groepje arbeiders treft die er nog steeds staan? Een mens die vraagt: ‘Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?’, zodat de arbeiders hun pijn kunnen verwoorden: ‘Niemand wilde ons in dienst nemen.’

Paul met zijn geschiedenis ziet hoe de landheer een cynisch spel speelt. Het is de tijd van de oogst. Het zijn drukke dagen. De werkwijze van de landheer is niet anders dan Paul gewend was in de dokken van Liverpool. Je probeert het eerst met zo weinig mogelijk mensen. Eén denarie is het afgesproken loon. Dat is genoeg om één dag je gezin te onderhouden. Maar ook niet meer dan dat. Iets wegleggen voor tegenvallers zit er niet in. Eén denarie, het loon van één dag. Dat de landheer de werkers van het elfde uur het zelfde loon geeft als de werkers van het eerste uur, is volgens Paul puur eigen belang. De landheer heeft er niets aan wanneer zijn arbeidspotentieel verzwakt omdat er geen eten was. Hij heeft ze nodig deze drukke dagen. Niet alleen de sterkste schouders, ook de minder sterke. Want bij gebrek aan arbeiders moet het loon omhoog en daarop zit de landheer niet te wachten. Dat hij de eersten het laatst hun loon uitbetaalt, is een heldere boodschap aan de sterksten onder hen: ‘Jullie hebben niks te koop!’ Nee, zeg niet te gauw dat deze landheer op God lijkt.

III
Het verhaal schuurt. Ik weet niet of Paul gelijk heeft. Is zijn moeite met het verhaal niet te veel bepaald door zijn geschiedenis? Maar een ding weet ik wel: dankzij Paul schuurt het verhaal nu ook voor ons. Hij ontneemt ons de kans om al te naïef te applaudisseren voor de landheer met het grote hart. Trouwens, ook onder het publiek rond Jezus zullen er velen zijn geweest die zouden hebben geknikt bij de kritiek van Paul op het hele systeem. Eeuwen kunnen je scheiden, taal en cultuur, maar de ervaring dat je aan de goden bent overgeleverd en je menselijk waardigheid geweld wordt aangedaan wordt herkend door allen.

Jezus vertelt dit verhaal niet om onze ziel te wiegen. Het mag schuren. Het kan niet anders dan dat het schuurt. Want het gaat over het Koninkrijk van de hemel. En dat is wel even iets anders dan het glad strijken van plooien in deze wereld en die voorzien van een lieflijk vroom sausje. Het Koninkrijk van de hemel is niet van deze wereld. Het steekt een spaak tussen de raderen. En zijn het niet mensen als Paul en als de werkloze landarbeiders onder het publiek, die het meest hebben te verwachten van dit Koninkrijk van de hemel? Hoe langer ik er over nadenk, hoe meer ik er van overtuigd ben dat Jezus in dit verhaal hun levenservaring verdisconteerd heeft. Hij sluit aan bij hun pijn. Ook al weten zij zich net zo min raad met dit verhaal. Iedereen die dit verhaal hoort blijft met drie vragen zitten: Behandelt de landheer de arbeiders van het eerste uur onrechtvaardig? Mag de landheer doen met zijn bezit wat hij zelf wil? Is de landheer goed? Ja, het verhaal schuurt omdat, welke antwoorden je ook geeft, je toch in verwarring achter blijft.

Een belangrijke reden om nog te geloven en naar de kerk te gaan, is het diepe verlangen om geborgen te zijn. Er gebeurt zo veel in deze wereld, dat je uit balans gooit. Wie van ons weet hoe de wereld er morgen uitziet? Dat is wel eens anders geweest. Zo lang is het nog niet geleden dat een gerenommeerd denker het einde van de geschiedenis aankondigde. En dan niet vanwege chaos, maar omdat er volgens hem niets wezenlijks meer zou veranderen. De wereld was voorspelbaar geworden. Inmiddels weet hij beter. En wij helaas ook.

Hebben we niet de neiging om het evangelie ook te lezen met een zekere voorspelbaarheid? De slotsom is telkens weer dat God liefde is en het allemaal wel goed komt, toch? Dan schuurt het als je met vragen wordt opgezadeld. Want die hebben we al genoeg. We willen antwoorden. En het liefst antwoorden die ons gerust kunnen stellen. Vandaar de neiging om te vroeg te applaudisseren voor de landheer in het verhaal: Ja, God is rechtvaardig en machtig en goed. Halleluja! Zo overstem je de vragen die Jezus ons zelf stelt. Zo overstem je ook het levensverhaal van Paul met schuurplekken in de ziel die nooit helemaal weg gaan.

Het evangelie is niet voorspelbaar. Het is altijd anders dan jij denkt. En het zoekt aansluiting bij jouw vragen en bij jouw angsten. Het herkent zich niet in jouw antwoorden. Ook al kom je naar de kerk om je in die antwoorden bevestigd te zien. Het evangelie herkent zich niet in die antwoorden, omdat je in die antwoorden voorbij gaat aan de naakte realiteit van jouw bestaan.

IV Elke keer als ik dit verhaal van Jezus hardop lees, word ik geraakt door dat korte gesprek, tegen het vallen van de avond, tussen de landheer en de werkloze contractarbeiders: ‘Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” “Niemand wilde ons in dienst nemen,” antwoordden ze.’  Is het mijn verkokerde blik? Is het de wens die de vader is van de gedachte? Of raakt hier het evangelie de geschiedenis, zodat het vonkt en knettert? Ik hoor in de vraag niet: ‘Eigen schuld, dikke bult!’ En ik hoor hier ook niet de vakbondsman die zijn analyse al lang klaar heeft en die niet kan wachten om het antwoord van de mensen in zijn analyse te frommelen en hen op te roepen tot actie, actie, harde actie.

Ik hoor een vraag, die ruimte maakt voor de volle wanhoop, voor de bitterheid en het verdriet, voor de levenslange ervaring van niet geborgen zijn in deze wereld. ‘Niemand wilde ons in dienst nemen’  Hier wordt niet direct overgegaan op een veranderingsstrategie. Hier wordt ook niet iets van dat antwoord gevonden. Hier wordt ruimte gemaakt met een vraag, een blik, een luisterend oor. Nu moet ik even duidelijk zijn: er is niets mis met een goede strategie om op te komen voor de belangen van contractarbeiders. Binnen de mogelijkheden van deze wereld is het zelfs een opdracht. Revolutie kun je niet wegstrepen tegen het evangelie. Het is veel ernstiger als gelovigen de boel de boel laten en goed praten wat krom is met ‘God is liefde’ in de mond. Maar wat blijft is dat het Koninkrijk van de hemel niet van deze wereld is. In deze wereld heeft het evangelie geen ander antwoord dan niet weglopen bij mensen, die alle antwoorden hebben zien verdampen; die hun menselijke waardigheid hebben verloren; die alle vertrouwen kwijt zijn. En met hen gemeenschap zoeken.

Wachten tot de vrede uitbreekt. Wachten tot de liefde vonkt en knettert. Wachten tot de vrolijkheid zich breed maak, zoals bij de landheer aan het eind van het verhaal van Jezus. ‘Neem aan wat je toekomt en ga! Ik wil aan die laatsten nu eenmaal hetzelfde betalen als aan jou.’ Werker van het eerste uur, jullie hebben helemaal gelijk! Ik neem jullie niks kwalijk. Maar ik krijg het je nooit uitgelegd binnen de termen van deze wereld. Maar nou opzouten! Want het is tijd voor mijn nieuwe wereld, waarin de laatsten de eersten zullen zijn.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.