Preek van de week – zondag 11 september

Leviticus 19: 33 – 34
Jesaja 16: 1 – 5
Matteüs 25: 34 – 40

I
‘Kom, en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is,’ zegt de Koning uit het verhaal van Jezus. ‘Kom verder! God heeft jullie hoog zitten.’

‘Kom verder..’ Dat is ook het thema van het Festival van de Geest, dat in de afgelopen dagen op verschillende manieren is uitgewerkt. Maatschappelijk: Wat betekent het als je tegen vluchtelingen zegt: ‘Kom verder..’? Wat betekent het voor hen en wat betekent het voor de stad? Individueel: Kan deze uitnodigende plek in het groen iets betekenen voor de Stadjer die richting zoekt en verder wil komen? Sociaal: Met de buurtmaaltijd een voorschot nemen op het feestmaal van God voor alle volken: ‘Kom verder en laat het je smaken.’ Cultureel: Luisteren naar muziek, naar verhalen en gedichten, die mensen verder doen komen dan de waan van de dag.

We kunnen vanmorgen niet compleet zijn. De Bijbel heeft zo haar voorkeuren om ons tegemoet te komen. Alles klinkt wel mee: het individuele, het sociale en het culturele. Maar het maatschappelijke zet toch de toon. Deze wereld wacht erop om recht gezet te worden. Daar gaat het om in dat koninkrijk waar Jezus over spreekt. Dat recht gedaan wordt aan de kleinen die geen kant op kunnen, dat zij zich gezien weten en verder komen, aan alle vormen van uitsluiting voorbij: honger, dorst, ziekte, gevangenschap en leven in de illegaliteit. Het komt in de evangelielezing allemaal voorbij. Ja, we kunnen dat koninkrijk van Jezus wel dromen. Het komt elke zondag op een of andere manier wel een keer voorbij. Steeds opnieuw die uitnodiging: ‘Kom verder..’ Het koninkrijk van God ligt voor ons klaar, zoals het brood en de wijn op deze tafel wanneer wij het avondmaal vieren. Deze wereld hoeft niet zo te zijn en zal ook niet zo zijn. Ze is geen noodlot. Ze is van God en ze wacht om recht gezet te worden. Dat is haar bestemming vanaf het begin.

Jezus tapt uit het zelfde vaatje als de profeet Jesaja, eeuwen voor hem. Bij Jesaja gaat het om de stad Jeruzalem. ‘Word eindelijk die stad van vrede! Je bent er voor bestemd. Sta stevig op de fundamenten die God zelf gelegd heeft. En niet net daarnaast. Want dat wordt je ondergang.’  Op de gastvrijheid en op de vriendschap met vluchtelingen wordt uit de brokstukken van het oude het nieuw Jeruzalem gebouwd, zegt de profeet Jesaja. Alleen zo kom je verder, Jeruzalem. Alleen zo wordt het nog een keer wat met je. ‘Verberg de vluchteling, lever de ontheemde niet uit… Dan wordt in Davids huis een troon geplaatst, gegrondvest op liefde en trouw. Daar zetelt een rechter die recht zoekt, die ijvert voor gerechtigheid.’ (Jesaja 16: 3 en 5)

II
‘Kom verder…!’  Ik weet niet hoe dat bij u is, maar mij klinken deze woorden vertrouwd in de oren. Ze kwamen je tegemoet als je bij iemand achterom liep en je zomaar op de drempel van de keuken stond. ‘Kom verder…!’  Je wist je gekend. Je deelde het dorp. En je deelde de mores, die nergens opgetekend stonden. Niet nodig omdat iedereen ze toch wel kende. Het was een gastvrijheid die vooral het ‘ons kent ons’ onderstreepte. Echt verder kwam je samen ook weer niet. Maar dat hoefde ook niet.

Vandaag klinken de woorden anders dan toen. Stond je toen zomaar in de keuken, nu roepen sommigen hardop: ‘Niet in mijn achtertuin!’ (‘Not in my backyard!’) Nul vluchtelingen als het even kan. Maar in ieder geval: zo weinig mogelijk. Want we kunnen het niet aan. Begrijp me goed: de mensen zijn niet slechter geworden. Wel banger en kaler in hun afwegingen. Hier en daar, alles loopt door elkaar. Wat is nog ver weg? Voor je het weet staan ze in je achtertuin. ‘Kom verder…!’  Het komt niet zomaar meer uit je mond.

Met God is het ongeveer het zelfde gegaan. Ooit hield hij, toen hij nog onbetwist een hij was, de mensen en de dingen op hun plaats. God hoorde bij de inboedel. Hij was er kind aan huis. Een collega van mij heeft haar kinderjaren in Indonesië doorgebracht. Ze is de dochter van een zendeling en ze weet nog hoe ze als puber kennis maakte met de Veluwe, waar ze haar middelbare schooltijd doorbracht. Hoe ze zich verbaasde omdat de mensen zo veel meenden te weten over hoe God de wereld bestuurde, terwijl ze nauwelijks buiten het dorp hadden gekeken. Die tijd is voorbij. God regeert niet meer vanaf de Veluwe. Hij is op z’n best een twijfelgeval geworden.

En wat te denken van dat koninkrijk van hem? De strijders van de Islamitische heilsstaat doen je alle lust vergaan om te geloven in het koninkrijk van welke God dan ook. ‘Kom verder,’ zegt Jezus, ‘en neem deel aan het feest van mijn Vader dat hij voor jullie van meet af aan heeft georganiseerd.’ (Matteüs 25: 34). We staan op de drempel, maar we aarzelen om op de uitnodiging in te gaan. De kleine lettertjes van het grotere verband hebben we vanmorgen niet gelezen: dat akelige stukje over de mensen, die God voor eeuwig in hun sop laat gaar koken, omdat zij dat een geschiedenis lang met andere mensen hebben gedaan.

III
Alles verandert. En niemand weet precies waar het naar toe gaat. Alleen dat je zelf onderdeel bent van de veranderingen. Nederland wordt gaandeweg internationaler en veelkleuriger. De bevolkingssamenstelling verandert. Het autochtone deel vergrijst. Mensen, die elders op de wereld hun wortels hebben, proberen hier een toekomst op te bouwen, te studeren en werk te vinden. Dat roept allerlei vragen op: Wat is Nederland nu? Wat moet er zeker mee naar morgen? En hoe ziet Nederland er dan uit? Geen wonder dat de identiteit van Nederland hét item schijnt te worden van de tweede Kamerverkiezingen in maart.

‘Kom verder…!’  Wat betekenen deze woorden in dit verband? Hoe ver moeten we gaan in onze gastvrijheid? Verliezen we onszelf niet? Meer dan voorheen zijn we ons er van bewust dat we zelf ook in het geding zijn als wij gastvrijheid oefenen. In het dorp van mijn jeugd waren de open achterdeur en het  ‘Kom verder…!’, dat klonk als je al op de drempel stond, een bevestiging dat er niets veranderde. Nu is dat anders. Wie nu ‘Kom verder…!’ zegt tegen de mens, die bij jou haar heil zoekt, die zegt het ook tegen zichzelf. Wie verder wil komen, zonder dat de eindbestemming vast ligt, weet dat hij een ander nodig heeft. Dat geldt niet alleen voor de gast. Dat geldt ook voor de gastheer of -vrouw. Het geldt niet alleen voor de vluchteling die hier een toekomst probeert op te bouwen, het geldt ook voor de vrijwilliger, de hulpverlener, de burgemeester en de dominee. Met dat je ‘Kom verder…!’ zegt tegen de ander, zeg je het ook tegen jezelf.

Wie vertrouwd is met de boeken van Mozes, wist dat al langer: ‘Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. Ik ben de HEER, jullie God.’ (Lev. 19: 34) Je hebt geen alleenrecht op je huis. Je hebt geen alleenrecht op je land. Zo lang de wereld waarin wij leven geen thuis is voor de meest kwetsbare kinderen van God, zo lang geldt de oproep ‘Kom verder…!’ voor jezelf en voor wie er op je drempel staat. Een vluchteling verder brengen lukt alleen als je bereid bent je eigen breekbaarheid en angsten onder ogen te zien. Als je samen maar tijd genoeg krijgt, lukt dat vroeger of later. In de achteruitkijkspiegel zie je dan soms ook hoe je met al je goede bedoelingen de ander tot object van zorg maakte, boven haar ging staan in plaats van werkelijk naast haar, met jouw superioriteit verborg dat je zelf ook verder moest komen.

Alleen in de spiegel van de ander komen we er achter wat er van vandaag mee moet naar morgen: het grote goed van de identiteit van Nederland. Dat grote goed staat nergens omschreven. Het staat op geen harde schijf. Het ligt nergens in een dossiermap opgeborgen. Hoe hard politieke partijen ook roepen. De identiteit van Nederland moet steeds opnieuw ontdekt worden in de vertrouwensrelatie tussen de gast en gastheer (vrouw). Net zo lang tot  die twee inwisselbaar zijn. ‘Heb de ander lief als jezelf, want je bent zelf vreemdeling geweest in het Angstland,’ zegt de Bijbel. Dat is de solide basis voor gelovigen om de toekomst te ontdekken in het heen en weer tussen jou en de vreemdeling. En om samenlevingsbreed onze identiteit voor morgen te ontdekken. Wie blijft roepen: ‘Niet in mijn achtertuin!’ (‘Not in my backyard!’) zet zichzelf en anderen buitenspel. Je ontneemt jezelf de kans om in Groningen de contouren te ontwaren van een nieuw Jeruzalem.

IV
Nog even over de Bijbel als solide basis voor gelovigen om toekomst te ontdekken. Het is niet de stevige taal van de politicus die zichzelf overschreeuwt. En waar het dat wel is – er staan echt de vreselijkste dingen in de Bijbel – daar hoor je de woedende echo van mensen die hun waardigheid werd afgenomen. Maar met die taal kom je uiteindelijk niet verder. God is ook minder stevig dan mensen hem hebben gemaakt. Neem bijvoorbeeld die koning, die de bokken van de schapen scheidde. De een mag naar het eeuwige feest, de ander naar de verdoemenis. Laten we afspreken dat we er niet meer aan mee doen, aan die grootsprekerij over God. Niet omdat we de woede niet begrijpen over mensen die andere mensen het leven ontzeggen. We snappen die God. Maar we gaan er niet meer in mee. Omdat het ons uiteindelijk niet verder brengt.

Als we God ontdaan hebben van die al te grote menselijke trekken, dan blijft er een God over die mens geworden is in Jezus Christus. Die al zijn luister heeft afgelegd en in zijn liefde even breekbaar werd als de meest breekbare van alle mensen. ‘Wat je voor haar gedaan hebt, heb je voor mij gedaan,’ zegt de hemelse koning en rechter van de geschiedenis. Dicht op de breekbaarheid van de ander en dicht op de breekbaarheid van jezelf laat deze God zich ontmoeten. God vinden doe je hier. Niet in je angst om het toegangsbewijs voor het eeuwig feest te verspelen. Als we God daar zouden moeten vinden, dan zou elk ander mens het speeltje worden van je angsten wanneer je naar haar omkijkt. Maar voor deze God hoef je niet bang te zijn. Hoezeer de evangelist ook in de valkuil is getrapt om hem opnieuw van spierballen te voorzien. God heeft geen spierballen. God stelt niks voor. En zo staat hij naast jou in je eigen breekbaarheid, in jouw niet weten hoe het verder moet. Zo wil hij God zijn. Die God loven wij zondag aan zondag. Die God leven wij met alle mensen samen.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *