Preek van de Week – Zondag 11 november ’18

Matteüs 25: 31 – 46

I
Vandaag is de eerste van de drie zgn. Voleindingszondagen. De kerk leeft in de verwachting dat het einde van de tijden vol zal zijn van Gods heerlijkheid. ‘Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij,’ zegt het Bijbelboek Openbaring. Eigenlijk is het al een beetje Advent vandaag. Het komt er aan! In de evangelielezing gaat het over de mensenzoon, die als rechter van de eindtijd komen zal om zijn oordeel te vellen over de volken. ‘Hij zal de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt,’ (vers 32).

Vandaag is het ook de gedenkdag van Sint Martinus. De legende verwijst naar dit verhaal van Jezus. Jezus verschijnt in een droom aan Martinus als de bedelaar met wie Martinus zijn soldatenmantel deelde. ‘Ik was die bedelaar!’ Het is meer dan een echo van wat we vandaag horen in het evangelie: ‘Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.’ (vers 40) ‘Ik was naakt en jullie kleedden mij.’ (vers 36)

II
De legende is me liever dan het evangelieverhaal. De legende laat het geheim heel en went nooit. ‘Ik was die bedelaar!,’ zegt Christus. Niet: mijn broeder. Niet: mijn zuster. Maar ik zelf. Punt. In de legende worden er geen schapen van bokken gescheiden. De bedelaar in de legende heeft geen andere macht dan zijn weerlosheid. Het aanzien van die weerloosheid doet Martinus afdalen van zijn paard. Hij kan die niet weerstaan. De blik van de bedelaar brengt beweging in gang en verbinding tot stand. Er zijn hier geen bokken of schapen, die gescheiden moeten worden. Alleen de soldatenmantel wordt in tweeën gedeeld. Er is hier gemeenschap tussen twee mensen, die elkaar nooit samen hadden gedacht. In kerktaal zou je kunnen zeggen: het is de gemeenschap van heiligen.

De scheiding tussen de bokken en de schapen in het evangelieverhaal bederven het geheim van wat Christus in de wereld teweeg brengt. En het is ook nog eens in tegenspraak met het visioen uit Openbaring, dat er geen jammerklacht, geen pijn meer zijn zal: ‘Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven,’ (vers 46) waarschuwt het verhaal. Je moet dus op je hoede zijn om het niet eeuwig voor jezelf te verpesten. Er is niet veel voor nodig om in het evangelie in die onaanzienlijkste zuster of broeder de vermomde koning van de eindtijd te zien. Niet echt arm. Geen echte vluchteling. Niet werkelijk dakloos. Een wolf in schaapskleren. Of mag ik dat zo niet zeggen? Iemand, die jou bespiedt om te zien of jij wel werkelijk deugt. Een die de macht heeft om met jou af te rekenen als jij voorbij loopt zonder oog voor hem te hebben.

Lees je het evangelie op deze wijze – en ik zei al: daar is niet veel voor nodig – dan wordt iedere Riepe die je van de dakloze koopt, een middel om straks in het goede vak met de schapen terecht te komen. Je ziet de mens niet meer. Je gluurt aan hem voorbij, want misschien kijkt van achter dat masker de rechter van de eindtijd jou wel aan. In plaats van die mens aan te zien, kijk je dan in de spiegel van je eigen angsten. ‘Ben ik wel goed genoeg?’ ‘Kom ik er wel?’ ‘Stel ik God niet teleur?’ Het zijn ziek makende vragen. Want als jij al zakt voor dat examen, wat moet die dakloze dan met zijn rugzakje of die vreemdeling zonder papieren? Wat blijft er meer van haar over dan een speelbal te worden van jouw angstige pogingen om goed te doen?

De legende van Martinus en de bedelaar kent deze valkuil niet. Er is geen eindgericht, dat alle aandacht naar zich toetrekt, waardoor jij vergeet in het hier en nu te leven en jij je de kans ontneemt om je te laten raken door een mens die jouw pad kruist. Martinus en de bedelaar wisten beide niet wat hen overkwam in die ontmoeting. Het was weerloze overmacht die Martinus van zijn paard deed stappen. En het was die beweging, die de bedelaar optilde en die hem zijn menszijn terug gaf. Misschien moet je het toch een eindgericht noemen. Maar dan een die plaats heeft midden in de tijd. ‘Ik was die bedelaar!,’ zei Christus in de droom. Dan heb je geen mensenzoon meer nodig die komt met de wolken van de hemel. Dan is hij hier al lang en zal hij ons steeds opnieuw verrassen met zijn weerloze overmacht. En elke keer opnieuw zal het zijn eindgericht zijn over de geschiedenis, waarin breekbaarheid een schande is en onvolmaaktheid een taboe.

III
Dat vraagt om een andere lezing van het evangelie. Het komt vaker voor dat Bijbelverhalen hemel en hel in stelling brengen om de hoorder te bepalen bij wat er werkelijk toe doet. En dat is niet het eindstation van de hemel of het eindstation van de hel. Het is de passie van Gods liefde voor ieder mens die verloren loopt. Hemel en hel zijn zijn duizend bommen en granaten – om met Kapitein Haddock te spreken. Alsof God zegt: ‘Zie dan toch! Daarvoor heb ik je ogen gegeven. Hier gebeurt het. En jij bent er bij. En ik ook: ik ben er steeds opnieuw bij. Hier ben ik te vinden. Hier klopt mijn hart.’ De eeuwigheid wordt ingezet om die urgentie in het hier en nu. Urgentie in de zin van liefde die aandringt, om de ander aan te zien in zijn nood en breekbaarheid, om niet willoos mee te deinen op de tijdgeest, om niet toe te hoeven geven aan de houding van ‘het gaat toch zoals het gaat’. Het hoeft niet. Want er wordt geregeerd! Hoe stupide dat ook klinken mag. God regeert van tussen de scherven.

We leven in de eindtijd. Waarom ik dat zo goed weet? Omdat jij en ik voor God het einde zijn. En net als Martinus en de bedelaar weten wij niet wat ons overkomt. Vergeet daarom de bokken en de schapen! De kerk is er niet om hijgerig Christus aan de man te brengen en zo veel mogelijk zielen te redden, de eigen ziel voorop. De kerk is er om ontspannen en opgelucht te leven, hoe veel er ook gebeurt dat een mens naar de keel vliegt en hoe vaak er ook gezegd wordt dat de liefde een druppel op een gloeiende plaat is. Christus is gekomen en hij zal blijven komen. Wij zullen nooit meer zonder hem zijn.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *