Preek van de Week – Zondag 1 september ’19

Deuteronomium 24: 17 – 22
Lucas 14: 1 . 7 – 14

I
Netwerken. Je moet het een beetje kunnen. Contacten leggen. Contacten onderhouden. Gezien en herinnerd worden. Het is dé manier om je carrière een boost te geven. Als je er niet goed in bent en je hebt je nog te bewijzen, heb je wel een probleem vandaag. Jezus was er goed in, in zíjn tijd. Hij had een breed netwerk. Van rebellen tot politieke leiders, van bijbelgeleerden tot sjacheraars. Vrouwen en mannen, van naam én met een twijfelachtig imago.

Zo belandde hij op Sabbat op een feestje van een plaatselijke bobo. Ze houden Jezus scherp in de gaten. Met hem erbij loopt het nooit vlekkeloos. Hij kleurt buiten de lijntjes. Ook vandaag weer. Hij geneest een mens. En public. Mag niet op Sabbat, zeggen de regels. O Nee? Mag je een mens niet redden op Sabbat? Als je kind in een put valt, haal je die er toch ook uit, ook al is het Sabbat? Altijd weer die andere invalshoek.

Vanuit die invalshoek ziet hij de stoelendans om de beste plekken aan tafel. Dat spel hoort ook bij het netwerken. De status van degene naast en tegenover je, straalt ook op jou af. Jezus waagt er weer eens een van zijn meesterlijke interventies aan. Niet als stuurman aan de wal. Maar als speler in het spel: ‘Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats,’ zegt Jezus. Het kan slim zijn om semi bescheiden de minste plaats in te nemen. Want als gast kun je je hand ook overspelen. De gastheer kan iemand anders in zijn buurt willen hebben als tafelgenoot. Het is tenslotte zíjn feestje. In dat geval moet jij plaats maken voor het oog van alle gasten. Daar wordt je positie niet sterker op. Jezus eindigt zijn interventie met een bijna Cruyffiaanse ongerijmdheid als het om de kunst van het netwerken gaat: ‘Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

II
Daarmee hadden de genodigden weer iets om op te kauwen. Er zat wel wat in. Ook al voelden ze aan hun water dat zijn woorden meer waren dan een aanbeveling voor netwerkers. Bij ons is vernederd en verhoogd worden zondagstaal geworden. Losgezongen van het leven. ‘De laatsten worden de eersten,’ is een kerklied. Geen levenslied. Op zondagmorgen troosten we ons gemoed en zingen onze hoop uit dat het ooit zo ver mag komen. Maar eigenlijk ook maar half. Want je moet er toch ook niet aan denken dat het op maandag waar wordt. Dan gaan al je zwaar bevochten zekerheden er aan. Van die laatsten zijn er in de wereld veel te veel. Daarom zingen we het binnenskamers. Zo dubbel is het toch?

We hoeven ons er niet over te verbazen dat zo weinig jonge mensen het in onze kerken weten te vinden. Wat is de meerwaarde, als je je prima weet te handhaven in hoe het spel buiten gespeeld wordt? En als je dat niet kunt, omdat je er niet voor in de wieg gelegd bent of omdat je uitgeput geraakt bent, wat helpt het dan om hier samen te zingen: ‘De laatsten worden de eersten’? Lieve mensen, daar niet van. Maar het is gewoon niet waar. En het wordt ook niet waar gemaakt. Het is alleen voor zondag.

Dat tafereel uit het evangelie speelde zich tenminste nog in de publieke ruimte af. Zo’n maaltijd van een bobo was niet achter gesloten deuren, zoals onze kerkdiensten. Er was publiek bij. Daarom hielden de bobo’s Jezus ook zo scherp in de gaten. Zijn woorden kwamen aan, ráákten de samenleving, zetten de dingen op scherp. Wie houdt vandaag de kerk in de gaten als ze het over Jezus heeft? Waarom zou je?

III
Er zijn geloofsgemeenschappen waar de angst om het eeuwig leven te verspelen nog een rol speelt. Jezelf vernederen is dan vooral jezelf vernederen voor God om later, als je sterven gaat, letterlijk hogerop te komen: opgenomen worden in Gods heerlijkheid. Maar de angst bij het grote publiek om het eeuwig leven te verspelen, is een stuk minder geworden. En onder veel gelovigen trouwens ook.

Wat blijft er dan over voor een kerk als de onze? Hoe komen we onze eigen halfslachtigheid te boven? En voor alle duidelijkheid, dan bedoel ik niet: ‘Hoe krijgen we de angst er bij de mensen weer in?’ Nee, dan gaat het bijvoorbeeld om de vraag wat wij jonge mensen te bieden hebben, die de boot missen – economisch of sociaal? Die het zat zijn om zich mooier en productiever voor te doen, dan gezond kan zijn. Die hunkeren naar vrijplaatsen, waar even niet wat moet. Zonder het gevoel te krijgen brekebeen te zijn. Jonge mensen, die Jezus dichter bij de kerk brengen in plaats van andersom, die de kerk bevrijden van haar zondagsgeloof.

Ze kunnen dat, niet omdat ze zo gelovig zijn, maar omdat ze afgeleerd hebben om te denken dat breekbaarheid iets is dat je uit de weg moet gaan. Heb je dat eenmaal afgeleerd, omdat je niet anders meer kon, dan kijk je anders om je heen. Dan weet je: die ander is als ik. Ongeacht haar geloof – als ze er al een heeft. Zoals mijn Rotterdamse collega Mpho Ntoane mij leerde: ‘Naakt op de rand van het bed zijn we allemaal het zelfde.’ Dan is er geen ruimte meer voor zondagsgeloof. Dan ligt de hele wereld voor je open. Ook als je er niet op zit te wachten. Alle dagen van de week. En maar hopen dat het waar is, het gerucht dat er van die janboel wordt gehouden.

De kerk als vrijplaats in de wereld. Van zondag tot zondag. 24/7. Waar breekbaarheid niet wordt ontkend, maar een gegeven is. Waard om te vieren. Hoe gek dat ook mag klinken in deze samenleving. Ja, laat de kerk alsjeblieft een gekke plek zijn. Ze is toch niet voor niets van Jezus? Ik kom er op omdat het Sabbat is in het verhaal. De zevende dag, waarop God rustte van zijn scheppingswerk. Geen targets die moeten worden gehaald. Geen producten die aan de man gebracht moeten worden. Geen bedrijfsresultaat dat hoeft te worden gevierd. Dat laatste zou je nog kunnen denken, dat de zevende dag de beloning is van een immens project. Maar dat is de grap, dat is de Sabbat niet. Ze is dan wel de laatste van de dagen van de week. Maar ze is voor de Joden de hoogste, de ere-dag! Alle zes dagen die aan haar voorafgaan, worden door de zevende bijeen gehouden.

Vier de Sabbat. Waarom? Bedenk dat je slaaf was, maar door God bevrijd bent, zegt het vierde van de tien geboden. Daar hebben we de kwetsbaarheid weer, die niet ontkend mag worden, omdat zij de Sabbat maakt tot de bovenste beste. Bevrijd van alle dwang. De laatste dag, waarop er niets werd gepresteerd, wordt de eerste. Het zou me niet verbazen als dit het is wat Jezus inspireerde bij zijn appel op de genodigden om de minste plaats te kiezen. Daar leert Jezus zijn Vader kennen. Een God, die niet gediend wil worden om zijn invloed en zijn macht. Maar Een die vreugde vindt in zijn schepping als wat onaf is er mag zijn en gekoesterd wordt. Daarom werd de laatste dag de eerste.

Die keuze voor de laatste zal zijn dood worden.  De God van de religieuze leiders en de God van de bestuurders laten niet met zich spotten. Ze kijken met de ogen van de macht, van boven naar beneden. Een volle Sabbat rust Jezus in het graf. Tot Jezus in de dood, op de allerlaatste plaats, een stem hoort: ‘Vriend, wil opklimmen! Hogerop’. De stem van God, die vanuit de diepten kijkt – omdat dáár zijn kinderen zijn.

De genodigden en hun gastheer hebben wel aangevoeld dat het om meer ging dan een goede tip voor de volgende stoelendans tijdens het netwerken. Maar wat dat meer precies is? Wie alleen van boven naar beneden heeft leren kijken, komt er nooit op. Daarom volgt er nog een verhaal: ‘Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’    

IV
De feestmaaltijd van de bobo en de genodigden ziet Jezus in zijn verbeelding veranderen in een feestmaaltijd met veel gemankeerd volk. Zo groot is het verschil nou ook weer niet. Om met Mpho te spreken: ‘Naakt op de rand van het bed zijn we allemaal het zelfde.

Wat zou het wat zijn – en volgens mij is dat proces in volle gang – als de Nieuwe Kerk verandert van een bolwerk van binnenkerkelijkheid op zondag tot een netwerkplek voor alle dagen, waar mensen niet op maat gesneden hoeven te worden omdat het zus of zo hoort. Een plek waar je je niet hoeft te bewijzen; waar ook plaats is voor jouw rugzakje zonder dat een ander er van alles van vindt en er goed bedoeld in begint te trekken. Een sabbatsplek voor de stad, waar uit niet geplande ontmoetingen de mooiste dingen kunnen ontstaan en ook weer mislukken mogen. Met het Nieuwe Kerkhof eromheen, waar je op je rug naar de hemel kunt staren met een grasspriet tussen je tanden. Of waar je tafels neer kunt zetten voor een buurtmaaltijd, zoals straks weer tijdens het Festival van de Geest. Voorlopig kost het geld. Het is niet anders. Zolang het maar naar draagkracht gaat. En iets wat heilzaam is voor de stad niet wordt afgeblazen om het geld.

Het proces waarin we zitten is spannend. We beginnen buiten de lijntjes te kleuren. Soms vragen we ons af of God er wel is en dan kijken we naar boven. Maar stel dat hij al lang hier is en ons van beneden af aanziet, met ogen die al lang niet meer weten wat oordeel is en een hart waarin de trots om alles wat hij heeft klaar gespeeld, heeft plaats gemaakt voor vreugde om jou en al die anderen die het leven dat onaf is samen durven vieren. Dan hoeven we geen kerk meer te redden. Dan wordt het wat. Dan is het wat – kerk en wereld samen.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.