Preek van de Week – Zondag 30 juli ’17

1 Korintiërs 1, 18 – 31

I
De boodschap van het kruis is de kracht van God, zegt Paulus. Voor ons tenminste. Niet voor wie verloren gaan. Dat laatste vinden we maar niks. Voor ons hoeft niemand of niets nog verloren te gaan. En dat eerste, van dat kruis en zo, dat weten we nu wel. Er is meer dan dat. Het leven van Jezus bijvoorbeeld. Zijn inspirerende woorden. Zijn menslievendheid die navolging verdient. Dat kruis is vandaag niet het meest geschikte marketinginstrument voor de kerk. In Enschede hebben ze het kruis weg gelaten bij de grondige verbouw en nieuwbouw van het kerkgebouw van de protestantse gemeente. ‘Open heiligheid’ was het leidend principe bij de inrichting van de liturgische ruimte. Ieder mens uit de stad moest zich er welkom kunnen voelen. Het kruis is dan eerder een obstakel dan een uitnodigend symbool.

Geef ze eens ongelijk. Zeker als je bedenkt dat het kruis een executie instrument was. Zo had u er waarschijnlijk nog niet over nagedacht. Maar het is wel waar. Het kruis hoort thuis in het rijtje van de galg, de guillotine en de elektrische stoel. Leg dat maar eens uit aan mensen die van niks weten en die de kerk binnen komen lopen omdat ze op zoek zijn naar God of zoiets. Wij waren het zelf trouwens ook al vergeten. Wij hebben andere redenen om op het kruis uitgekeken te zijn. Het doet ons te veel denken aan het gesteggel over het verzoenend bloed van Christus, dat wij godzijdank achter ons hebben gelaten. Wie vandaag reclame wil maken voor de kerk, moet niet met het kruis aankomen.

II
Precies dat deed Paulus wel. Hij bracht in Korinthe de boodschap van het kruis. Niet een theologie van het kruis. Geen diepzinnige gedachten over God de Vader en God de Zoon en over zonde die verzoend moest worden. Maar de boodschap van het kruis, dat het een kracht van God is. Als het diepzinnig was geweest was er nog een kans geweest dat de Griekse filosofen er voor gevallen waren. En als Paulus aan zijn Joodse broeders had weten uit te leggen hoe die kracht van God zich manifesteert in Jezus, de gekruisigde, dan was er een kans geweest dat ze de boodschap hadden omarmd. Maar wat Paulus verkondigde was niet diepzinnig. En het was geen manifestatie van goddelijke kracht. Het was wat het was. Het was de boodschap van het kruis en niet mooier dan dat.

Je hoefde de mensen in Korinthe niet uit te leggen wat het kruis inhield. Dat wisten ze, Joden en Grieken, barbaren en Skythen. Geen mens die ze nooit had zien hangen, nooit had zien creperen aan een kruis. De ongelukkigen. Weg gelopen slaven. Veroordeelde wereldbewoners, die niet de mazzel hadden dat ze in juridische zin Romeinse staatsburgers waren. Want had je die status, dan kon je niet veroordeeld woorden tot de dood aan het kruis.

Geen wonder dat het kruis voor Joden aanstootgevend was en voor aangepaste wereldbewoners dwaas. ‘Vervloekt is iedereen die aan een paal hangt.’ Dat is een gangbare uitleg van een tekst uit de boeken van Mozes. Niet langer dan één dag mocht een geëxecuteerde misdadiger als afschrikwekkend voorbeeld aan een paal hangen. Daarna moest de aarde dat vervloekte lichaam bedekken. In het licht van die tekst was een gekruisigde voor een Jood een vervloekte. Zelfs als het een bloedeigen broeder was. God had zijn hand van zo iemand afgetrokken. Aanstootgevend is het om God in verband te brengen met zo iemand. Paulus weet dat als geen ander.

Voor aangepaste wereldbewoners, door Paulus Grieken genaamd, is het een volstrekte dwaasheid om God in verband te brengen met een gekruisigde. Inzicht in hoe de wereld in elkaar steekt, is het enige dat je dichter bij de goden brengt. Snap je de verbanden, weet je hoe het zit, dan weet je wat je kunt verwachten. En zo benader je het denken en doen van de goden. Als Paulus dat gedaan had, als hij had uitgelegd hoe Christus in alles aanwezig is, dan hadden ze het interessant gevonden. Maar de kracht van een God zoeken in een gekruisigde, is van een dermate grote dwaasheid dat er alleen maar om gegiecheld kan worden.

III
Paulus heeft die kracht ervaren in dat moment, onderweg naar Damascus, toen heel zijn wereldbeeld op zwart ging, toen alles waar hij voor stond aan gruzelementen lag. Niets meer om je aan vast te klampen dan aan die stem. De stem van de vervolgde. De stem van de gekruisigde. Een stem, die hem niet het laatste zetje gaf om hem voor altijd te laten verdwijnen in het zwarte gat. Maar een stem die hem tot zich trekt. Een stem die even later over deze mens aan de grond zegt: ‘Hij is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten. Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van mijn naam.’ (Hand. 9, 15 e.v.) 

Het is een mystieke ervaring geweest. Niet een die hem van bovenaf als een mug heeft plat geslagen. Maar een die hem bij de naam riep toen er niets of niemand meer was. Een stem die weet van Godverlatenheid. En die juist daarom bij Paulus kracht van God mag heten. Dat Paulus zal moeten lijden omwille van de naam van Jezus is geen straf voor zijn misdaden en ook geen beproeving die hem van boven wordt opgelegd. Dat hij zal moeten lijden is omdat de lijdende Christus hem voortaan eigen is. Die is voortaan Paulus’ kracht.

Paulus weet dat er gegiecheld zal worden door weldenkende burgers om het dwaze van wat hij te verkondigen heeft. Paulus weet dat zijn Joodse broeders aanstoot zullen nemen aan zijn boodschap. Want als God zal komen om deze wereld om te keren en recht te zetten, dan zal hij dat doen met macht. Hoe durf je de gekruisigde in één naam te noemen met de Heilige van Israël? En Paulus snapt het allemaal. Want hij is zelf die weldenkende burger, die zich een Romeins staatsburger weet. En hij is zelf die Joodse schriftgeleerde. Hij snapt ze allemaal omdat ze zijn als hij. Hij snapt ze beter dan zijn eigen prediking. Want die is dwaas en die is aanstootgevend. Maar Paulus heeft daarin nieuwe grond gevonden. Zo wijd. Zo ruim. Zo zeker als de liefde die hem heeft aangeraakt.

IV
Paulus verkondigt geen nieuwe godsdienst. Paulus is een Jood en blijft een Jood. Paulus is een weldenkende burger met verblijfsvergunning en is daar trots op. Denk niet dat de wereld in die dagen bestond uit Heidenen, uit Joden en uit Christenen. Er was een andere driedeling, die het dagelijks leven bepaalde. Je had burgers met papieren. Die gaven je allerlei burgerrechten. Waar je ook heen ging in het Romeinse Rijk. En of je nu arm of rijk was. Voor jou was er rechtsbescherming. Je mocht niet gemarteld worden. Je kon niet veroordeeld worden tot de kruisdood. Naast de geluksvogels met papieren, had je een grote groep trekarbeiders en zzp’ers zonder rechtsbescherming. Er was vrij verkeer door het hele rijk, maar je veiligheid was nooit gegarandeerd. Je mocht overal geld verdienen, maar het kon je ook zo maar weer ontnomen worden door corruptie en machtsmisbruik. Dit waren de zgn. Pellegrini, waar ons woord pelgrim van afgeleid is. Burgers zonder papieren. En als derde was er tenslotte de brede onderlaag van slaven, die het bezit waren van hun meesters. In juridische zin dingen en geen mensen. Of je nu hooggeschoold of laaggeschoold was. Een enkele slaaf was welgesteld omdat zijn meester hem dat gunde. Maar de regel was geweld en absolute gehoorzaamheid: seksslavinnen, dwangarbeid. Vrij kon je alleen worden als de meester jou dat gunde.

Wat Paulus in die wereld verkondigt is niet een nieuwe godsdienst. Hij bouwt geen tempeltje tussen alle tempels. Hij zet geen kerkje naast de synagoge. Maar hij verkondigt een nieuwe wereldorde waarin slaven, pellegrini en Romeinse staatsburgers als broeders en zusters aan één tafel zitten. Omdat de Heer hen daartoe roept. En die Heer is niet de Romeinse keizer, maar Jezus de gekruisigde. Hij is de wijsheid van God, die de Grieken zoeken. Hij is de gestalte van God, die ooit een volk van slaven uitkoos als het zijne – Israël. Dat is de dwaasheid van Paulus’ prediking. Niet bedoeld om zijn kerkje vol te krijgen, maar om alvast te leven wat straks voor iedereen zichtbaar zal zijn: ‘Zijn woord wil deze wereld omgekeerd: / dat lachen zullen zij die wenen, / dat wonen zal wie hier geen woonplaats heeft, / dat dorst en honger zijn verdwenen.’  (Lb 1001:2)  

Die nieuwe wereld wordt niet gebouwd uit onze wijsheid. Ook niet door een God die eindelijk laat zien hoe machtig hij is. Die nieuwe wereld begint rond een tafel waar mensen de rafels van het leven niet hoeven te verstoppen en waar niet als eerste wordt gevraagd aan de buurman of buurvrouw: ‘Wat doe jij in het dagelijks leven?’ Geen wonder dat het vooral slaven waren die bij Paulus aan tafel schoven. Mensen die weten van het zwarte gat en die niet meer gewend zijn om bij de naam genoemd te worden. Zij herkennen zich in de gekruisigde Heer en zij weten zich door hem gekend. Die tafel staat onder het kruis zoals het altaar in de Abdij van Egmond in de vrije ruimte onder een levensgrote crucifix staat.

V
Wij vieren straks de maaltijd van de Heer. Paulus heeft niet kunnen voorkomen dat er kerken om die tafel heen werden gebouwd. Maar misschien is ons vanmorgen geopenbaard dat het kruis van Christus in de wereld staat. Onder dat kruis ontstaan er initiatieven waar we als kerk bij aan zouden kunnen sluiten. Niet om die initiatieven over te nemen. Maar om in die initiatieven het kruis van Christus te herkennen. Zoals de minimalistische eettafel van Anne. Ze bracht mensen zoals zijzelf aan één tafel. Mensen die weten wat er met je gebeurt als je in de schulden raakt, als boetes de schulden verdubbelen en je afhankelijk wordt van de voedselbank. Allemaal wat meebrengen en daar samen een maaltijd van maken. Eten, zonder aangekeken te worden op je situatie. Even geen ambtenaren of mensen met goed bedoelde adviezen om je heen. Maar lotgenoten die aan een half woord van jou voldoende hebben om jou te begrijpen. Weet u hoe lekker het eten dan smaakt? Er zit geen millimeter ruimte tussen de tafel van de Heer en de tafel van Anne. Hoezeer wij ook ons best gedaan hebben om een muurtje te bouwen om de tafel van de Heer heen.

Deze wereld van ik wel en jij niet gaat verloren. Met orthodoxe kerkleer heeft dat weinig van doen. Deze wereld van ik wel en jij niet legt het af tegen de kracht van God die zich openbaart in vrouwen als Anne, die weten hoe je de tafel moet klaarmaken. Deze wereld van ik wel en jij niet legt het af mét de kerk, die zich naar binnen keert en meent te weten wat God met deze wereld voor heeft. Hoe dwaas is het om zoiets te geloven. Misschien is het wel vloeken in de kerk. Hoe lang houden wij het nog vol om met droge ogen Paulus te lezen en als kerk te blijven zitten waar we zitten? ‘Wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen.’  Zo komt Gods rijk. Zo is Christus midden onder ons.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.