Preek van de Week – zondag 29 januari 2017 door ds. Tiemo Meijlink

1 Korinthe 13, 8 – 13

Johannes 15, 9 – 17

Václav Havel, uit: Brieven aan Olga (1990): Opnieuw herinner ik me dat moment van lang geleden in [de gevangenis van] Hermanice, toen ik op een warme, wolkenloze zomerdag op een stapel oudroest zat en naar de kruin van een enorme boom keek die, in waardige rust, uitrees boven en langs alle omheiningen, prikkeldraad, tralies en wachttorens die mij van hem scheidden. Terwijl ik naar het nauwelijks waarneembare trillen van de bladeren tegen de oneindige hemel keek, werd ik overvallen door een gewaarwording die moeilijk te beschrijven is: opeens leek ik uit te stijgen boven de coördinaten van mijn kortstondige bestaan in de wereld naar een toestand buiten de tijd, waarin alle mooie dingen die ik ooit heb gezien en ervaren samen bestonden in een “totaal aanwezig heden”; ik ervoer een gevoel van verzoening, sterker nog, van een bijna vriendelijke aanvaarding van de onvermijdelijke loop der gebeurtenissen zoals die nu aan me werd onthuld, samen met een onbekommerde vastbeslotenheid om onder ogen te zien wat onder ogen moest worden gezien. Een diepe verbijstering over de souvereiniteit van het Zijn veranderde in een duizelingwekkend gewaarworden van een eindeloos tuimelen in de afgrond van het mysterie ervan, in een tomeloze vreugde omdat ik leefde, omdat ik de kans had gehad om alles te doorleven wat ik doorleefd heb, en omdat alles een diepe en duidelijke betekenis heeft – deze vreugde ging binnenin mij een vreemd verbond aan met een vaag afgrijzen over de onbevattelijkheid en onbereikbaarheid van alles waar ik op dat moment zo dicht bij was, nu ik me aan de “rand van het onheilige” bevond; ik werd overspoeld door een gevoel van ultiem geluk en van een ultiem in harmonie zijn met de wereld en met mezelf, van in harmonie zijn met dat moment, met alle momenten die ik me voor de geest kon halen, en met al het onzichtbare dat erachter ligt en dat betekenis heeft.  Ik zou zelfs kunnen zeggen dat ik “getroffen was door de liefde” al wist ik niet precies voor wie of wat.

 

Gemeente van Jezus Christus,

Wij laten ons vandaag meevoeren door het getuigenis van Vaclav Havel, waarin hij vertelt over een bijzondere ervaring die hij had toen hij gevangen zat als dissident in het toen nog communistische Tjecho-Slowakije, in de jaren ’80 van de vorige eeuw (nu inmiddels ruim 30 jaar geleden). Hij vertelt over die ervaring in een van zijn brieven die hij vanuit de gevangenis schreef aan zijn echtgenote Olga. Een bijzonder getuigenis, dat mag je gerust zeggen, want het is geen alledaagse ervaring die hem daar in gevangenschap overkomt. Het is een gewaarwording waarbij Havel – zoals hij zelf hier vertelt – uitstijgt over de grenzen van zijn gewone, kortstondige leven naar een toestand buiten de tijd.

En daar, in die toestand buiten de tijd ervaart hij alle mooie dingen uit zijn leven in één samenhangend moment, in een “totaal aanwezig heden”. Het is best moeilijke taal die hier gesproken wordt, het is ook niet allemaal even eenduidig wat hij hier onder woorden brengt. Maar het is dan ook een overweldigende ervaring die hem overkomt, die je niet zomaar in heldere bewoordingen weergeeft. Zo worden er ook heel verschillende emoties genoemd: naast diepe verbijstering horen we hem spreken over tomeloze vreugde, en even later toch ook over een afgrijzen, een terugdeinzen, een schrik omdat wat hij voor zich ziet, wat hij ervaart, zo onbevattelijk is, zo onbereikbaar, nu hij zich bevindt aan de ‘rand van het onheilige’. Gevangenschap, dat is immers waarin hij zich hier bevindt, in het werkkamp Hermanice waar hij als puntlasser z’n werk moet doen en een dagelijks vastgestelde hoeveelheid laswerkzaamheden moet uitvoeren. Als toneelschrijver, als kunstenaar lukt het hem maar niet aan die zware werklast te voldoen. In die zin bevindt hij zich inderdaad aan de “rand van het onheilige”. En toch voelt en ervaart hij ìn deze  mysterieuze, schokkende ervaring juist iets van het gans andere, van het heilige, van het onnoembare dat niettemin daar in dat werkkamp zo volstrekt onbereikbaar lijkt.

Wat is dit eigenlijk voor ervaring? Het doet denken aan de visionaire ervaringen waarover wel gesproken bij de Bijbelse profeten. Het doet ook denken aan het getuigenis ooit van Martin Luther King, in zijn  beroemde redevoering in de jaren ’60 van de vorige eeuw, met die steeds herhaalde zinsnede “I have a dream”, waarin hij visionair voor zich ziet hoe zwarten en blanken als gelijkwaardige burgers samenleven. Is dit een religieuze ervaring? Wordt hier zoiets als een Godservaring onder woorden gebracht?

Vaclav Havel heeft zichzelf nooit uitdrukkelijk als een godsdienstig, een gelovig mens beschouwd. Het was voor mij en wellicht ook voor veel anderen, ook best een verrassing dat hij na zijn dood in een plechtige uitvaartmis in de Sint Vituskathedraal, de grote kerk bovenop de Praagse burcht, werd herdacht en werd uitgedragen. Vlak voor Kerstmis in 2011 werd die indrukwekkende kerkdienst ook op de Nederlandse televisie uitgezonden. Maar Havel had ook een groot respect voor kerk en godsdienst, en hij sprak met enige regelmaat over de absolute horizon als de ware bron van de menselijke verantwoordelijkheid. (ik herhaal het nog maar even: dat wij in ons leven een absolute horizon nodig hebben als bron, als basis van onze verantwoordelijkheid).  In het getuigenis van vandaag noemt hij dat “de soevereiniteit van het Zijn”, met een hoofdletter. De overmacht van het Zijn, van het Bestaan als zodanig. Geen godsdienstige uitdrukking, eerder filosofisch en abstract maar wel een verwoording van iets dat Heilig is, en dat ons oriënteert in het leven. En in die zin kun je als geloofsgemeenschap zeker een geestverwantschap voelen met deze dappere, dissidente en vooral ook humoristische Tsjech die de moeite en de zorg van de maatschappij van zijn dagen niet uit de weg ging, en die bij uitstek zijn leven lang het recht en het ‘leven in de waarheid’ opzocht. Tegen wil en dank, moet je bijna zeggen, want hij was geen politiek dier, maar voelde aan hij dat niet afzijdig kon blijven van het verzet tegen het regime.

Het bijzondere van dit getuigenis is dat het niet blijft steken alleen in abstracte aanduidingen, in een mystiek die geen verbinding heeft met het gewone leven. Integendeel, zou ik zeggen: het gaat hier ook echt over het leven van Havel zelf! Het gaat over verzoening, over aanvaarding van het leven zoals hij dat onvermijdelijk moet leven – zijn leven namelijk als dissident onder een onmogelijk en naar en verstikkend regime. Zijn leven als toneelschrijver die op allerlei manieren wordt dwarsgezeten, zijn leven als een van de woordvoerders van Charta ’77, de mensenrechtenbeweging in Tjechoslowakije waardoor hij uiteindelijk in de gevangenis terechtkomt. Dat alles, dat hele leven van strijd, van creativiteit, van solidariteit, van verzet en ook van vertwijfeling en onrust en wanhoop, dat alles valt hem nu in als “onvermijdelijk maar goed”: een verzoening, een bijna vriendelijke aanvaarding van de loop der gebeurtenissen die hem is overkomen en die hij bewust heeft doorgemaakt, en een vreugde omdat het een diepe en duidelijke betekenis heeft. Hij ziet en voelt daar dat het zin heeft wat hij doet, dat het zinvol is wat er met hem gebeurt…. Als dit geen godservaring is, zou je bijna moeten zeggen, wat is dan nog wel een godservaring?

Wij stellen die vraag niet zo gemakkelijk, althans ik niet: laat ik voor mijzelf spreken…. Maar het is belangrijk en nodig om die vraag wel te stellen, de vraag naar de godservaring juist ook in de geloofsgemeenschap die kerk heet. De Bijbelse traditie staat immers vol van getuigenissen die een Godservaring onder woorden brengen. Niet alleen hoop en verlangen, geloof en vertrouwen worden daar benoemd en betuigd, maar ook de levende ervaring, de ondervinding, de bevinding van ons leven voor het aangezicht van de Eeuwige. Dat het zin heeft, dit bestaan, deze wereld, ook al zien wij dat slechts “soms even”, voor een moment en dan is het weer weg. Dat er “God” is, die ons kent, dieper dan ik mijzelf ooit ken, om met Psalm 139 te spreken. En dat je dat niet alleen aangezegd krijgt, maar dat je dat ook voelt en ervaart. Het is in die zin positief dat er getuigenissen zijn, juist ook in onze tijd die dergelijke ervaringen onder woorden brengen. En het is in het bijzonder ook een bemoediging dat er getuigenissen zijn zoals die van Havel, een ongeoefende in het geloof, een zoeker die tastend iets vindt en ervaart. De boog van geloven en vertrouwen, van hopen en verwachten kan niet altijd gespannen zijn; er is ook, al is het maar soms even, ervaring nodig, bevinding, een diep doorleefd gevoel dat het goed is, en dan niet alleen als het allemaal hurry-up gaat met ons leven, maar juist ook als er duisternis is om ons heen. “Dat dan de nacht werd als het licht” – dat andere vers van Psalm 139 dat wij zongen. Dat dan de nacht van ons leven licht wordt. Juist Psalmen zijn vol van deze geloofservaring, met alle gemengde emoties die mensen eigen zijn.

Havel eindigt zijn getuigenis met een aarzelende uitspraak: “Ik zou zelfs kunnen zeggen dat ik “getroffen was door de liefde” al wist ik niet precies voor wie of wat”. Een zekere vaagheid kun je niet ontzeggen aan die slotzin, maar het is treffend dat het woord ‘liefde’ daar valt. Getroffen worden door de liefde, als een kracht die je overkomt – ook al weet je nog niet hoe die liefde een richting kan krijgen, voor wie of voor wat. Het lijkt wel een beetje op die zinsnede uit 1 Korinthe 13 (de andere lezing van deze morgen), waarin gezegd wordt: Nu kijken we nog in een wazige spiegel (vaag, onduidelijk, omfloerst), maar straks staan we oog in oog. Er zit immers zo vaak iets onbevattelijks, iets onbereikbaars in onze ervaring van het leven. Wij zien of voelen of ervaren wel iets, wij vermoeden wel een zin en een betekenis, maar het ontglipt ons ook zomaar, en dan lijkt of we alsof we weer op ons zelf zijn teruggeworpen. Toch kan die onbevattelijkheid, die onbereikbaarheid ook een voorafspiegeling zijn van wat er komen gaat. De liefde, de kameraadschap, de solidariteit die wij nu beoefenen, hoe gebrekkig ook, hoe vaak ook onderbroken door andere, tegenstelde ervaringen, die gebrekkige liefde van ons zal een voltooiing vinden, een vervolmaking doordat wij oog in oog zullen staan, doordat ons beperkte kennen straks een volledig kennen zal zijn zoals wij ook gekend zijn……. Wij zijn gekend ‘vanaf den beginne’ – en dat is evangelie, goede boodschap.

In die genadige toezegging leven wij ons leven, en het is goed dat de kerk dat ook van week tot week onder woorden brengt: het mysterie dat dit leven in Godsnaam zinvol en waardevol is. Dat wij dat horen en dat wij het ook zien en voelen en ervaren, soms even. Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.