Preek van de week – 28 augustus

Deuteronomium 24: 17 – 22
Handelingen 3: 1 – 10
Lucas 14: 1 . 7 – 14

I
Eerst een noot vooraf. En die haakt aan bij het laatste vers van het evangelie: ‘en zalig zul je zijn, omdat zij niets hebben om aan jou terug te geven: het zal immers teruggegeven worden in de opstanding der rechtvaardigen!’ (Luc. 14:14). Daar hebben we dat woord weer dat gedurende de zes zomerdiensten centraal stond: ‘Zalig’. Of: ‘Geluk gewenst’.

En dan nu de noot vooraf: Wat leven wij in een fantastisch land! Gefeliciteerd als hier uw wieg stond! Gefeliciteerd als u hier mag blijven! En alvast gefeliciteerd iedereen die een verblijfsvergunning zal ontvangen! Mijn jongste dochter, die rijkelijk put uit de collectieve pot die onze ziektekosten dekt, herinnerde mij er onlangs aan: ‘Papa, wat leven wij in een geweldig land! Stel je voor dat ik zelf zou moeten opdraaien voor de kosten van mijn medicatie..’

In dit opzicht zijn we niet ver verwijderd van het Koninkrijk Gods. De opstanding van de rechtvaardigen heeft hier al plaats gevonden. We leven in een zalig land. Van harte geluk gewenst, met z’n allen!

II
Het is goed om er zo naar te kijken. Veel te vaak is de publieke zaak een bijzaak in de ogen van gelovigen. De kerk plaatst zich dan aan de rand van het speelveld. ‘In de wereld, maar niet van de wereld,’ zegt ze dan wat zuinigjes. De kerk houdt zich met andere dingen bezig: met zingeving bijvoorbeeld of met de hemel en hoe je daar komen kunt. Het ultieme doel is tegenwoordig een levend en persoonlijk geloof. Dat is volgens veel gelovigen meer waard dan het horizontale cultuurchristendom of wat daar nog van over is in onze samenleving. Zulke gelovigen doen alsof het solidariteitsbeginsel in onze wijze van belasting heffen en ziektekosten delen, los staat van de sociale wetgeving in de bijbel en er niet door is geïnspireerd. Alsof dat niet ook de grond is waarop ieder van ons staat. Zo vanzelfsprekend dat bijna niemand doorheeft hoezeer de wettelijk geregelde solidariteit onze individuele keuzen kleurt. Of we nu geloven of niet.

Oké, goed om eens aan die kant van de zaak herinnerd te worden, maar een persoonlijk geloof en de houding die daarbij past, die moeten het verschil maken toch? Om dat persoonlijk geloof te voeden gaat u immers op zondag naar de kerk, terwijl de buurman uitslaapt of uit vissen gaat. En worden we vanmorgen niet door Jezus op ieders individuele houding aangesproken?: ‘Als u wordt uitgenodigd voor een feestelijke maaltijd, kies dan de minste plaats zodat uw gastheer tegen u zal zeggen: “Kom toch dichterbij!” Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aan tafel aanligt.’ (Luc. 14:10)

Maar nu alstublieft niet ja knikken omdat u van de kerk bent. Nu niet zeggen dat het eigenlijk zo hoort. Dat is niet goed voor uw ziel. En ook niet voor uw imago. Dikke kans dat iemand zo door uw gekunstelde bescheidenheid heen prikt. Ik was blij om in een bijbelcommentaar te lezen dat het hier om een variant op een praktische Rabbijnse wijsheid gaat. Waarom Lucas die praktische tip oplaadt tot een gelijkenis van Jezus over hoe het toegaat in Koninkrijk van God, dat is mij een raadsel. Als het er zo gekunsteld toegaat, vraag ik me af met hoeveel overtuiging ik straks zal bidden: ‘Laat uw koninkrijk komen.’

Waarschijnlijk doe ik met deze lezing de wijsheid van Rabbi Schimson ben Azzai tekort. Hij is ook minder uitgesproken: ‘Schat in waar je qua status ongeveer hoort en tel dan twee of drie plaatsen terug. Kies die plek uit. Dikke kans dat je door de gastheer gevraagd wordt meer naar voren te komen. Dat is beter dan te horen krijgen dat je terug moet naar achteren,’ aldus de Rabbi. En zo klink het eigenlijk meer als een goeie praktische tip dan als valse bescheidenheid. Je moet je hand gewoon niet overspelen. Want dan loop je de kans op de laatste plaats te eindigen.

We zijn er wel aan gewend dat Jezus alles radicaliseert: twee of drie plaatsen terug, wordt bij hem: de minste plaats kiezen. Dat dit bij ons al gauw leidt tot gespeelde bescheidenheid, komt gewoon omdat wij hem niet willen volgen in zijn radicaliteit. Jezus is een beet te. Al zeggen we dat natuurlijk niet hardop. Dus proberen we een beetje de kool en de geit te sparen en hopen daarmee weg te komen op de dag dat God deze wereld rechtzet. Een beetje bescheidenheid siert ieder mens. Maar te is nooit goed.

II
Bij die tweede gelijkenis van Jezus zijn we ook geneigd ja te knikken: ‘Als je iets te vieren hebt, nodig dan niet je vrienden, je familie en mensen van jouw soort uit, maar vraag de armen, de kreupelen, de lammen en de blinden.’ Het is niet te geloven hoe massaal wij deze oproep van Jezus in de wind slaan. Nou ja, dat is ook weer niet helemaal waar. Wij lossen het probleem anoniem en doeltreffend op via ons belastingsysteem. Hoe zalig is dat! Zalig, omdat mensen die niets hebben om aan jou terug te geven, niet met niets achterblijven. En dus vinden het wel een mooie gedachte van Jezus om het uitschot uit te nodigen in plaats van onze binnenste kring. Maar we voelen ons vrij om het daar bij te laten. Ja, het stemt tot nadenken. Maar niet tot doen. Ooit zullen we het doen. Als het koningschap van God over deze wereld is aangebroken. Maar zover is het helaas nog niet, zuchten we. We zien er naar uit. Maar we kunnen het ook niet forceren. God zelf bepaalt dat moment. En in afwachting van die dag nodigen wij, net als ieder normaal mens, gewoon onze vrienden, buren en familie uit als we iets te vieren hebben.

De daklozen zien je ook aankomen, als je hen zou komen uitnodigen. Ze zijn geen mascottes van goed willende mensen! Ja, met Kerst. Dan wel. Maar dat is met wederzijds goedvinden. Met Kerst doen we allemaal een beetje raar. Door het jaar heen volstaat het maandelijks kopen van de straatkrant De Riepe bij de vaste verkoper die bij de ingang van je supermarkt staat. Eventueel met een kleine fooi. Het messiaanse feest, waar Jezus het over heeft, terug gebracht tot een faire deal. De dakloze en jij worden er beide beter van. En het schept nog een band ook. Tussen het verschijnen van de oude en de nieuwe Riepe in, groet je elkaar vriendelijk. ‘Wij kennen elkaar.’ Voor de rest lossen we het collectief op via de belastingen. En dat is een christelijker oplossing dan die Jezus in zijn dagen kende.

III
Maar soms kun je de neiging niet bedwingen om gek te doen. Iemand vraagt je op straat de nog ontbrekende euro voor de nachtopvang en je geeft er twee of vijf. Ken je dat? Nooit doen. Je helpt er niemand mee. Maar daar heb je even lak aan. Het gaat op aan een treetje bier. Je weet het. Want je bent niet echt gek. Maar je wilt even boven wat betamelijk is uit met een lach op je gezicht die verbaasde blik ontmoeten. Sommige dingen zijn onbetaalbaar. Een messiaans feestje, dat helaas maar een paar seconden duurt.

Ik ken iemand die zo’n eurovraag nooit met gespeelde onverschilligheid afwimpelt, maar die ook nooit op zoek gaat in zijn broekzak naar een verdwaalde euro. ‘Ik geef geen geld,’ zegt hij tegen de dakloze, ‘maar ik help je graag met iets anders. Waarmee kan ik je helpen?’ Soms ontstaat er een gesprek. En als het niet gebeurt, is het ook goed wat hem betreft. Contact forceren is nooit goed. Hij daagt me uit een kop koffie te gaan drinken met een dak- of thuisloze. Gewoon een kop koffie. Of thee natuurlijk. Of een warme maaltijd. Bijvoorbeeld voor € 2,50 bij de HEMA of eten wat de pot schaft – tien euro bij De Sleutel. Zodat je samen allebei even meer van een gewoon leven voelt. Gewoon jij en ik en ik en jij.

Zodra je over de drempel heen bent van de neiging om elkaar in de eigen wereld te laten, ontstaat direct contact. Twee levens grijpen even in elkaar. Je maakt kennis. Je stelt elkaar vragen en verbaast je over hoe gewoon en ongewoon je allebei eigenlijk leeft. Twee levens, die schuren. Maar precies dat verrijkt en inspireert. Het brengt je allebei dichterbij een gewoon leven. In elk geval voor even. Hier duurt het messiaanse feestje al langer dan een paar seconden. Een kopje koffie of een maaltijd lang.

Aan deze Stadjer moest ik denken toen ik Petrus en Johannes voor me zag. Ze lopen door de voorhof van de tempel in Jeruzalem. Onderweg naar het hart van dit heiligdom, waar jouw hart sneller gaat kloppen en waar het verlangen wordt aangewakkerd naar een samenleving naar Gods hart. Aan de poort zit een kreupel mens te bedelen. Petrus en Johannes zoeken oogcontact, en ook zij zoeken in hun broekzak niet naar die verdwaalde euro. ‘Ik geef geen geld, maar ik help je graag met iets anders’ zegt onze Stadjer tegen de dakloze. ‘Geld heb ik niet,’ zegt Petrus (dat is wel even iets anders, maar dat is voor een andere preek), ‘maar wat ik wel heb, geeft ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.’

IV
Hoe ver reikt zijn naam? Hoe lang duurt het feestje van Jezus Christus van Nazaret? De vreugde die het geeft om de dakloze die om een euro vraagt er vijf in zijn hand te drukken duurt slechts een paar seconden. Er is niets veranderd. Twee levens die elkaar even raken bij een goede bak koffie of een eenvoudige maaltijd, dat is al zo veel meer. Het is een ervaring die impact heeft op beide en die meegedragen wordt de dag door. En tegelijk voel je aan dat het daarbij moet blijven. Want levens laten raken, dat is één ding. Maar elkaar werkelijk toelaten in elkaars levens, dat is nog wel iets anders. Welke verwachtingen schep je en kun je die wel waarmaken? Welke verlangens roep je wakker en zijn die wel te hanteren? ‘Want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat,’ dichtte Willem Elsschot.

Dus nog maar eens die vraag: Hoe ver reikt de naam van Jezus Christus van Nazaret? De kreupele gaat met Petrus en Johannes mee de tempel in. Dat heilig huis waar hij niet mocht komen omdat er te veel aan hem schortte. Dansend voor God neemt hij zijn plek in binnen de gemeente van Christus. Hij is er niet meer weg te slaan. Maar dat hoeft ook niet. Er staan geen wetten in de weg, noch praktische bezwaren. Want in Christus is geen sprake meer van man of vrouw, van slaaf of vrije, van dakloze of scheefwoner, van homo of hetero, van met of zonder geldige papieren, maar Christus alles in allen (naar Kolossenzen 3, 11)

Die creatieve Stadjer daagt mij uit in hartje Stad om een kop koffie te gaan drinken met een dak- of thuisloze. ‘Gewoon een kop koffie,’ doopte hij dit idee. Hij weet van ‘wetten in de weg en praktische bezwaren’. Maar zijn verlangen is te groot naar aandachtigheid en naar verbinden. En laten we eerlijk zijn: Wat is een betere plek dan de gemeente van Christus om zijn voorbeeld te volgen en elkaar daarin bij te staan, met Christus alles in allen?

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *