Preek van de week – 21 augustus

Openbaring 7, 9-17
Mat. 5, 9- 10

I.
Zalig wie vrede stichten, want zij zullen zonen en dochters van God genoemd worden.
Zalig wie vervolgd worden omwille van de gerechtigheid, want voor hen is het koninkrijk der hemelen.

Toen Jezus die woorden sprak, had hij de twaalf om zich heen.
Ze zijn de eersten van een nieuwe gemeente, uit Israël en de volken;
een gemeenschap waarvan de contouren zich aftekenen in de mensenmenigte op de achtergrond.
Om hen, om de scharen, is het Jezus uiteindelijk te doen.
“Toen Hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op.”
In deze paar woorden ligt het hele evangelie besloten van Gods ontfermende liefde voor kleine, kwetsbare, kapotgemaakte mensen.
In en door de leerlingen richt Jezus zich tot allen naar wie niemand omziet:
degenen die wonen in de schaduw van de dood.
Over hen valt het licht van God, voor hen gaat eindelijk een nieuwe toekomst open.

De zaligsprekingen zijn woorden die een hart onder de riem willen steken.
Gericht aan het adres van de gemeente, aan het adres van alle mensen die lijden aan de wereld zoals die nu is.
De eerste en achtste zaligspreking staan in de tegenwoordige tijd.
Voor hen is het koninkrijk van de hemel, zo klinkt het daar.
De tweede tot en met de zevende staan in de toekomende tijd.
En telkens wordt de belofte anders gearticuleerd.
Zij zullen getroost worden, het land bezitten, verzadigd worden, barmhartigheid ondervinden, God zien, kinderen van God genoemd worden.
Het koninkrijk van God is iets van de toekomst.
Maar tegelijk is het een werkelijkheid die hier en nu oplicht en mensen op een nieuw spoor zet.

Alvast gefeliciteerd, hou vol, je bent op de goede weg.
De armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen, zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid – de mensen van de eerste vier zaligsprekingen zijn degenen die niets in te brengen hebben, die niet meetellen, de achtergestelden.
Zij worden door Jezus naar voren gehaald.
Over hen valt het licht van het evangelie.
Zij mogen weten dat Jezus aan hun kant staat.
Het Koninkrijk betekent voor hen:
deze wereld omgekeerd, het onderste komt boven, de laatsten worden eersten.
Daarna spreekt Jezus verder.
Gelukkig de barmhartigen, de reinen van hart, de vredestichters, de vervolgden omwille van de gerechtigheid.
Dan gaat het niet meer alleen om mensen die in een bepaalde situatie verkeren,
maar om mensen met een bepaalde houding.
Zij weerkaatsen het licht van het evangelie.
Het zijn al degenen die, misschien zonder het zelf te weten, aan de kant van Jezus staan en het daarom soms zwaar te verduren hebben.
Van de eerste vier geldt: zij hebben, meer dan wie ook, Gods Koninkrijk nodig.
Zij ontvangen wat zij nodig hebben, zegt Jezus, zij krijgen recht.
Van de anderen zou je kunnen zeggen: het Koninkrijk heeft hen nodig.
Zij worden in het gelijk gesteld.
En allen krijgen ze te horen: Alvast gefeliciteerd!
Ja jullie…
die niets te verliezen hebben en zonder pretenties zijn
die verdriet hebben en lijden aan de wereld zoals die is
die weerloos en kwetsbaar volhouden zonder verbitterd te raken
die met heel jullie wezen verlangen naar gerechtigheid
die een en al ontferming zijn
die oprecht zijn en integer
die je inzetten voor vrede en leven in verzoening mogelijk maken
die het zwaar te verduren hebben omdat jullie opkomen voor de gerechtigheid…
jullie zijn niet zonder God.
In jullie verlangen naar vrede, in jullie inzet voor de gerechtigheid is God zelf aanwezig.

Zo bevestigt Jezus de mensen die weten wat lijden en verdriet is; die de weg gaan van pretentieloosheid, zachtheid, goedheid, vergeving en verzoening; al degenen die zich daadwerkelijk inzetten voor vrede en recht.
En wie die weg nog niet is ingeslagen, wordt hierdoor uitgenodigd haar of zijn leven van af nu in deze richting te veranderen.

Na zijn onderricht, aldus de evangelist Mattheüs, gaat Jezus de berg weer af.
Hij geneest zieken, haalt eenzamen binnen de kring, geeft angstige mensen moed,
breekt het brood met wie honger lijden.
Op de leerlingen, op ons wordt een appel gedaan om te gaan waar Jezus gaat,
om te delen in zijn leven.
Met Jezus samen zijn betekent:
barmhartig zijn, zuiver van hart, vredestichter, soms zelfs vervolgde;
omwille van de armen, de treurenden, de zachtmoedigen, de mensen die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.

II
Afgelopen week werden we door de kranten en de televisie opnieuw bepaald bij de gruwelijke strijd in Syrië.
Het vijf jarige jongetje uit Aleppo, verdwaasd voor zich uitkijkend in de ambulance.
Het rapport van Amnesty International over de martelingen en verkrachtingen in de Syrische gevangenissen.
Komt er ooit een einde aan alle geweld?
Is er nog wel toekomst voor Syrië?

Ik roep pater Frans van der Lugt in herinnering, twee jaar geleden vermoord in Homs.
Een vredestichter, een vervolgde omwille van de gerechtigheid.
Vijftig jaar heeft hij in Syrië gewoond.
Hij probeerde de banden tussen mensen van verschillende religies te versterken en richtte een spiritueel centrum op.
Tijdens de belegering van Homs zorgde hij voor de zwakken die de stad niet konden ontvluchten.
Hij spande zich de laatste maanden van zijn leven in om de nijpende situatie waarin hij en de andere inwoners van de stad verkeerden wereldkundig te maken.
Ondanks herhaalde verzoeken om te vertrekken was pater Frans vastberaden om in Homs te blijven.
“Ik blijf bij mijn mensen,” zei hij.
Zo was hij de belichaming van de hoop, in het midden van alle wanhoop.
Hij bleef vasthouden aan het visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Vlak voor Pasen, op de vooravond van zijn gewelddadige dood schreef hij:
We bereiden ons voor op HET FEEST. Het feest van de overgang van de dood naar het leven. Het leven ontspringt uit een donkere afgrond. Zij die in het duister zijn zien een schitterend licht. Wij wensen deze verrijzenis voor Syrië…

III
Dat opstandingsgeloof is ook de kern van dat wonderlijke boek Openbaring.
We lazen een deel van het zevende hoofdstuk.
We kijken met de ziener Johannes mee, de geopende hemel in.
In het midden van een schitterende hemelse troonzaal verheft zich een troon, omringd door vier levende wezens en te midden van 24 oudsten.
Op de Troon bevindt zich degene die wordt aangeduid als: de Tronende, de Gezetene.
En ook: het Lam.
Het Lam ziet er weerloos uit, “als geslacht.”
Maar tegelijk is het krachtig en vol leven.
Het Lam heeft de boekrol in ontvangst genomen, het verzegelde boek dat de verschrikkingen van de geschiedenis en het laatste geheim van de geschiedenis bevat.
Bij niemand anders dan bij hem is de wereldgeschiedenis in veilige handen.

Zes van de zeven zegels van het boek zijn al geopend.
Wat we in hoofdstuk 7 lezen, maakt deel uit van de gebeurtenissen die zijn losgebroken bij de opening van het zesde zegel.
Vier engelen scheppen ruimte voor wat een andere engel, opkomend uit het Oosten, gaat doen.
Hij brengt een teken aan op de voorhoofden van de getrouwen, met het zegel van de levende God.
Dat is voldoende om hen veilig te stellen voor wat er bij de opening van het zevende zegel nog staat te gebeuren.
Eerst zijn er de twaalf maal twaalf duizend, afkomstig uit alle stammen van Israël.
Geen een die er ontbreekt, van Juda tot en met Benjamin.
Allen zijn zij aanwezig, present
Maar het blijft niet bij hen.
De kinderen van Abraham, Isaac en Jakob worden vergezeld door een menigte uit alle volken – een schare die niemand tellen kan.

Wie zijn zij, al die ontelbare mensen?
Zij komen uit de grote verdrukking, klinkt er als antwoord.
Het zijn allen die, de tijden door, hebben vastgehouden aan de messiaanse droom over de Stad van God.
Zij hebben het visioen van het Koninkrijk niet opgegeven.
Zij hielden vol op hun weg door de wereld en bleven trouw aan de Stem die eens in hen het verlangen had wakker geroepen naar een aarde waar de vernederden worden opgericht, de laatsten de eersten zullen zijn, de hongerenden verzadigd zullen worden.
Zij bleven geloven, hopen en liefhebben.
Door die vasthoudendheid, door deze hardnekkige levenshouding zijn zij Gods bondgenoten geweest in zijn niet aflatende inzet om licht en leven mogelijk te maken op aarde.

En de ziener van het boek Openbaring zegt:
die ontelbaren, overal vandaan, die in de verwachting van Gods toekomst hebben geleefd – dat zijn geen “losers”.
Hun leven is niet vergeefs en verloren.
Niets en niemand kan hun leven uit Gods handen rukken: ze zijn veilig bij Hem.
Zij hebben een plaats, voor nu en altijd, aan de zijde van Christus.
Zij zijn immers ook steeds gegaan waar Hij ging.
Zij hebben littekens opgelopen, lijden verduurd in hun trouw om mensen nabij te zijn.
Zoals Hij: het Lam dat gedood is, maar tegelijk vol is kracht en leven.
Hij is de Herder die hen allen voor is gegaan.
Van de dood naar het leven.
Uit de afgrond naar het licht.
Alle beproevingen van de wildernis zijn voor hen ten einde.
Hun valt Gods bescherming ten deel.
Hij spreidt zijn tent over hen uit.
Honger en dorst, ondragelijke hitte – het is voorgoed voorbij.
Als een kudde schapen worden zij door het Lam zelf geweid.
Hij brengt hen naar de waterbronnen van het leven.
En tenslotte zijn er die tedere woorden uit Jesaja die aan het einde van het boek Openbaring ook weer zullen klinken:
“En God zal alle tranen van hun ogen wissen.”

Hier klinkt voluit de boodschap die de kern vormt van heel dit Bijbelboek:
Niet het kwaad, niet dood en terreur hebben het laatste woord.
Het laatste woord is aan het Lam.
Het slachtoffer staat op uit het graf.
De gevangene wordt bevrijd.
De vermoorde zal leven.
Dat is niet zomaar een droom.
Dat is een visioen, dat ons verbindt met Jezus Christus – zijn woord en zijn weg.

Een aantal jaren geleden bezocht ik de eeuwenoude kathedraal van Ascoli Piceno – een stadje in Italie.
Links van het altaar is in de zijkapel een modern mozaïek aangebracht.
Wat me het meeste trof was de eindeloze stoet mensen, op weg om zich te verzamelen rond het middelpunt, het lam voor de troon.
Op ooghoogte, vooraan, herkenbare gezichten en namen:
Edith Stein, Dietrich Bonnhoeffer, bisschop Oscar Romero….
Je kunt er in gedachten nieuwe namen aan toevoegen.
Zoals die van pater Frans uit Syrie.
“Dit zijn zij die uit de grote verdrukking komen” staat in de hoek linksonder geschreven.
Zijn het niet dezelfde mensen die in de zaligsprekingen genoemd worden?

Zalig de armen, de treurenden, de zachtmoedigen, degenen die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, de barmhartigen, de reinen van hart, de vredestichters, de vervolgden..
Van hen is het koninkrijk der hemelen.

Zo moge het zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *