Preek van de week – 14 juni ’20

I

Vorig jaar las ik het wonderlijke verhaal van de man die van India naar Zweden fietste voor de liefde. PK een jonge portrettekenaar, met maar weinig bezittingen maar wel een profetie die hij bij zijn geboorte mee kreeg: namelijk ‘Je zult een meisje trouwen dat niet uit het dorp komt, niet uit het district, zelfs niet uit het land; ze zal muzikaal zijn, een jungle bezitten en geboren worden onder het sterrenbeeld stier’. En dan staat op een avond Lotta voor zijn neus en vraagt hem een portret van haar te schilderen. PK weet direct dat zij de ware is. Wanneer Lotta weer naar Zweden vertrekt kan PK haar niet uit zijn hoofd zetten. Hij koopt een tweedehands damesfiets en begint aan een avontuurlijke reis van meer dan 11.000 km, van India naar Zweden. Alles voor de vrouw van zijn dromen.

Hoop, liefde en verhalen, het zijn de dingen die ons doen voortgaan en laten verwachten in het leven, zelfs wanneer we er op het moment zelf nog weinig van te zien is. Voor het volk Israël was het de herinnering aan de Exodus, de beloften van God en de hoop op het beloofde land wat hen deed voortgaan in de woestijn.

Maar ook in de eeuwen daarna. Terwijl goede en slechte koningen elkaar afwisselden, het volk zelf ook voortdurend weer de fout in ging; bedreigd werd door andere volken en uiteindelijk zelfs in ballingschap werd meegevoerd. Waarom het zo verkeerd kon gaan met een wereld die gemaakt was door een goede God, begreep het volk ook nog niet. En toch waren ze blijven hopen en geloven dat God de leiding had en niet los liet.

II

Maar hoe dan? Door keer op keer weer het verhaal te vertellen van Gods bevrijding, door liederen te zingen die zijn daden in herinnering brachten, door God te prijzen om zijn hulp en bescherming, ja, door Gods overwinning te vieren, ook al was die nog geen volledige werkelijkheid.

Neem het loflied wat we vanochtend lazen uit Jesaja 12, waar staat: ‘God, hij is mijn redder. Ik heb een vast vertrouwen, ik wankel niet, want de Heer is mijn sterkte, hij is mijn beschermer, hij heeft mij redding gebracht’.

Tegen de achtergrond van de Assyrische bedreiging en overheersing, klinken deze woorden van hoop op God, uit de mond van de profeet. Niet slechts als bevestiging of aansporing naar binnen toe, maar ook als een getuigenis voor heel de aarde. ‘Zing een lied voor de Heer:’, staat er, ‘wonderbaarlijk zijn zijn daden, laat heel de aarde dit weten’.

O komen we talloze voorbeelden tegen waar schrijvers, profeten, het volk Israel, getuigt van haar hoop en vertrouwen. In die verhalen en deze lofliederen op Gods goedheid en bescherming, maar óók in de durf om te vragen en het uit te roepen naar God, wanneer hij ver weg leek of zijn zorg leek te ontbreken.

Israël weet die twee bij elkaar te houden en daarmee te worstelen. Ze prijzen God om zijn bevrijding, vertellen van de tekenen van zijn regering, maar durven ook te vragen wanneer God nog schijnbaar verborgen lijkt of wanneer ze hem niet begrijpen. Zowel in de twijfel als in de dankbaarheid weten ze God te vinden. De worsteling wordt niet uit de weg gegaan, en misschien is dat ten diepste wel een teken van hun hoop op God, het vertrouwen dat hij recht kan en zal doen, zelfs wanneer dat nog niet volledig zichtbaar is. Die worsteling brengt hen terug bij Hem.

III

Misschien herken je daar wel iets van. Je hebt ervaren dat God werkt en aanwezig is, in de wereld en in je eigen leven. Soms troostend, soms bemoedigend of bevrijdend, een ervaring die je vult met verwondering en dankbaarheid. En tegelijk, op andere momenten lijkt God vooral verborgen en afwezig, of begrijp je er niets meer van.

Misschien juist wel in deze maanden waarin het coronavirus zoveel veranderingen en onzekerheid met zich mee brengt. Of wanneer je kijkt naar het nieuws, waarin de hoopvolle verhalen vaak in de minderheid zijn en we geconfronteerd worden met beelden en verhalen die ons doen afvragen ‘waarom?’ en ‘hoe lang nog?’. Of nog veel dichter bij huis, in je eigen leven, in de zorgen over je gezin, je werk of over de toekomst, in je dagelijkse worsteling met eenzaamheid, somberheid of gebroken relaties.

Het getuigenis van Israël laat zien dat die worsteling er mag zijn en zelfs ontzettend belangrijk is. Hoe moeilijk dat ook kan zijn, want wanneer we de vragen toelaten geven we ook ruimte aan onze teleurstellingen en onze pijn. Iets wat we vaak liever uit de weg gaan of voor ons uitschuiven. Maar juist de durf om te vragen en te worstelen is daarmee misschien wel bij uitstek een teken van vertrouwen, een getuigenis van ons zoeken naar God en dat we de hoop niet opgeven.

Verderop in Jesaja getuigt de profeet richting het volk van Israël: “Ik stel mijn vertrouwen in de Heer, hoewel hij zich voor het volk van Jacob verborgen houdt, ik heb mijn hoop op hem gevestigd”.

Zo zien we bij Jesaja en bij het volk Israël, dat die vragen en het roepen tot God hand in hand gaan met aanbidding. En dat is net zo goed een uitdaging, want het vraagt om overgave om God te danken en te prijzen. Op de momenten dat we er vol van zijn en niet anders kunnen, maar ook op die momenten dat we het nog niet ervaren. Het vraagt om vertrouwen om God te danken, voorbij de omstandigheden of hoe we ons voelen, maar voor wie Hij is.

Als ik vroeger bang was in het donker ging ik zingen, en nu wanneer ik bang ben een nieuwe stap te zette praat ik mezelf moed in, en als ik me alleen of verdrietig voel breng ik herinneringen naar boven aan de liefde van familie en vrienden of zoek ik hen op. En dat is denk ik hoe het met aanbidding werkt. In de dankzegging en lofprijzing naar God, gaan we zijn trouw en zegeningen ontdekken. Daar wordt hoop werkelijkheid en gaan we zijn aanwezigheid ervaren.

IV

Zo ook PK, hij fietste door, ondanks de schijnbare onmogelijkheid van zijn reis en de tegenslagen waar hij tegen aan liep, omdat hij de herinnering aan de profetie en aan Lotta voor ogen hield. En onderweg vertelde hij zijn verhaal, vertelde hij over Lotta, waarmee hij niet alleen zelf weer nieuwe moed en energie kreeg, maar ook de mensen die hij ontmoette aansprak en inspireerde.

Zoals PK zich onderweg bevond tussen zijn herinneringen aan Lotta en zijn hereniging met haar, zoals Israël zich bevond tussen Gods beloften en de vervulling daarvan, zo bevinden ook wij ons in de realiteit van het nu al en nog niet van Gods koninkrijk. Maar Israël was niet gestopt God te aanbidden en verhalen te vertellen van zijn zorg, liefde en ontferming; ze waren blijven getuigen van hun verwachting en hoop op Gods regering en zijn bevrijding. Een voorbeeld voor ons hier en nu.

V

Want dan die woorden uit Mattheüs die we vanochtend lazen: ‘Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal’.

Daar in die eerste verzen, in de persoon van Jezus, vinden we het antwoord op de hoop en de verwachtingen van het volk Israël, dat God koning zou worden en regeren. Dat was het goede nieuws waar Jezus over sprak: dat het koninkrijk van God, leven op zijn best, daar en toen al werkelijkheid begon te worden. In zijn woorden, in de tekenen, in hem zelf, zijn we getuigen van een nieuw begin, van God regering van vrede en recht.

Dat is de realiteit waar wij ons in bevinden: Gods regering, zijn bevrijding en vernieuwing zijn aangebroken, en tegelijk wachten we nog op het moment dat dat ten volle werkelijkheid wordt.

Het is er nu al en het nog niet; de tekenen van Gods aanwezigheid maar ook de vraag naar zijn soms schijnbare afwezigheid blijven een worsteling, net als voor het volk van Israël. Maar zoals Israël de verhalen bleef vertellen en God aanbidden, zoals ze hun hoop en vertrouwen bleven voeden, door God voor ogen te stellen, zijn trouw te herinneren en hem te danken, zo worden ook wij opgeroepen hetzelfde te doen. Voor onszelf, maar ook als een getuigenis naar buiten toe. Want door te getuigen van onze hoop, door te delen van het goede nieuws in ons spreken en handelen, wordt Gods koninkrijk steeds meer realiteit.

VI

We vinden niet veel plekken in de Bijbel waar Jezus oproept om te bidden. Maar hier, bij de aanblik van een uitgeputte en hulpeloze mensenmenigte, horen we hem bidden om arbeiders. Wie zou deze menigte van mensen die verlangde en wachtte op Gods handelen, vertellen én tonen dat dit al was begonnen? En zoals Jezus daar vervolgens zijn discipelen op pad stuurt, zo komt die vraag ook naar ons om dragers te worden van dat goede nieuws, zichtbare tekenen van hoop.

Zonder grootste training of allerlei hulpmiddelen en zekerheden voor onderweg, stuurt Jezus zijn leerlingen op pad. Maar als getuigen en dragers van het goede nieuws wat ze in Jezus zelf hadden herkent.

De oproep naar ons is dus ook niet om allerlei grootste dingen te gaan doen of enorme veranderingen te bewerkstelligen. Maar simpelweg om het voorbeeld van Jezus te volgen. Om opmerkzaam te worden voor de uitgeputte en hulpeloze in onze eigen omgeving, om helend en levendmakend aanwezig te zijn in onze relaties, en zoekend naar recht en bevrijding in deze wereld. Net als de discipelen zijn we gezegend met God kracht en genade, om zelf tot zegen te zijn.

VII

Dat blijft zoeken en is lang niet altijd makkelijk. Omdat we soms zelf nog zoekend zijn naar die hoop in ons eigen leven, omdat we tegen de grenzen van ons kunnen aanlopen, omdat we nog maar weinig verandering zien, of omdat we te maken krijgen met onverschilligheid of zelfs vijandigheid.

Tegen de achtergrond van die ervaringen zijn de laatste verzen dan toch ook een troost. Een oproep om niet moedeloos of verbitterd te raken, om onze energie of hoop niet te verliezen door negatieve of teleurstellende reacties, maar om in plaats daarvan het stof van je voeten te schudden en verder te gaan.

In Genesis 3 lezen we hoe God tegen Adam zegt, ‘uit stof ben je geboren tot stof zul je weerkeren’. Stof is droge aarde, dode huid, maar stof is ook kans op iets nieuws. Want in het hoofdstuk ervoor lezen we hoe God Adam schiep uit het stof en leven in blies. Dat is wat God doet, hij maakt ons nieuw uit het stof van de aarde, hij maakt iets moois. Wanneer we dus het stof van onze voeten schudden, geven we het terug aan God en laten we God doen wat hij alleen kan doen: uit stof nieuw leven maken.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.