Skip to main content

Preek van de 1e Paasdag – Zondag 1 april ’18

Genesis 2: 4b – 8 . 18 – 23
Johannes 20: 1 – 18

I
Dit is me een morgen! O ja, alles gaat gewoon door. Ook dat waarvoor je dagelijks bidt dat het eindelijk eens afgelopen mag zijn. We geloven hier niet in sprookjes. En ja, het blijft om te janken wat mensen de aarde en elkaar aandoen. Maar de bron van de tranen is niet langer de wanhoop. De bron is de liefde van God die ons is overkomen; een liefde die ons met compassie laat kijken naar onszelf en naar elkaar. Deze morgen hoeven we niet met de rug naar de nacht te gaan staan. We kijken hem recht in het gezicht. En we zien daar onszelf terug in Maria Magdalena.

Ze komt vroeg, als het nog donker is, aan bij het graf. ‘Als het nog donker is’. Dat is zo’n nacht die zich niet laat verjagen door weer een dag. Zo’n nacht waarvan je de uitgang niet kunt vinden. De nacht, waarin het onvoldoende helpt als iemand tegen je zegt dat je niet bang hoeft te zijn. Want: Breng me naar de plekken in deze wereld, waar ik me niet binnen hoef te vechten, en ik zal niet meer bang zijn. Schenk me een dag waarop ik niet de pijn hoef te voelen van wat mij lang geleden voor altijd heeft verwond. Laat me zien waar ik aan toekomst bouwen kan, zonder te jachten en te jagen, omdat de toekomst van ons samen is. Herstel mijn vertrouwen in de wereld waarin ik leef. Als een dronkenman struikelt die wereld van crisis naar crisis. En ik maak er deel van uit. Waarom zou ik niet bang zijn?

Over die nacht gaat het in het evangelie. En over het graf waarin alles verdwijnt. O ja, u hebt gelijk: Dit is de paasmorgen! Dit is het uur om te vieren de overwinning op de dood. ‘Ja, hij is waarlijk opgestaan!’ Maar dat doet de kerk niet door met de rug naar de nacht te gaan zitten en de werkelijkheid van het graf te ontkennen. Het verdriet van Maria Magdalena om Jezus’ dood is er niet voor de bühne, om daarmee zijn opstanding extra glans te geven. Deze morgen heeft weet van de nacht. Daarom hoeven we ook geen mooi weer te spelen of met net iets te veel overtuiging onze paasliederen te zingen. Geen schreeuw, geen traan ontgaat de opgestane Heer. Liefde is het beste woord dat ik verzinnen kan voor wat wij hier vanmorgen vieren. Liefde is een beter woord dan waarheid om de boodschap van Pasen te duiden. Maria is niet het domme blondje dat het nog niet snapt. En Jezus staat daar niet om haar aan het verstand te brengen hoeveel machtiger God wel niet is dan de dood.

‘Als het nog donker is’ – daar begint het evangelie. Niet pas als Maria hem uiteindelijk herkent. Nee, hier al. Waar dat woordje ‘nog’ het holst van de nacht opzoekt en daar Maria niet alleen laat. Dat woordje ‘nog’ weet dat de nacht niet vanzelf voorbij gaat. Daarin is het Paasfeest van de kerk anders dan het Lentefeest waarop de eitjes worden verstopt en lammetjes worden geboren. Wie goed zoekt, zal eitjes vinden. Wie de dagen ziet lengen, weet dat het lente wordt, hoe koud het ook nog mag zijn. Maar wie de nacht met zijn angsten kent; wie zich ooit heeft laten raken door het lijden van een ander (en wie heeft dat nooit laten gebeuren); wie aan het graf van liefsten heeft gestaan, die weet dat de nacht niet vanzelf voorbij gaat.

II
Met ogen die aan het donker gewend zijn geraakt, ontwaart Maria dat de steen uit het graf is gehaald. Nergens is de afstand kleiner tot wie je zo lief was dan bij het graf. Met je tranen kun je bijna bij hem komen. Zelfs van die nabijheid voelt Maria zich beroofd. ‘Ze hebben de heer uit het graf gehaald en we weten niet waar ze hem hebben gelegd!’ Ze kiest ervoor om bij het graf te blijven, nadat ze Petrus en Johannes op de hoogte heeft gebracht. Tot in de dood was ze Jezus trouw gebleven. Ze is niet weg gelopen bij het kruis. Nu loopt ze niet weg bij het graf, ook al is hij daar niet meer. Nu ze niet meer waken kan bij het gedode lichaam, besluit ze in haar verdriet te waken bij de herinnering aan het gedode lichaam. Het allerlaatste dat de nacht haar heeft overgelaten. Hoe eenzaam kun je zijn?

Maria bukt voor het graf en ziet hoe daar twee engelen in witte gewaden zitten, één bij het hoofdeind en één bij de voeten, daar waar het lichaam van Jezus heeft gelegen. Ze neemt ze waar, maar ziet ze niet zoals wij ze zien – boodschappers van Godswege. Misschien verbaast het u dat Maria niet voorover valt van vrees of grote vreugde. Maar dan vergeet u dat het evangelie u laat zien en niet uw eigen ogen.

Denkt u ook wel eens: ‘Wat moet ik met dat open graf?’ ‘Wat moet ik met die engelen?’ Dan zeg ik: Mooi zo! Want u moet niks. God moet wat. En God doet wat. Wat God heeft gedaan in het holst van deze nacht is zo buiten de orde, dat geen mens kan zeggen: ‘Ik vat het wel.’ ‘Nee, maar je moet het wel geloven,’ hoor ik iemand zeggen. Tegen haar en hem zou ik willen zeggen: ‘Zelfs dat moet niet.’ God is aan zet vanmorgen. Hij maakt de harten open. Vertrouw er maar op dat God die inbrak in de nacht ook jouw hart wel zal weten te vinden.

En ondertussen hebben wij het evangelie dat ons ongeloof te hulp komt; het evangelie dat ligt ingebed in de boeken van Mozes en de profeten. Neem de tuin van Jozef van Arimathea met daarin het open graf; doet die tuin niet denken aan het paradijs, waar alles ooit begon en de liefde met de bloemen bloeide? Weet u nog van de engelen en van dat heen en weer flitsende vlammende zwaard, waarmee de toegang werd bewaakt toen God zich genoodzaakt zag om de mensen uit het Paradijs te verjagen? En denkt u dan ook niet in een onbewaakt ogenblik: Vanmorgen ligt alles weer open. De engelen zijn van hun post gehaald. Ze chillen in het open graf. In elke uithoek schijnt voortaan de zon van Gods genade.

III
Dit zijn niet mijn woorden. Dit is het Woord van God. Het zoekt u op. Het spreekt tot u, waar u niet weet waar u het zoeken moet. Het spreek niet uit de hoogte, maar alsof Hij naast u staat. Het is niet opgebouwd uit vrome praatjes en opgeklopte vergezichten. Het woord van God raakt nog het meest aan mensentaal waar die zwijgt, stottert, huilt, schreeuwt. Zoals Maria doet. De grote blijdschap die de engelen verkondigen in de Kerstnacht, vertaalt zich deze nacht in een vraag: ‘Vrouw, wat maakt dat je huilt?’ Dat zegt alles over God.
De doodsteek voor de nacht is deze aandacht voor Maria. Het Woord van God preekt niet, het vraagt naar de mens, die monddood geraakt is. Zoals hij deed die ze hebben gekruisigd en gedood; die wij noemen: het Levende Woord. En als het spreekt, begint het met het noemen van jouw naam. ‘Maria!’

Misschien vindt u wat ik zeg even schimmig als de morgenschemer in het evangelie. ‘Kom op, dominee! Met het water voor de dokter: Is het echt gebeurd of niet? Neemt u het letterlijk of is het bij wijze van spreken?’ Tegen u wil ik zeggen: Het is niet bij wijze van spreken. Het is deze wijze van spreken. Het is een scheppend spreken. Het is de stem die niet voor de bühne vraagt: ‘Vrouw, wat maakt dat je huilt?’ Het is God zelf die mij in het holst van de nacht heeft opgezocht; die alles door wilde maken wat een mens in die nacht door moet maken, een brute dood incluis; die mijn naam nog weet als ik die zelf ben vergeten; die mij opricht en een eind maakt aan de nacht! Ik kijk om me heen en ik zie de tuin die om mij heen is aangelegd. En niemand die mij er ooit nog uit verjagen kan.

Meer hebt u niet nodig om voor altijd uit te kunnen leven. Dit is het enige dat telt; Waarheid die geen einde kent. God vraagt niet van u om te geloven in het reanimeren van een dode. Hij vraagt van u dat u zich omkeert naar Hem toe als hij u bij name roept, om dan het licht te zien dat over u is opgegaan. Niets zal bij het oude blijven. Wie erop hoopt dat alles bij het oude blijft; wie belang heeft bij de wetten van de nacht, tegen hen wil ik zeggen: ‘Vergeet het maar. De steen is uit het graf gehaald. De Heer is waarlijk opgestaan!’

In de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen

One thought to “Preek van de 1e Paasdag – Zondag 1 april ’18”

  1. Bij het lezen van deze preek komt het woord poëzie bij me op. Een preek is proza maar deze is zo poëtisch geschreven dat het bijna een proza-gedicht is geworden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *