Overweging Nieuwjaarsmorgen 2017

Numeri 6, 22 – 27
Lucas 2, 21

 

1 januari 2017. We hebben het jaar 2016 achter ons gelaten. We mogen met een schone lei beginnen. Er is ook veel gebeurd waar we liever niet te veel aan herinnerd willen worden: De terroristische aanslagen, dicht bij huis, in Nice, Brussel en Berlijn.  De permanente vernietiging van het leven in Aleppo. De dreigende uitholling van het westerse democratisch bestel. Maar dat was allemaal 2016. En vandaag is het 1 januari 2017: We zijn vol goede voornemens en hopen dat het vanaf nu beter wordt, toch?

Ja, het is de eerste dag van een nieuw jaar. Maar het is ook de achtste kerstdag. Het is de achtste dag nadat midden in de nacht geklonken heeft: ‘Wees niet bang!’ Op de achtste dag wordt het Kind van Maria besneden en zo ingelijfd in Israël, in het verbondsvolk van de Eeuwige. Het woord van de engel ‘Wees niet bang!’ ijlt vandaag niet nog wat na, het wordt in een mensenleven geschreven. En wel zo dat het er nooit meer uitgaat. Besnijdenis heet dat. Jezus wordt ingelijfd in Israël. Hij krijgt zussen en broers om voor hen de boodschap te belichamen: ‘Wees niet bang!’. En zij, omgekeerd, zullen hem leren waar hij vandaan komt en hoe zijn naam, Jezus – ‘God redt’, altijd opnieuw in de geschiedenis van dit volk heeft geklonken.

En wij mogen meedoen dankzij dit kind! De hele wereld mag meedoen dankzij dit kind! Wij hoeven niet meer kunstmatig optimistisch te zijn omdat er een nieuw jaar begonnen is. Wij hoeven onszelf niet langer op te peppen met goede voornemens. Wij hoeven niet gemaakt hoopvol te zijn met de angst in ons lijf. Wij worden ingelijfd in een ander verhaal dan dat van opgaan, blinken en verzinken, waarbij het de kunst is om dat laatste zo lang mogelijk uit te stellen. Wij worden ingelijfd in dat andere verhaal, dat in het holst van de nacht geboren wordt. Er is een stem die tot ons spreekt. Wij hoeven het niet tegen onszelf te zeggen: ‘Wees niet bang!’ Ja, het is 1 januari 2017. Maar het is bovenal de achtste kerstdag.

Daarom hoeven we ook niet met de rug naar het voorbije jaar te gaan staan om de donkere gebeurtenissen zo snel mogelijk te vergeten. Want ook in 2016 hebben we Kerst mogen vieren, hebben we de stem gehoord die tot ons sprak: ‘Wees niet bang!’. Vergeten we het jaar dat achter ons ligt, dan vergeten we ook het indrukwekkend getuigenis van Mohamed El Bachiri uit Molenbeek, na de aanslagen in Brussel op 22 maart. Hij verloor zijn vrouw Loubna, die in de metro naast de terrorist zat die zichzelf opblies. Diep verdrietig getuigt hij van zijn liefde voor zijn vrouw en van de liefde die van haar is uitgegaan, van deze moeder van drie jonge kinderen. Alleen deze liefde kan ons redden, zegt hij. Niet de haat. Niet de noodtoestand. Alleen de liefde en de menselijkheid, die alle grenzen slecht, kan ons antwoord zijn op blind geweld. De terroristen krijgen zijn haat niet. Ze moeten het doen met zijn verdriet en met zijn pleidooi voor de liefde. De hele wereld moet het er mee doen.

De stem van de engel in het holst van de nacht, ‘Wees niet bang!’, vindt weerklank in het getuigenis van Mohamed El Bachiri uit Molenbeek. Een getuigenis dat verder reikt dan 2016. Een getuigenis dat besloten ligt in Gods menslievendheid. Een getuigenis dat tot ons spreekt vanuit de nacht en ons meer richting geeft dan alle goede voornemens bij elkaar. Laat het de wereld tot zegen zijn!

Zegen. Wat is het ook al weer? ‘Alle zegen komt van boven,’ is een bekende uitdrukking. Zegen als een magisch ingrijpen van boven in het bestaan van een mens. Haal je het woord weg uit haar bijbels verband, dan komt het dicht in de buurt bij het schietgebedje tijdens de trekking van de eindejaarsloterij. Want wie weet verandert jouw lotnummer heel je leven? In de bijbel is zegen zo veel meer. Zegen komt van boven en van beneden. God zegent mensen. Mensen zegenen ook God. En mensen zegenen elkaar. Zegen gaat van de een tot de ander. Zegen heeft met relatie te maken, met je gezicht niet verbergen voor de ander. Zegen is er nooit voor jou alleen. Zegen is er om in te mogen delen. Zegen is geen magie.

Als aan het eind van de kerkdienst de zegen over u wordt uitgesproken, dan wordt de naam van God op u gelegd: Ik-zal-er-zijn. Zoals beschreven in het boek Numeri. Dan kan het niet anders of u zult er ook zijn voor de ander. De zegen, die de priesters uitspreken over het volk Israël, doet denken aan een opgaande zon. Niet een zon die dag in dag uit opkomt en weer ondergaat. Maar een die in het holst van de nacht zijn licht laat stralen zoals Mohamed El Bachiri uit Molenbeek dat doet met zijn getuigenis. God zegene deze mens. God zegene ons met deze mens en met zo veel andere. Dat wij God zegenen en wij elkaar zegenen om deze wereld nieuw te maken.

‘Veul hail en zeeg’n int nije joar!’

Amen

 

Gebeden

Laat het opnieuw klinken in ons midden, in onze harten, in deze wereld: ‘Wees niet bang!’ – Dat woord van de engel tot de herders gesproken. Laat het neerdalen in ons leven, in onze dagen. Laat het wortel schieten, ook nu wij nog geen benul hebben van wat ons in dit nieuwe jaar te wachten staat. Een fluistering van de wind, de blik van een mens, een onuitsprekelijk zeker weten: ‘Wees niet bang!’

Dat mensen opnieuw mogen ontdekken dat we op elkaar zijn aangewezen. Dat de ander er niet is om bang voor te zijn, om te verjagen, om er definitief van af te zijn. Dat zij nodig is om zelf te kunnen groeien in inzicht wat nodig is om deze wereld bewoonbaar te houden. Bij alle pijn die mensen elkaar aandoen bidden wij dat het ook de geboortepijn is van een nieuwe wereld.

Oefen ons als gemeente in uw liefde. Niet dat mooie woord dat alleen iets te zeggen heeft in de schokvrije ruimte van goede vrienden, lieve zussen en broers en gelijkgezinden. Maar de liefde die van alle angst is ontdaan, zelfs de angst om tekort te schieten. De liefde die blij is met haar eigen breekbaarheid, blij met de wereld en met de mensen, omdat ze verder kan kijken dan de onverschilligheid, de botheid, het onvermogen om het hart op te halen aan elkaar. Sterk als de dood is de liefde, die uit u is. Wij zegenen u, God!

En voor jou en voor mij bidden wij we niet paniekerig op zoek gaan naar nieuwe antwoorden, omdat de oude niet langer voldoen. Alsof het geloof binnen gehaald moet worden, alsof het veroverd moet worden op een wereld van ongeloof, alsof het een prestatie is die alleen nog voor een select gezelschap is weg gelegd – mensen met een geweldige geloofsconditie. Terwijl het niets anders is dan je hart open zetten voor het steeds terugkerend gerucht: ‘Er is er een die blijvend van je houdt.’ Een die jou blijft vinden, hoe verloren jij je ook waant.

De stilte mag het zeggen

………………………………………………………………….

Onze Vader in de hemel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.