‘Waarom vergeet je de bomen?’

Buiten hangt de lucht laag. Binnen in de kerk is het behaaglijk. De lamp brandt. En er is thee. Ik heb Paul op bezoek. Een goeie om tegen aan te praten. Het gesprek gaat over de stad en over de kerk en over de verbinding tussen die twee.
In middeleeuwse kerken kwam vroeger zo veel stad naar binnen, dat je bijna vergat dat het een kerk was. Er was markt. Er werd gehandeld. Er werd begraven. Je kon er schuilen. En langs de randen in kapelletjes werd de mis bediend.
De Nieuwe Kerk is alweer van later tijd. Er werd nog wel begraven. Maar het alledaagse leven was er minder prominent aanwezig. Hoewel het verhaal gaat dat het fraai gesneden schot, dat de galerij aan de oostkant in tweeën deelt, bedoeld was om de gedeputeerden van het Ommeland en de provinciale beambten uit elkaar te houden. Het gerucht gaat dat er te veel werd geritseld en geregeld tijdens de kerkdienst.
Alleen tijdens de kunst- en cultuurmarkt op Open Monumentendag of als het op Koningsdag te nat en te koud is om de vrijmarkt in de Hortusbuurt buiten te houden, neemt de stad de kerk weer in. ‘Als je je het centrum van de stad met de Vismarkt voorstelt als een kathedraal onder de open hemel, dan zijn de der Aa-kerk en de Martinikerk en ook de Nieuwe Kerk kapelletjes in die kathedraal,’ zeg ik tegen Paul. Zijn ogen glinsteren. Jarenlang heeft hij op straat geleefd. Nu godzijdank niet meer. Maar nooit was God ver weg voor hem. Hij hoefde er niet voor naar een kerk om hem te ontmoeten. Waar hij met iemand een broodje deelde of de blik van een voorbijganger hem herinnerde aan zijn moeder, die hem zijn trots gegeven had, daar kreeg het alledaagse een heilige rand. Of als hij midden op de markt ging staan en omhoog keek en er niemand was tussen hem en de hemel in.
Paul neemt me mee naar het raam. We kijken over het Nieuwe Kerkhof. ‘Waar zie jij de verbinding met de stad?,’ vraagt hij me. Ik wijs op het licht achter de ramen van de huizen aan het Nieuwe Kerkhof. ‘Daar is er warmte, net als hier,’ zeg ik. Waarop Paul zegt: ‘Waarom vergeet je de bomen?’ Een goeie vraag. Al die jaren buiten waren de bomen voor hem de verbinding met de stad. De warmte en het licht van binnen waren onbereikbaar toen. Paul heeft gelijk: een mooiere verbinding tussen kerk en stad, dan de bomen en het groen van het Nieuwe Kerkhof, bestaat er niet. God laat zich niet interneren in een kerk. Voor er kerken waren, woonde hij in bomen. Dat is hij nooit vergeten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *