Kinderverhaal: Vechten

Micha ziet er moe uit. En de dag is nog maar net begonnen. ‘Heb je vannacht niet lekker geslapen?,’ vraagt Jezus. ‘Nee,’ bromt Micha, ‘ik heb gevochten.’ Huh? ‘Met wie dan?,’ vraagt Mirjam. Micha haalt zijn schouders op. Hij weet niet meer met wie. Maar toen hij vanmorgen wakker werd lag het dekbed op de grond en lag hij zelf andersom in bed. ‘Het voelt alsof ik bij Judo door de lucht op mijn rug gegooid ben,’ vertelt hij.

‘Kom mee,’ zegt Jezus, ‘dan breng ik jullie bij de Vechtbeek.’ Mirjam en Micha volgen Jezus op het oude slingerpaadje. Ze noemen het: het Jakobspad. Even later staan ze bij de beek. Jezus gaat in het water staan. Het water duwt en trekt aan hem. En ondertussen vertelt hij: ‘Jakob wil naar huis. Met het hele gezin en met al zijn dieren. Maar hij is ook bang voor zijn broer Esau. Wat moet hij boos op Jakob zijn om alles wat hij van hem heeft afgepakt met slimmigheidjes! Jakob wil naar huis, maar durft hij wel naar huis?

Hij loopt de hele nacht te tobben langs het water van de beek. Thuis is aan de overkant. In het donker, midden in het water, wordt er aan Jakob gerukt en getrokken. Hij vecht om overeind te blijven. ‘Laat me los,’ zegt een stem. Is het Esau? Is het God? Is het de beek? Jakob zegt: ‘Ik laat je pas los als je zegt dat alles goed komt.’ ‘Alles komt goed,’ zegt de stem. Dan komt de zon op en lacht de dag Jakob in het gezicht. Jakob is doodmoe. Hij kan bijna niet meer staan. Maar hij lacht. Hij gaat naar huis. Alles komt goed.’

Mirjam en Micha lopen naar Jezus toe. Ze houden elkaar goed vast. ‘Alles komt goed,’ zegt Mirjam tegen Micha. Met z’n drieën lopen ze door het water heen naar de andere kant. Daar waar de zon vanmorgen is opgekomen.

Lezing:    Genesis 32: 23 – 33
In de koffer: krukken (om mee te kunnen lopen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *