Kinderverhaal: ‘Zo erg.’ ‘Zo verdrietig.’

Lezing: Job 2

Job kan niet meer spelen. Hij wil zo graag. Maar het gaat gewoon niet. Zijn hele lijf doet pijn. Overal heeft hij bulten. Hij krabt zichzelf. Dat doet ook pijn, maar anders. Mirjam en Micha weten niet goed wat ze moeten doen. Ze kunnen Job niet helpen. Jezus gaat naast Job zitten onder de grote boom. Job zegt niks. Dan staat hij op en loopt weg zonder iets te zeggen. Jezus staat ook op. Hij zegt ook niks. Jezus gaat met Job mee. Een poos later komt Jezus weer terug. Mirjam en Micha kijken Jezus aan. Ze zeggen niks. Jezus moet diep zuchten. Ze gaan met z’n drieën onder de grote boom zitten.

‘Zo erg,’ zegt Micha. ‘Zo verdrietig,’ zegt Mirjam. Jezus knikt. ‘Kan God niet wat doen?,’ vraagt Micha. Jezus haalt zijn schouders op. Hij heeft geen antwoord. Wel een verhaal. Het gaat over Job en God en het staat in de bijbel:

De engelen moeten bij God langs komen. Ook die ene die er van houdt om God tegen te spreken. ‘Heb je nog op Job gelet op je dagjestocht over de aarde?,’ vraagt God. ‘Je hebt hem alles afgepakt. Maar dat hij van me houdt, dat kun je niet van hem afpakken.’ ‘Makkie!,’ zegt de engel. ‘Spulletjes zijn maar spulletjes. En dat er lieve mensen doodgaan hoort bij het leven. Maar als je hem goed ziek maakt, dan piept hij wel anders. Dan wil hij nooit meer iets van je weten.’ ‘Ga maar,’ zegt God met tranen in zijn ogen. ‘Maar je láát hem leven!’

Job zit op de vuilnisbelt. Hij is doodziek. Hij ziet er niet uit. Hij is helemaal alleen. Dan komen er drie vrienden aan. Ze komen van verschillende kanten. Ze gaan zitten in een kringetje om hem heen. Niemand zegt wat. Zo verdrietig. Zo erg. En geen eentje loopt er meer weg. Twee weken zitten ze daar. Job vraagt: ‘Geloof je alleen in God als alles goed gaat?’ Geen van de vrienden zegt wat. Ze weten niet wat ze moeten antwoorden. Ze weten wel wat ze moeten doen: Niet weglopen bij Job.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *