Kinderverhaal: Wonen in Gods liefde

Lezing: Marcus 12: 18 – 27

De oma van Micha is dood. Ze was al oud. Ze leek steeds een beetje kleiner te worden. En steeds een beetje liever. Nu zegt ze nooit meer: ‘Dag lieve jongen, ben je daar weer?’ Micha is verdrietig. Nu kan hij nooit meer even bij haar op bezoek, even een knuffel halen en wat lekkers. Opa is er ook niet meer. Die is gestorven toen Micha nog een heel klein knulletje was. Micha kent opa alleen van de foto en uit de verhalen die oma en pappa hem hebben verteld.

‘Mamma zegt dat oma nu weer samen met opa is en dat het goed met haar gaat,’ zegt Micha. ‘Geloof jij dat?’ Jezus kijkt Micha aan en is even stil. Daarom gaat Micha nog even door met vragen: ‘Zitten ze nu samen koffie te drinken? Zijn er dan huizen in de hemel?’ Micha kijkt Jezus aan. ‘Jij weet het ook niet, he?,’ zegt hij.

‘Je kunt ook te gauw een antwoord geven,’ zegt Jezus. ‘De een zegt: als je dood bent, ben je dood!’ En de ander: als je dood gaat, word je een sterretje of een engeltje.’ ‘En wat zeg jij?,’ vraagt Micha.

‘Ik denk dat er geen huizen staan in de hemel,’ zegt Jezus. ‘En ik denk niet dat opa en oma nu samen koffie drinken in de hemel. Want ze hoeven niet meer warm te worden van binnen. God houdt ze warm. Ze wonen in zijn liefde.’

‘En wij ook,’ zegt Jezus. ‘Alle mooie dingen, die je nog van oma weet; alles wat zij je heeft geleerd, dat gaat nooit meer weg. Elke keer als je er zo maar even aan moet denken, is het een boodschap uit de hemel met een knipoog van God.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *