Kinderverhaal: Wat zien we in de sterren?

Mirjam, Micha en Jezus liggen in het gras. Het is al donker. Maar het is nog warm. Ze kijken naar de sterren. ‘Als je lang kijkt, zie je er steeds meer,’ zegt Mirjam. Micha wijst naar een ster. ‘Dat is de Noorderster,’ weet hij. ‘Daar is het Noorden.’ Zijn vinger gaat iets naar beneden tot hij de sterren vindt die samen op een oud steelpannetje lijken. ‘En dat sterrenbeeld daar heet Grote Beer,’ zegt hij. Jezus volgt Micha’s vinger en ziet dan het steelpannetje ook. ‘Jij weet veel van de sterren,’ zegt hij. Micha knikt. ‘Van opa geleerd,’ zegt hij trots.

‘Heeft God de zon, de maan en de sterren gemaakt?,’ vraagt Mirjam. Jezus denkt even na. Er is toch tijd genoeg. ‘Toen ik voor het eerst in het donker naar de hemel keek, waren de sterren er al,’ zegt hij. ‘En toen ik voor het eerst ‘lieve God!’ fluisterde tegen God terwijl ik helemaal alleen was, toen luisterden de sterren al mee.’

‘Volgens mij zijn de sterren er om nooit bang te hoeven zijn voor het donker,’ zegt Mirjam. ‘En om lekker lang samen te kunnen zijn, ook al is het al laat,’ zegt Micha. ‘En om altijd te onthouden dat iedereen op de wereld dezelfde sterren ziet,’ zegt Jezus. ‘We horen bij elkaar. Er is maar één wereld.’

Dan zijn ze samen weer even stil. Daarna vertelt Jezus nog een grappig oud verhaal over een God, die op zijn tenen op een krukje gaat staan om de zon, de maan en de sterren als lampen aan het plafond van de hemel te hangen. Want, denkt God, de mensen moeten elkaar wel kunnen vinden en kunnen zien wie er lacht of wie verdriet heeft. Om samen te feesten. En om elkaar te kunnen troosten.

Met een grote smile liggen ze alle drie in het gras.

Lezing: Genesis 1, 14-19 / Psalm 8
In de koffer: plaatje van de sterrennevel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *