Kinderverhaal: Waarom?!

Job wil wel spelen. Maar het gaat gewoon niet. Hij is te ziek. Alles doet pijn. Soms probeert Job even mee te doen. Maar hij is te moe. Meestal loopt Job dan stilletjes weg. Naar huis. Langzaam, zo snel als hij kan. Maar vandaag blijft Job niet stil. Hij wordt boos. Niet op Mirjam of Micha, maar op God. Hij balt zijn vuist tegen de hemel. Hij schreeuwt: ‘Waarom heb je me zo gemaakt, God?’ ‘Waarom moet ik hier zijn?’ ‘Waarom heb je mij geboren laten worden?’ Micha steekt de vingers in zijn oren. Hij is bang voor Job. Het is te erg. Mirjam hoopt dat Jezus iets kan doen; dat hij zal zeggen: ‘Stil maar! Stil maar!’ Maar dat doet Jezus niet. Hij houdt Job alleen maar vast, zodat die niet omvalt. Hij wacht tot Job weer adem heeft. En dan zegt hij: ‘Toe maar, Job. Roep maar!’ En weer schreeuwt Job: ‘Waarom, God? Ik heb je toch niks gedaan?’ Er komt geen antwoord. Maar langzaam wordt Job stil. En Jezus houdt hem nog steeds vast. Dan tilt hij Job op. Zijn hoofd ligt tegen Jezus’ schouder. Hij brengt Job naar huis. Even later komt Jezus terug bij Mirjam en Micha. Ze gaan met z’n drieën onder de grote boom zitten.

Dan vertelt Jezus weer een stukje van het verhaal uit de bijbel over Job en God: ‘De drie vrienden zitten al twee weken bij Job. Niemand heeft wat gezegd. Want niemand weet wat die moet zeggen. Maar ze hebben Job niet in de steek gelaten. Tot Job ineens hardop zegt: ‘Ik wou dat ik nooit geboren was!’ ‘Dat mag je niet zeggen!’ – Het floept er zo maar uit bij een van de vrienden. ‘God weet waarom het is,’ zegt de tweede. ‘God weet alles en zorgt dat het goed komt,’ zegt de derde.’

‘Hebben ze gelijk?,’ vraagt Mirjam. Jezus schudt zijn hoofd. ‘Alleen Job heeft gelijk,’ zegt hij. ‘Job praat tegen God. Zijn vrienden praten over God. ‘Tegen God mag je alles zeggen. Verder weten we niets over God.’

Lezing: Job 10
In de koffer: boze emoticon met de tekst ‘WAAROM?!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *