Kinderverhaal: ‘Waar komt de wind vandaan?’

Lezing: Johannes 3: 1 – 16

Mirjam, Micha en Jezus zitten onder de grote boom. Het is donker en al heel laat. Maar het is zo lekker warm. Te warm om in bed te liggen. Maar ook te laat om nog spelletjes te doen. ‘Doe je ogen eens dicht,’ zegt Jezus. Ze doen hun ogen dicht. ‘Wat voel je nou?,’ vraagt Jezus. ‘Ik voel de wind,’ zegt Mirjam, ‘De wind streelt mijn gezicht. De wind speelt met mijn haar.’ Nu voelt Micha het ook: ‘Het kriebelt een beetje. Best lekker.’ ‘En nu is de wind weer weg,’ zegt Mirjam.

Nicodemus komt er aan en hij gaat bij hen zitten. Hij is een belangrijke meneer. En een vriend van Jezus. Nicodemus weet veel. ‘Waar komt de wind vandaan en waar gaat hij naar toe?,’ vraagt Micha. Nicodemus denkt diep na. ‘Dat is een moeilijke vraag,’ zegt hij ernstig.

‘Doe je ogen eens dicht,’ zegt Jezus. De wind ritselt zachtjes door de bladeren en streelt weer langs de gezichten en speelt weer me de haren. ‘Wat voel je?,’ vraagt Jezus. ‘Ik voel niks,’ zegt Nicodemus, ‘Ik ben diep aan het nadenken’.

‘Soms moet je niet denken,’ zegt Jezus, ‘soms moet je gewoon stil zijn en voelen wat er gebeurt en wachten tot het antwoord vanzelf komt.’ Dan zegt Mirjam met de ogen nog dicht: ‘Ik weet het: de wind komt van God en de wind gaat weer naar God. God houdt van ons. Als de wind mij aait, is het een knuffel van God.’ ‘Dat is wel heel simpel gedacht,’ bromt Nicodemus.

Jezus moet lachen. ‘Maar Mirjam heeft wel gelijk,’ zegt hij, ‘God houdt van ons. Het is het mooiste antwoord dat er kan bestaan op heel veel moeilijke vragen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *