Kinderverhaal: Verkleden

Mirjam en Micha mogen zich verkleden. “Hoe vind je mijn schapenpak?” vraagt Mirjam terwijl ze een rondje voor Jezus draait. “Je ziet er prachtig uit!” zegt Jezus. Hij aait het zachte velletje van Mirjam. “En wat moet jij voorstellen?” vraagt Jezus aan Micha. “Dat zie je toch” zegt Micha en hij wijst naar zijn streepjespak. “Ik ben een boef.”

“En waarom zucht je daar zo bij?” vraagt Jezus. “Ik wilde eigenlijk als leeuw” zegt Micha. “Maar dat pak had Timon al. Toen moest ik maar boef zijn van mamma. Maar boef is niet leuk. Iedereen wil je pakken. Vooral Timon.”

“Misschien is Timon wel blij dat hij één dag stoer kan zijn” zegt Mirjam. “Op andere dagen is het meer een bang konijn”

“Het gaat er ook niet om hoe je er van de buitenkant uit ziet” zegt Jezus. “Of zelfs niet om wat je zegt. Het gaat erom wat je dóet. Simon in zijn leeuwenpak is misschien helemaal geen held. En jij lijkt van de buitenkant wel een boef, maar van binnen ben je een hele lieve jongen. En dát is belangrijk.”

Mirjam legt haar hand op Micha’s schouder. “Als Simon je wil pakken, kom ik je helpen” belooft ze. Micha duwt haar weg. “Wat heb ik nou aan een schaap?” moppert hij. Mirjams ogen beginnen te glinsteren. “Van buiten lijk ik wel een schaap, maar het gaat erom wat ik van binnen ben” zegt ze geheimzinnig.

Nu wordt Micha nieuwsgierig. “Wat ben jij dan van binnen?” vraagt hij. Mirjam laat haar tanden zien. “Een gevaarlijke wolf!” roept ze. En dan loopt Micha gillend weg.

Lezing: Mattheüs 10: 16-33
In de koffer: verkleedkleren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.