Kinderverhaal: Vergeet mij niet

Mirjam en Micha zijn heel vroeg op. Ze gaan met Maria en twee van haar vriendinnen naar het graf van Jezus. Hij is dood. Ze kunnen het bijna niet geloven. Jezus was niet ziek. Jezus was niet oud. Maar belangrijke mensen vonden hem gevaarlijk. Jezus moest weg van ze. Jezus moest dood.

Ze lopen samen naar het graf. De zon moet nog komen. Ze zijn stil. Er prikken tranen in de ogen. Micha heeft ‘vergeet-me-nietjes’ bij zich om in de grond te stoppen, dicht bij Jezus. Hij denkt hardop: ‘Ik vergeet jou nooit meer.’ Mirjam knikt. Zij ook niet.

Als ze bij het graf in de rots komen, zien ze dat de steen voor de ingang is weggerold. En die was nog wel zo groot. Een voor een gaan ze naar binnen. Maar Jezus is daar niet. Op de plaats waar hij lag zit een jongen. De eerste zonnestralen schijnen precies op zijn gezicht. Maria schrikt heel erg. En de vriendinnen ook. Maar Mirjam en Micha hebben geen tijd om te schrikken. Ze zien dat de jongen net als Micha een potje ‘vergeet-me-nietjes’ in zijn handen houdt. Hij zegt tegen Micha: ‘Jezus vergeet jou ook nooit meer.’ ‘En jou ook niet,’ zegt hij terwijl hij Mirjam aankijkt.

‘En jullie vergeet hij ook niet,’ zegt de jongen tegen Maria en haar vriendinnen. Maar die zijn zo geschrokken dat ze wegrennen bij het graf en tegen niemand iets zeggen. Mirjam, Micha en de jongen zetten de ‘vergeet-mij-nietjes’ bij elkaar in de aarde. Ze kijken elkaar aan. ‘Niemand wordt ooit nog vergeten,’ zegt de jongen. En hij veegt met zijn zwarte handen over zijn witte kleren. ‘Leve Jezus!,’ zegt Mirjam. Micha steekt zijn beide handen hoog in de lucht. ‘Hoera!,’ zegt hij, ‘drie keer hoera voor Jezus!’

Lezing: Marcus 16, 1 – 8
In de koffer: ‘Vergeet-me-nietjes’ (zakje zaad)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.