Kinderverhaal: Storm op zee

Het stormt. Mirjam en Micha lopen met Jezus langs de zee. De golven gaan hoog. De wind en de zee maken lawaai. ‘Houd elkaar goed vast!,’ zegt Jezus, ‘Sommige dingen kun je niet alleen.’ Mirjam en Micha knijpen in elkaars hand. Dit is wel heel erg spannend. Waar ze lopen is het droog. Maar het is maar een heel smal stukje. Overal is water. De zee doet denken aan een brullend monster. Hij heeft ze bijna te pakken. Micha rilt. Maar het is niet van de kou.

Dan vertelt Jezus boven alle lawaai uit het verhaal over Mozes en het volk, dat achternagezeten wordt door een boze koning met zijn leger. Ze zijn op zoek naar een goed land om te kunnen wonen. Ze zijn gevlucht uit het land van de koning. Hij haalt ze bijna in. Zijn soldaten hebben hun wapens in de aanslag. Maar dan grijpen de golven de koning en zijn leger. Mozes en het volk zijn vrij. Goddank!

‘Is God in de storm en in de zee?,’ vraagt Micha. Jezus schudt nee. Uit zijn rugzak haalt hij een tamboerijn. Jezus houdt die boven zijn hoofd. Hij slaat er op – rombom. De belletjes rinkelen boven het lawaai van de zee uit. Jezus maakt een dansje. Alsof de zee en de storm niet zijn om bang van te worden. ‘De belletjes van de tamboerijn, zij zijn de stem van God,’ zegt Jezus. ‘Niet het gebulder van de zee en van de storm’

Mirjam en Micha doen mee met het dansje. ‘Waarom ben je zo blij?,’ vraagt Mirjam. ‘Omdat God van het kleine houdt,’ zegt Jezus. ‘God kan niet wachten tot alle kleine mensen vrij zijn.’ En terwijl Jezus op de tamboerijn slaat, dansen Mirjam en Micha om hem heen op een klein droog stukje strand. En ze zingen: ‘Loof God. Hij maakt het kleine groot!’

Lezing: Exodus 15, 1 – 21
In de koffer: Tamboerijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.