Kinderverhaal: Schommelen

Aan de laagste tak van de grote boom hangt een schommel. ‘Wil je me duwen?,’ vraagt Mirjam. ‘Ik kan nog niet zo goed schommelen.’ ‘Natuurlijk,’ zegt Jezus. ‘Klim er maar op.’

‘Duw je me niet te hard?,’ vraagt Mirjam. ‘Nee hoor,’ zegt Jezus en hij duwt Mirjam zachtjes heen en weer. Het gaat fijn.
‘Ben je er nog?,’ vraagt Mirjam. ‘Ik ben er,’ zegt Jezus. ‘Maar ik zie je niet,’ zegt Mirjam. ‘Ik sta achter je,’ zegt Jezus.
‘Geloof me maar, ik ben er.’

‘Maar wat als ik nou val?,’ vraagt Mirjam. ‘Dan ben ik er,’ zegt Jezus. ‘En als ik wil remmen?,’ ‘Dan ben ik er ook.’
‘En wat als ik het alleen kan? Blijf jij dan toch hier?’
‘Ik ben er altijd,’ zegt Jezus.

‘En over 100 jaar?,’ vraagt Mirjam. ‘Dan ben ik er nog,’ zegt Jezus. ‘En 100 jaar geleden ook. Bij jou en bij de kinderen die hier schommelen. Ze zullen me niet altijd zien, omdat ik achter ze sta, maar ik ben er.’

Mirjam steekt haar benen recht vooruit. Als ze weer naar achter gaat, buigt ze ze weer. ‘Ik kan het!,’ roept ze. ‘Ik kan het alleen!’ Ze probeert achterom te kijken, maar dat lukt niet zo goed.

‘Ben je er nog?,’ roept ze. Ze hoort het ruisen van de bladeren. Ze voelt de wind door haar haren.
En voelt ze nou een hand in haar rug?

Ze weet het niet zeker. Maar hard gaat ze wel.

Lezing: Johannes 8: 46 – 59
In de koffer: een (plaatje van een) schommel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.