Skip to main content

Kinderverhaal: ‘Pluisje!’

Lezing: Genesis 4: 1 – 16

Mirjam en Jezus zitten onder de grote boom. Ze hebben allebei een pluizenbolletje geplukt. Als je zachtjes blaast, dan laten de pluisjes los en waaien ze mee met de wind. “Als je geblazen hebt, mag je een wens doen. En die is geheim,” zegt Jezus. Mirjam denkt goed na. Dan blaast ze zachtjes. De pluisjes zweven door de lucht. Maar ze komen niet ver. Micha springt ernaar en vangt ze uit de lucht. Hij veegt ze van zijn handen. “Daar gaat mijn mooie wensdroom,” zucht Mirjam.

Dan vertelt Jezus een verhaal. Het is al heel oud. Uit de tijd dat de hemel en de aarde elkaar nog raakten en God nog tussen de mensen was. Er was een jongetje dat Abel heette. Dat betekent pluisje. Hij had een broer die Kaïn heette. Dat betekent medaille. Als ze een wedstrijdje deden werd Abel altijd tweede. Maar dat vond hij niet erg. Want er moet er ook altijd een tweede worden.

God lette vooral op Abel. Want Kaïn kon goed voor zichzelf zorgen. Kaïn vond het maar niks dat God een oogje had op Abel. Hij was toch de medaille en zijn broer was maar een pluisje. Op een dag was hij het zat. Hij sloeg Abel dood. Dan had God voortaan tijd om op hem (Kaïn) te letten.

God zei: “Snap je dan niet dat ik Abel aan jou als broer had gegeven? Jij bent er om hem te beschermen. En hij was er om jou te leren dat een mens niet sterk of mooi of rijk hoeft te zijn om mijn lieveling te zijn. Wie moet jou nou nog leren om een ander te beschermen die niet zo mooi en rijk en sterk is als jij?”
“Wilt u me dat alstublieft leren?,” vroeg Kaïn toen.

Mirjam en Micha moeten heel diep zuchten van dit verhaal. Dan pakt Micha een pluizenbol en blaast zachtjes. Hij zegt: “Dag Abeltjes. Dag pluisjes. Ik zal op jullie blijven letten. Ook als ik groot en sterk geworden ben.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *