Kinderverhaal: Micha trakteert

Micha is jarig, dus hij trakteert. ‘Ogen dicht’ zegt Micha. ‘Heb ik toch’ zegt Mirjam. ‘En mond dicht’ zegt Micha streng. ‘Misschien,’ zegt Jezus tegen Mirjam, ‘moet je ook je handen opendoen. Dan kan Micha zijn traktatie erin leggen.’ Mirjam doet haar handen open. En haar ogen dicht. ‘Toe maar!’ zegt ze. ‘Nee,’ zegt Micha. Je hebt je mond weer niet dicht.

Mirjam doet haar ogen open. ‘Niet eerlijk’ zegt ze. Ik dacht dat we feest zouden hebben vandaag. Maar zo vind ik er niks aan.

Mijn dag is ook niet fijn begonnen zegt Jezus. Waar ben je geweest? vraagt Mirjam. ‘Gewoon, in mijn eigen buurt,’ zegt Jezus. ‘Waar de mensen me kennen. “Jij bent toch die timmerman” zeggen ze. “We kennen jou en je familie wel. Dus dat je de zoon van God zou zijn, dat kan natuurlijk niet.
En wat je nu zegt en doet, dat kennen we niet van je.”

‘Wat raar,’ vindt Micha. ‘Heb je dan nog wel mensen beter gemaakt?’ ‘Een paar maar,’ zegt Jezus. ‘Want voor een wonder heb je twee mensen nodig: ééntje die geeft. En één die ontvangt.’

Mirjam lacht naar Micha. Ze doet haar ogen dicht (evt. kunnen de kinderen dit meedoen). En draait haar mond op slot. Ze steekt haar handen uit. En dan kan Micha eindelijk zijn traktatie geven. Aan Mirjam. Aan Jezus. En aan ieder kind van God.

Wordt het toch nog feest vandaag.

Lezing: Marcus 6:1-6
In de koffer: traktatie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *