Kinderverhaal: ‘Maarten, ik was die bedelaar.’

Lezing: Matteüs 25, 31 – 46

Het is 11 november. Mirjam en Micha zitten onder de grote boom. Met een lampion in de hand. Die hebben ze zelf gemaakt. Het begint al een beetje donker te worden. Het lichtje maakt de lampion nog mooier. Straks gaan ze langs de deuren. Om te zingen van Sint Maarten. En om bij iedere deur die open gaat wat lekkers te krijgen.

‘Wie is Sint Maarten?,’ vraagt Jezus. Dat wil Micha wel vertellen: ‘Maarten is een soldaat op een paard. Bij de poort van de stad ziet hij een bedelaar. Die heeft het koud. Maarten stapt van zijn paard. Met zijn zwaard snijdt hij zijn grote warme jas in tweeën. Hij slaat de halve jas om de bedelaar heen. De andere helft houdt Maarten zelf. Nu horen ze voor altijd bij elkaar, de bedelaar en de soldaat te paard met zijn halve jas.’

‘Die nacht droomt Maarten. Hij ziet jou in de droom, met de halve mantel om van de bedelaar,’ zegt Micha. ‘Mij?!,’ vraagt Jezus verbaasd. ‘Ja!,’ zegt Micha, ‘En jij zegt in die droom tegen hem: Maarten, ik was die bedelaar!’ Nu kijkt Jezus nog verbaasder. ‘Maar ik ken Maarten helemaal niet!,’ zegt hij. ‘Dat denk je maar,’ zegt Micha beslist, ‘In een droom kan alles!’

Mirjam knikt. Micha heeft gelijk. ‘Ieder mens is een kind van God,’ zegt ze. ‘Dat heb jij ons zelf geleerd. Je hoeft er niet rijk voor te zijn. Of mooi. Of slim. Of hier geboren. Je hebt er geen paspoort voor nodig. Ieder mens is een kind van God en alles wat je voor zijn kinderen doet, doe je ook voor God.’

Micha knikt. Mirjam snapt het. ‘En daarom zei je in de droom tegen Maarten: ik ben die bedelaar!,’ zegt hij. Jezus kijkt naar de lampionnen die licht geven in het donker. ‘Vertel dit verhaal aan iedereen,’ zegt hij. ‘Ik hoop dat alle deuren open gaan.’ ‘Dat hopen wij ook,’ zegt Micha. En hij houdt zijn lege tas alvast open.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *