Kinderverhaal: Leun maar op mij

‘Gaat het, opa Bram?,’ vraagt Jezus. Opa Bram zet zijn tas op de grond en steekt zijn duim omhoog. Daarna loopt hij weer verder. Stok in de ene hand. Tas in de andere. Micha, Mirjam en Jezus zwaaien hem na van onder de grote boom. ‘Moet je iedereen altijd helpen?,’ vraagt Mirjam. Iedereen is zo veel. En altijd is zo vaak. ‘Nee hoor,’ zegt Jezus, ‘Dan heb je geen tijd meer om goed te kijken naar een ander. Elke ontmoeting met een ander is een cadeautje van God.’ ‘Wie help je wel en wie help je niet?,’ vraagt Micha, ‘want je kunt niet iedereen helpen.

Jezus denkt na en vertelt een verhaal: ‘Een man was op reis. Onderweg werd hij overvallen. Alles kwijt. En ook nog eens hard tegen de grond geslagen. Hij kon niet meer verder. Hij lag daar maar. Gelukkig, daar kwam een dominee voorbij. Hij keek even naar het slachtoffer. ‘Die ken ik niet,’ dacht hij. En hij liep gauw door. Want hij moest nog preken voor een volle kerk. Even later kwam er een diaken voorbij. Dat is iemand van de kerk die verstand heeft van helpen. Hij keek naar het slachtoffer en dacht: ‘Wat zijn er daar toch veel van in de wereld.’ Ook hij liep door om niet te laat in de kerk te zijn.

Toen kwam er een asielzoeker voorbij. Die hoefde nergens heen. Want niemand zat op hem te wachten. Hij knielde bij de reiziger. Hij troostte hem en hielp hem overeind. ‘Ik ben jouw stok,’ zei hij in zijn eigen taal, ‘Leun maar op mij.’ De reiziger verstond hem niet, maar snapte hem wel. De asielzoeker bracht hem naar zijn kamer. Hij maakte thee. Ze deelden koekjes. Ze keken elkaar aan. ‘Ik zal jou nooit vergeten,’ zei de reiziger. De asielzoeker verstond het niet. Maar hij snapte hem wel.’

Lezing:    Lucas 10, 25 – 37
In de koffer: wandelstok

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.