Kinderverhaal: Koekjes

Mirjam kijkt naar de letters op het oude gebouw. Sy-na-go-ge leest ze. De deur gaat open. Met een rood hoofd komt Jezus naar buiten. ‘Heb je de griep?’ vraagt Mirjam. ‘Micha wel. En tante Anna ook. Nu mag ik niet haar toe. Jammer, want bij haar krijg ik altijd een kopje thee met zelfgebakken koekjes.’

‘Dan gaan we meteen naar tante Anna toe,’ zegt Jezus en hij steekt de straat over. Mirjam blijft staan. ‘Ben je niet bang dat tante Anna je aansteekt?’ vraagt ze. ‘Nee hoor,’ lacht Jezus. ‘En jij hoeft ook niet bang te zijn. Ik steek mensen zelf aan met het vuurtje van God. Daar wordt iedereen beter van.’

‘Vooruit dan maar,’ zegt Mirjam en ze loopt achter Jezus het huis van tante Anna binnen. Met rode wangen ligt tante Anna in bed. Jezus kijkt haar aan. ‘Sta op,’ zegt hij en pakt haar hand. Hij helpt tante Anna overeind. Tante Anna lacht. Ze voelt aan haar wangen. ‘De koorts is voorbij’ zegt ze opgewekt. ‘Tijd voor een kopje thee. En een koekje voor Mirjam’. Zingend loopt ze naar de keuken.

‘Zo heeft God het bedoeld,’ zegt Jezus. ‘Ik heb tante Anna aangestoken met het vuurtje van God. En nu steekt ze jou aan, doordat ze goed voor je zorgt. Zo gaat het vuurtje van God de wereld rond.’

De koekjes smaken heerlijk. Maar Mirjam staat al snel op. ‘Ik moet weg,’ zegt ze. ‘ Ik ga Micha aansteken. Met het vuurtje van God.’ Ze trekt haar jas aan.

‘Vergeet je niet wat?’ vraagt tante Anna.
‘Neem maar een koekje mee, dan staat hij vast snel weer op.’

Mirjam lacht. ‘Doe er voor de zekerheid maar twee’ zegt ze.

Lezing: Marcus 1: 29-39
In de koffer: twee koekjes

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.