Kinderverhaal: ‘Jij zou jezelf nog weggeven!’

Lezing: Johannes 6, 1 – 15
Symbool: ongesneden brood

Mirjam en Micha gaan naar oma. Ze moeten haar vijf broodjes brengen. En twee visjes. Daar houdt ze zo van. Als ze langs de grote boom komen, staan daar heel veel mensen om Jezus heen. Job staat vooraan. Hij wil alles kunnen zien. ‘Wat doen al die mensen hier?,’ vraagt Mirjam. ‘Ze zeggen dat Jezus alles kan. Net als God,’ zegt Job met rode wangen. ‘Misschien doet hij wel een wonder!’

Daar is Andreas. Hij is een vriend van Jezus. ‘Jezus wil een feestje geven. Hier en nu. Dat heeft hij net bedacht,’ zegt hij, ‘maar we hebben niks: geen geld, geen eten.’ Hij schudt zijn hoofd. Micha loopt naar Jezus. Hij brengt hem de broodjes en de visjes. ‘Hier, voor jouw feestje,’ zegt hij, ‘en met de groeten van oma.’

Alle mensen mogen zitten. Jezus bidt: ‘Dank je wel, God, voor het brood en de vis. Dank je wel voor alle mensen. Dank je wel dat we samen zijn. Amen.’ Dan zegt hij tegen de mensen: ‘Jullie denken dat God alles kan. Maar het enige dat hij echt kan, is heel veel van jullie houden. Jullie zijn alles voor hem. En dat gaan we vieren. Wees nooit bang om te delen. Wees nooit bang dat er niets van je overblijft. Want jij bent een kind van God. En dat blijft altijd.’ Dan begint Jezus te delen van het brood en van de vis. Iedereen geeft hij te eten. En iedereen doet mee. Wat een feest!

Andreas schudt nog eens zijn hoofd. ‘Jij zou je zelf nog weggeven,’ zegt hij tegen Jezus. ‘Misschien ga ik dat op een dag wel doen,’ zegt Jezus. ‘Alles voor de liefde van God! Alles voor zijn allesjes!’

Daar komen Mirjam en Micha aan met een tas vol lekkers. ‘Allemaal voor oma,’ lacht hij. ‘Er was nog heel veel over van het feest.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *