Kinderverhaal: Jezus is verhuisd

Matteüs 4, 12 – 22

Jezus is verhuisd. Mirjam en Micha gaan hem opzoeken. ‘Goed op elkaar passen!,’ had de mama van Micha gezegd. Jezus woont nu in een buurt waar je niet wilt wonen als je kiezen mag. De huizen zien er niet mooi uit. En de mensen ook niet. Je wordt er niet vrolijk van.

‘Nou, wat vinden jullie van mijn nieuwe huis?,’ vraagt Jezus. ‘Het is niet groot, maar wel mooi licht van binnen,’ vindt Mirjam. ‘Dat komt dat er zo weinig in staat,’ zegt Micha. ‘En wat er in staat is tweedehands.’ ‘Er moeten ook nog mensen in kunnen,’ zegt Jezus. ‘Ik wil tussen de mensen wonen. Niet tussen de spulletjes.’

Hij zegt: ‘Waar jullie wonen lacht het leven je toe. Voor de mensen hier is het leven vaak donker en zwaar. Ik wil hier de zon van Gods liefde laten schijnen. Ik wil dat de mensen elkaar weer gaan zien in dat licht. En daar blij van worden. En dat ze zeggen: ‘We hebben misschien niks. Maar we hebben wel elkaar.’ Overal waar dat gebeurt, komt Gods nieuwe wereld er aan.’

‘Moet je dat allemaal in je eentje doen?,’ vraagt Mirjam. Jezus schudt van nee. ‘Ik zoek mensen die mee willen doen. Kom, dan gaan we op pad.’ Bij het meer staan twee mannen. Ze halen een net uit hun boot. Het stinkt er naar vis. Jezus loopt op ze af: ‘Gaan jullie mee?,’ vraagt hij. ‘Dan maak ik van jullie vissers van mensen.’ De mannen leggen meteen het net neer. Zonder omkijken lopen ze met Jezus mee. Even later komen er nog twee bij. En nog twee.

‘Vissers van mensen,’ mompelt Micha. ‘Wat is dat nou weer?’ Mirjam weet het ook niet precies. Maar het lijkt op wat Johannes de Doper deed in de Jordaan: Mensen omhoog trekken uit de donkere diepte. Het licht van de zon laten zien. Heel diep adem halen en leven! Zoiets.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.