Kinderverhaal: Jezus gedoopt

‘Als ik een vogel was’, zegt Micha, ‘zou ik het liefst een eend zijn’. Hij trappelt met zijn voeten door het water van de rivier. ‘En als ik een vogel was’, zegt Mirjam, ‘dan was ik het liefst een adelaar. Dan vloog ik zo naar de hemel.’ Ze kijkt Jezus vragend aan. ‘En jij?’ Ik houd van de hemel’’ , zegt Jezus, ‘maar ook van de aarde. Ik denk dat ik een duif zou willen zijn. Die vliegt soms heel hoog in de lucht, maar scharrelt ook gezellig tussen de mensen.

Jezus steekt zijn hand op en zwaait. ‘Daar is mijn neef Johannes. Hij doopt de mensen hier in de rivier.’ Achter Johannes stapt een mevrouw het diepe water in. Johannes legt zijn handen op haar. Zo gaat ze kopje onder en weer omhoog. Hij zegt: ‘Je nieuwe leven is vanaf nu begonnen’.

‘Dat wil ik ook’ zegt Jezus. “Wil je mij ook dopen?’ Johannes kijkt hem verbaasd aan. Hij zegt: ‘maar jij staat toch boven mij? Dan kunt je beter mij dopen!’
‘Laat het maar gebeuren’ zegt Jezus. ‘Het is goed.’

Zo gaat ook Jezus kopje onder. Als hij weer boven water is,  komt er een duif aangevlogen. Hij landt op Jezus’ schouders. Er klinkt een stem uit de hemel. Die stem zegt: ‘Dit is mijn lieve zoon Jezus. Hij maakt me blij.’ De duif vliegt weer omhoog.

Als Jezus weer op het droge zit, wrijft Micha zijn haren droog. ‘Jij maakt mij ook blij’ zegt hij. ‘Ik hoop dat je nog lang bij ons blijft.’  ‘Dat hoop ik ook’, zegt Jezus. ‘Ik wil bij de mensen zijn. En als de mensen. Ik ga met jullie mee. De heuvel op en de heuvel af; door het diepe water en hoog door de lucht.’

En dan nemen ze alle drie een duik in de rivier. De eend, de duif en de adelaar.

Lezing:    Mattheüs 3: 13-17
In de koffer: een duif

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *