Kinderverhaal: ‘Ik zorg voor jou’

Marcus 1, 12 – 15

Micha kijkt op de kalender. ‘Hoeveel dagen al?’ vraagt Mirjam. ‘’Negenendertig dagen’ zegt Micha. ‘Zo lang zit Jezus al in de woestijn.’ ‘Wat doet hij daar toch?’ vraagt Mirjam zich af.

Er valt een kaart op de mat. ‘Die komt van Jezus’ roept Mirjam. ‘Ik zie het aan het handschrift.’ ‘Mag ik hem voorlezen?’ vraagt Micha. Dan leest hij: ‘Ik heb goed nieuws. Mijn tijd in de woestijn is bijna afgelopen. Morgen kom ik terug. Dan zal het koninkrijk van God beginnen!’

En ja hoor, de volgende dag klopt Jezus op de deur. Micha doet open en laat hem binnen. ‘Ga zitten’ zegt Mirjam. ‘Even dan’ zegt Jezus. ‘Want ik moet zo weer weg.’ ‘Vertel ons eerst wat je toch in de woestijn deed,’ zegt Micha.

Jezus krabt in zijn baard. Dan zegt hij: ’Ik wilde voelen hoe het is om alleen te zijn. Als er niemand voor je zorgt. Als je bang bent. Of honger hebt. Zo kan ik beter voor de mensen zorgen. Want ik weet nu hoe ze zich kunnen voelen.’

‘Was je al die tijd alleen?’ vraagt Micha. Jezus schudt zijn hoofd. Hij zegt: ‘Soms was er een stem die zei: “denk niet aan die anderen. Zorg voor jezelf.” En heel soms voelde ik twee handen op mijn schouders. God stuurde engelen naar me toe. Om voor mij te zorgen. En nu stuurt hij mij op pad. Om voor anderen te zorgen.’

Jezus staat alweer op. ‘Ik ga op reis’ zegt hij. ‘De hele wereld mag het goede nieuws horen. Het koninkrijk van God is begonnen. God zorgt voor ons allemaal.’

‘Maar eerst zorg ik voor jou’ zegt Mirjam en ze geeft hem de grootste appel van de fruitschaal.

Voor onderweg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *