Kinderverhaal: ‘Ik wil jou erbij!’

Marcus 1, 40 – 45

Ze doen Tikkertje. En Jezus is ‘m. Eerst waren ze maar met z’n drieën. Mirjam , Micha en Jezus. Maar er kwamen er steeds meer bij. Nu zijn ze al met elf. Daar komt Simon aangerend. Nummer twaalf. Tenminste, als hij mee mag doen. Simon is niet fijn om te tikken. Hij heeft overal schilfers. Zijn vel is niet zacht, maar hard. En dat voelt raar. Maar misschien niet alleen raar. Stel je voor dat jij het ook krijgt, als je hem aanraakt. Sommige papa’s en mama’s zeggen dat je uit moet kijken als Simon meespeelt.

Simon komt heel hard aan rennen. ‘Mag ik?’, roept hij als hij nog ver is. ‘Mag ik ook?,’ hoort Jezus hem roepen. ‘Mag ik ook meedoen?’ Zijn stem klinkt bijna als huilen of lachen. Zo graag wil Simon meedoen. En dan gebeurt het. Jezus gaat in de baan van de rennende Simon staan. Maar niet om hem tegen te houden. Jezus doet zijn armen wijd en vangt Simon op en tilt hem op. Hij heeft zijn armen vastgepakt. En nu staan ze daar met de hoofden zachtjes tegen elkaar. ‘Mag ik meedoen?,’ vraagt hij nog eens. ‘Jij mag meedoen, Simon,’ zegt Jezus. ‘Ik wil jou erbij!’ Hij drukt een kus op de wang van Simon.

Iedereen kijkt. Alle kinderen zien het. ‘Hoe voelde dat?,’ vraagt Mirjam. ‘Het voelt als een kind van God,’ zegt Jezus. ‘Straks krijgen jij en wij het ook,’ zegt Micha. ‘Mama zegt dat we een beetje uit moeten kijken met Simon.’ Jezus knikt. ‘Dat moeten we ook,’ zegt hij. ‘We moeten uitkijken dat hij niet aan de kant hoeft te blijven staan.

‘Met Simon erbij zijn we met twaalf,’ zegt Jezus. Dat is een mooi getal. Een van de lievelingsgetallen van God. Als er twaalf zijn, staat niemand meer aan de kant.’ Micha tikt Simon aan. ‘Jij bent ‘m!’ Het spel kan verder gaan. Mét Simon!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *