Kinderverhaal: ‘Ik geloof in engelen’

Openbaring 1, 9-11 en 8, 1-4

‘Wat doe je?’ vraagt Micha. ‘Ik schrijf een uitnodiging’ zegt Jezus. ‘Voor een feest.’ ‘Dat is waar ook,’ zegt Mirjam. ‘Je bent bijna jarig. Weet je al wie er mogen komen?’ ‘Iedereen’ zegt Jezus. ‘Zo,’ zegt Micha, ‘dat wordt dan een hele grote taart!’

Mirjam bekijkt de kaarten eens goed. ‘Voor wie is deze?’ vraagt ze. Er staat een man op met een pen en papier. ‘Die kaart is voor Johannes,’ antwoordt Jezus. ‘Hij heeft veel gereisd en verteld over het Koninkrijk van God. Dat vonden sommige mensen maar niks. Ze zetten Johannes op een eiland. Dan is het uit met zijn praatjes, dachten ze.’

Nu wil Micha de kaart ook zien. ‘Wie vliegen daar door de lucht?’ vraagt hij. ‘Dat zijn engelen,’ zegt Jezus. ‘Ze zijn boodschappers tussen de hemel en aarde.’ ‘Een soort vliegende postbodes dus,’ lacht Micha.

‘Geloof jij in engelen?’ vraagt Mirjam aan Jezus. ‘Ik kan niet anders’ zegt Jezus. ‘Ik hoorde ze al zingen toen ik geboren werd. En toen Johannes op zijn eiland zat, zag hij ze ook. In een droom lieten de engelen hem weten dat God de wereld niet vergeten is. Alles wat hij had gedroomd, schreef hij op. En die brieven stuurde hij naar heel veel plekken op de wereld. Hou vol! schreef hij erbij.

En dat,’ zegt Jezus, ‘schrijf ik nu ook aan Johannes. Er zijn veel plekken op aarde waar het donker is. Maar hou vol, want het zal steeds lichter worden. Het feest komt steeds dichterbij.

Jezus doet de kaart in een grote envelop. Maar hoe komt de kaart nou bij Johannes? vraagt Micha. Doen de engelen dat? Jezus kijkt Mirjam en Micha lachend aan. Hij vraagt: ‘Misschien willen deze twee engeltjes wel voor postbode spelen?’

Lachend rennen ze de heuvel af.
Als je goed kijkt, lijkt het net of ze vliegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *