Kinderverhaal: Gods hartenklop

‘Ik kom dag zeggen,’ zegt Jezus. ‘Waar ga je dan naar toe?,’ vraagt Mirjam. ‘Ik ga terug naar God,’ zegt Jezus. ‘Mogen wij mee?,’ vraagt Micha. Jezus wijst naar zijn hart. ‘Daar zitten jullie,’ zegt hij. ‘In mijn hart neem ik jullie mee naar God.’ ‘Dat is niet echt,’ zegt Mirjam. ‘In het echt moet ik naar school. In het echt heb ik zin in spelen. In het echt moet ik door de week op tijd naar bed. In het echt ben ik soms verdrietig. En dan wil ik dat jij mij troost.’ Micha knikt. ‘Ik wil echt met je mee. Ik wil kijken hoe het bij God is.’

‘Mijn hart is ook echt,’ zegt Jezus. ‘Voel maar.’ Mirjam en Micha leggen om de beurt hun hand op het hart van Jezus. ‘Het klopt,’ zegt Mirjam. ‘Het klopt voor jullie,’ zegt Jezus. ‘Ik laat het God ook voelen,’ zegt hij. ‘Vanaf nu is God heel dicht bij jullie. En jullie zijn heel dicht bij God. Echt dichtbij: als jullie spelen, als jullie naar school gaan, als jullie slapen gaan. En ook als jullie verdrietig zijn.’

‘Als je soms denkt: ‘het is niet echt!’, dan moet je even gaan zitten. Dan leg jij je hand op het hart van Micha en jij je hand op het hart van Mirjam. Wat je dan voelt kloppen, is ook mijn hart. En ook het hart van God. Ik stuur Gods hartenklop naar jullie toe.’

‘Moeilijk!,’ zegt Micha. ‘Raar!,’ zegt Mirjam. Ze gaan nog een keer zitten onder de grote boom. Om de beurt leggen ze hun hand op elkaars hart. Ze zeggen niks. Ze voelen alleen maar. Het is toch niet zo moeilijk als Micha dacht. En ook niet zo raar als Mirjam dacht. ‘Blijf altijd naar de mensen en de dieren kijken met je hart. Zo doet God het ook. Als je dat doet, is God heel dichtbij. En ik ook,’ zegt Jezus. Dan staat hij op en gaat. Hij legt zijn hand op zijn hart. Mirjam en Micha doen het zelfde. ‘Dag Jezus, tot gauw!’

Lezing:    Johannes 16, 5 – 15
Symbool: Hart

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.