Kinderverhaal: Gewoon blij met elkaar

Micha is het schoolplein afgerend. Zonder op Mirjam te wachten. Hij is zo boos dat er tranen in zijn ogen staan. Niet op Mirjam is hij boos, maar op de jongens van de klas. Ze hebben naar hem lopen roepen: “Micha is op Mirjam! Micha is op Mirjam! Micha is op Mirjam!” Maar het is niet waar. Zij snappen er niks van.

Onderweg komt hij Jezus tegen. Die ziet wel dat er wat aan de hand is. “Zullen we even onder de grote boom gaan zitten?,” vraagt hij. Micha knikt. Naast elkaar zitten ze met de rug tegen de boom. Micha vertelt alles. En Jezus luistert. “Ik ben helemaal niet op Mirjam!,” zegt Micha, “Wij zijn gewoon vriendjes.” “Maar zo gewoon is dat niet,” antwoordt Jezus, “Samen spelen gaat vanzelf. Je hoeft nooit te vragen ‘Mag ik met je meedoen?’, want dat weet je. En je bent blij met elkaar zonder dat je het steeds hoeft te zeggen. Je bént het gewoon. En als je het een keer niet bent, dan is dat zo weer over.” Micha knikt. Jezus snapt er tenminste wat van.

Dan zegt Micha plotseling: “Ze zeggen dat jij op God bent en God op jou.” Jezus lacht. “Ja, dat zeggen ze. Maar het is met God en mij net als met Mirjam en jou. Wij zijn gewoon blij met elkaar. “Maar Mirjam woont bij mij in de straat en ik zit bij haar in de klas. God woont in de hemel en jij woont bij ons. Dat is toch anders,” zegt Micha. Jezus knikt. “Het ís anders. Maar ik denk dat de hemel niet zo ver is. God is dichtbij. Hij houdt te veel van mensen.

Plotseling staat Mirjam voor de neus. “Waar was je nou?,” vraagt ze. “Ik heb je overal gezocht.”

Lezing: Johannes 15: 9 – 17
In de koffer: suikerhartjes (om van te snoepen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.